Op naar Deventer, in het spoor van Lebuïnus

Stadsfront van Deventer, ter hoogte van het IJsselhotel. beeld Iris Moonen
9

Tastbare sporen van Lebuïnus vind je nauwelijks tussen Twello en Deventer. Daarvoor is er in 1250 jaar te veel veranderd. Maar toch is het mooi om er te wandelen. In de denkbeeldige voetstappen van een missionaris uit Engeland die bekend werd als stichter van de stad aan de IJssel.

Drup. Drup drup. De pauzes tussen de spatjes regen worden steeds kleiner. Tijd om een boom te zoeken. Dicht tegen de stam aan maar, zo vang je de minste nattigheid. Ach, Lebuïnus had zo’n 1250 jaar geleden, tijdens zijn tocht van Utrecht via de Veluwe naar de IJsselvallei, het weer vast ook niet de hele wandeling mee. En hij moest het alleen hebben van het bladerdek en van zijn mantel – wij hebben paraplu’s mee.

Deze Lebuïnus, rond 738 in Engeland geboren als Liafwin, had een missie die zo groot was dat een simpel regenbuitje hem niet tegenhield. Hij was in hier om het christelijk geloof te verspreiden. Hij vestigde zich een paar jaar in Wilp en bouwde daar een kerkje. Van daaruit hoefde hij alleen nog maar de IJssel over om in het land van de Saksen te komen. Dat deed hij in het jaar 768 en tegenwoordig wordt dat moment beschouwd als het begin van de stad Deventer, 1250 jaar geleden.

Waterbron

Ter ere van het jubileumjaar ontwikkelde de stichting ”In het voetspoor van Lebuïnus” het Lebuïnuspad. Een bewegwijzerde wandelroute van station Twello naar het veerpontje dat van deze kant van de IJssel naar Deventer vaart – en weer terug. Een groot deel van de tocht gaat over verharde paden. Jammer voor wandelaars die van het ruigere werk houden, maar het heeft ook een voordeel: wie 15 kilometer wandelen te veel vindt, kan voor de fiets kiezen.

Het is een mooi gebied tussen Twello en Wilp, met diverse landgoederen, bossige paden en landelijke weggetjes. En –als je de wandeling in de nazomer of herfst plant– struiken vol bramen. Maar voor wie aan de wandeling begon vanwege Lebuïnus en de geschiedenis die bij hem hoort, wordt het pas echt interessant als de dorpskerk van Wilp in zicht komt.

Daar schakelt de gratis te downloaden app die bij de wandeling hoort over op het perspectief van Lebuïnus. Hier is de plek waar in zijn tijd de burcht van jonkvrouw Averhilde stond. De weduwe gaf Lebuïnus en zijn helpers onderdak tijdens de wintermaanden. Zo komt het verhaal van de missieprediker tot leven, al zijn de echte sporen al lang uitgewist. Op de plek staat nu een nieuwgebouwde boerderij.

Even verderop was ooit een waterbron (”huilpa”, vandaar Wilp). Juist daar, op een voor heidenen heilige plek, bouwde de missionaris een eenvoudige houten kapel. Veel later, in de 11e eeuw, kwam er een dijkkerkje, dat werd gebouwd van tufsteen dat via de IJssel vanuit de Duitse Eiffel werd aangevoerd. De muren van die romaanse kerk staan er nog en later is er een gotisch deel aangebouwd. De kerk raakte vlak voor de Bevrijding in 1945 flink beschadigd.

Een bordje op de kerkmuur is een stille herinnering aan dat rijke en woelige verleden. Een gloednieuw houten bankje –je komt ze tijdens de wandeling op meer plekken tegen– nodigt uit om even te mijmeren. En om wat proviand tevoorschijn te halen, want horecagelegenheden zijn schaars op de route.

Langs de A1

Hiervandaan was het voor Lebuïnus niet ver meer tot de IJssel (en voor de wandelaar die zijn benen begint te voelen evenmin). Het gras is groen, het uitzicht weids. Wie achteromkijkt, heeft mooi zicht op Wilp en op de kerk. Zou Lebuïnus ook achterom hebben gekeken? Nog een blik op het houten kerkje en dan vol vertrouwen naar Deventer?

Waar nu auto’s op de A1 richting Hengelo razen, moet hij zo’n beetje gelopen hebben. En dan langs de IJssel, of beter gezegd: langs de verzameling stroompjes en geulen die de IJssel toen nog was. Tot hij de oversteek waagde. Anno 2018 doe je dat het meest comfortabel met de veerpont, even na de Wilhelminabrug. Daar, ter hoogte van het prachtig gelegen Sandton IJsselhotel, is de Lebuïnuswandeling ten einde. Maar voor de Angelsaksische monnik ging de missie verder.

Stadswandeling

Het werd bepaald geen instant succesverhaal, weten we inmiddels. Het blijkt even later ook uit de woorden van stadsgids Truus Schreijer, die de geschiedenis van Deventer tijdens een stadswandeling in anderhalf uur weet te persen. In het land van de Saksen –de IJssel vormde de grens– stonden ze bepaald niet op de zendeling te wachten, die in feite het geloof van de vijandelijke Franken kwam brengen. Het houten kerkje dat hij dicht bij de IJssel bouwde, werd tot twee keer toe in brand gestoken en hij moest zelfs vluchten naar Utrecht.

Maar uiteindelijk legde Lebuïnus’ werk wel de basis voor de kerstening van de Saksen. En daarnaast wordt hij, honderden jaren na dato, geëerd als stichter van de stad Deventer. De stad van de Hanze. Van de moderne devotie. Van boeken. Van stokvis en Deventer koek.

>>lebuinuspad.nl >>deventer1250.nl

Broederen- en Lebuïnuskerk

De Grote Kerk van Deventer draagt nog altijd de naam van Lebuïnus: Lebuïnuskerk. Ongeveer op de plek van de huidige Lebuïnuskerk, stond ooit het kerkje dat de Angelsaksische zendeling in 768 bouwde. Vanaf de toren heb je een mooi uitzicht op de andere zijde van de IJssel, waar Lebuïnus 1250 jaar geleden vandaan kwam. Wie de toren wil beklimmen, moet wachten tot het voorjaar (vanaf april). Voor een groepsbeklimming kan in de herfst en winter wel een afspraak worden gemaakt via de plaatselijke VVV.

Wie geïnteresseerd is in Lebuïnus, kan ook een bezoek brengen aan de Broederenkerk (Broederenstraat 18). In diverse gebrandschilderde ramen is hij te herkennen, onder meer afgebeeld als prediker te midden van de Saksen. De kerk is op vrijdag- en zaterdagmiddag geopend.

Stokvis en Hanzehapjes

Ooit, in de bloeitijd van de Hanze –het samenwerkingsverband van handelaren en steden tijdens de late middeleeuwen– , kwam stokvis met ladingen tegelijk uit Noorwegen en Zweden naar Deventer. Deze gedroogde vis is tegenwoordig niet zo bekend meer, maar bij het Frans-Portugese restaurant Chez Antoinette (Roggestraat 10-12) staat stokvissalade (salada de bacalhau) wél op het menu. Minstens even avontuurlijk zijn de inktvisgerechten – compleet met zuignapjes.

Wie dat te ver vindt gaan, kan terecht in Proeflokaal ’tOer (Brink 87). Deze gloednieuwe eetplek serveert hapjes op houten planken. Je bestelt ze per plank, voor twee of meer personen. Leuk detail: de diverse varianten zijn genoemd naar Hanzesteden. De chef-kok laat zich voor de ingrediënten van de Hanzehapjes inspireren door handelswaar uit de Hanzetijd, van rogge en mosterd tot vis.

Leuk voor een kopje koffie: de Deventer Koekwinkel (Brink 84) of de lunchroom Yvon Bakt (Kleine Overstraat 46). Bij die laatste kun je ook prima lunchen met een stoere soep of een stuk hartige taart, gebakken door eigenares Yvon zelf.

Wandelen met of zonder gids

Deventer heeft een rijke historie. Middeleeuwse straatjes, de Brink, waar in de Hanzetijd de jaarmarkten werden gehouden, het oudste stenen woonhuis van Nederland. Het is de geboortestad van Geert Groote en Jacobus Revius, en ook Erasmus liet er sporen na. De VVV organiseert dagelijks om 13.30 uur anderhalf uur durende stadswandelingen waarin een gids vertelt over de ontwikkelingen die Deventer de afgelopen 1250 jaar doormaakte (kosten 4 euro). Liever op eigen gelegenheid de stad verkennen? Bezoek vooraf de maquette van Deventer (naast de Waag), en download de gratis izi.Travel-app voor de smartphone, waarin vijf stadswandelingen zijn opgenomen.

Musea vol boeken

Deventer staat bekend als boekenstad. Elk jaar is er in augustus een grote boekenmarkt, helaas structureel op zondag. Vanaf komende week (tot 3 maart) is in Museum De Waag en in de nieuwe bibliotheek aan de Stromarkt de dubbeltentoonstelling ”Deventer Boekenstad. Twaalf eeuwen boekcultuur aan de IJssel” te zien, waarin de hoogtepunten van de boekhistorie in Deventer aan bod komen.

Museum Geert Groote Huis grijpt het 1250-jarig bestaan van de stad aan voor een overzichtstentoonstelling over de moderne devotie (tot 27 januari). Die is opgebouwd rond het boek ”De Moderne Devotie. Spiritualiteit en cultuur vanaf de late Middeleeuwen” (uitg. Wbooks).