Online: Geen punt, geen punt

Online
Kenmerkend voor onlinetaal is dat, afgezien van veel uitroep- en vraagtekens, interpunctie een ondergeschoven kindje is. beeld AFP, Lionel Bonaventure

Onlineconversatie heeft zo haar taaleigen. De voorgaande zin, bijvoorbeeld, zullen de meeste mensen niet bezigen in een doorsnee gesprekje op WhatsApp. Archaïsch ben je tegenwoordig voor je het weet. Tegelijk hoeft een volwassene zich aan jongerentaal niet te wagen, want dat wordt al snel potsierlijk.

Wie iemand opbelt, moet er anno 2020 rekening mee houden dat de ander zich het apezuur schrikt. Ook de e-mail wordt langzamerhand een artefact uit vervlogen tijden. We appen, teamsen, slacken en zo meer. Kenmerkend is het doorlopende karakter van de communicatie: er is geen kop en geen staart, geen aanhef en geen groet, geen begin of eind. Alles vloeit. Soms stokt de stroom en lost de gesprekspartner op in de mist. Dit onlinefenomeen staat bekend als ghosting. Boe noch bah zeggend verdwijnt men uit elkaars leven.

De taal die met name jongeren online gebruiken is doorspekt met Engelse termen en zegswijzen, bewust verkeerd of fonetisch gespelde woorden, afkortingen, straattaal en dialect, eigengereid woordgebruik („kapot mooi”), allerhande kreten en uiteraard emoticons. Kenmerkend is dat, afgezien van veel uitroep- en vraagtekens, interpunctie een ondergeschoven kindje is. Langzaam maar zeker eigenen ook oudere generaties zich deze taal toe.

De Leidse taalwetenschapper dr. Lauren Fonteyn kreeg deze zomer een Twitterstormpje over zich heen. Onderwerp van ophef was haar onderzoek naar verandering van levende talen. Britse media hadden daarover bericht, waarna op Twitter discussie ontstond over het gebruik van de punt. Preekte H. F. Kohlbrugge in 1833 over de komma, vandaag kun je een boom opzetten over de punt.

Fonteyn betoogt dat in korte berichten, zoals op WhatsApp, de punt aan het eind als overbodig wordt ervaren en steeds vaker achterwege blijft. In plaats daarvan krijgt het leesteken emotionele lading. Wie een bericht afsluit met een punt komt kort aangebonden, koeltjes of zelfs (passief) agressief over. Waar uitroeptekens staan voor enthousiasme, associëren jongeren de punt met het tegenovergestelde: een dalende, vlakke intonatie. Er is dus verschil tussen „Oké” en „Oké.”

Zo wordt het onderscheid tussen schrijftaal en spreektaal kleiner. Fonteyn beweert niets nieuws, benadrukt zij zelf. Al in 2015 wees onderzoek naar sms-taal hetzelfde uit. Tussen twee zinnen behoudt de punt zijn functie. Aan het eind van een berichtje staat het leesteken koeltjes of agressief.

Dat u het even weet.

Webredacteur Martijn den Hollander belicht in deze rubriek de wereld van de online media.