Online: De fax en de vandiktebank

Online
Een faxmachine. „Driehoog achter in ons Apeldoornse kantoorpand schijnt nog ergens zo’n apparaat te staan.” beeld ANP

Op het gevaar af dat ik generaliseer: ouderen lezen nog fatsoenlijk een krant. Ze hebben notie van wat er gaande is in de wereld. Ze verbinden zich gerust voor langere tijd ergens aan. Zijn lid van maatschappelijke organisaties, doneren trouw aan het goede doel, doen jarenlang vrijwilligerswerk. Ze hebben besef van traditie. Jaar na jaar de dingen op dezelfde manier doen, geeft rust en stabiliteit.

Groenten uit eigen tuin, potten met ingemaakte bonen en pruimenjam in de kelder, muntgeld in de portemonnee, een vaste telefoon in huis met een nummer dat al decennia hetzelfde is. Leven bij de seizoenen, het kerkelijk jaar, de klok op de schoorsteenmantel. Sommigen hebben de oorlog nog meegemaakt. Of de watersnood. Ze gingen als militair naar Nederlands-Indië of zaten op de grote vaart. Ze kookten op een fornuis en sjouwden met een kolenkit. Ze leerden typen op een typemachine. Konden overweg met een bakelieten telefoon met draaischijf. Bladerden geroutineerd door een vuistdik telefoonboek.

Wat stelt een jongmens daarbij vergeleken eigenlijk voor? Een artikel over Snapchat leverde mij eens een kritische reactie op van een lezer. Ik moest niet steeds doen alsof ouderen hopeloos achterlopen. In plaats daarvan zou de jeugd eens een voorbeeld moeten nemen aan ouderen. Het bericht bereikte mij per fax – voor de jonge lezer: zie Wikipedia. Driehoog achter in ons Apeldoornse kantoorpand schijnt nog ergens zo’n apparaat te staan.

Ik zat met mijn handen in het haar. Hoe moest ik antwoorden? Nergens op het epistel was een e-mailadres te bekennen. In arren moede stuurde ik maar een vriendelijk kaartje om de opmerkzame lezer te bedanken en betering te beloven. Het zou niet meer gebeuren, ik zou voortaan veel respect hebben voor grijze haren.

Te beseffen dat ik zelf nog niet eens een fax kan versturen. Het stemde mij nederig.

De lezer, een oudere, wijze abonnee, wees mij er fijntjes op dat ik de jeugd boven de volwassenen had geplaatst. „Want de ontwikkelingen gaan zo snel, die houden we niet meer bij. De jeugd wel. Welke ontwikkelingen eigenlijk? Wel, hoofdzakelijk de digitale. Want de ‘harde’ materie verandert zo snel nog niet. Een potlood blijf een potlood. Een tuinbank blijft een tuinbank. En een vandiktebank blijft een vandiktebank.”

Waarvan akte.

Webredacteur Martijn den Hollander belicht in deze rubriek de wereld van de online-media

2020-04-04-rdMAG2-hulpouderen2-5-FC-V_webBruggen bouwen over de generatiekloof

2020-04-04-rdMAG16-RDMgeneratiekloofConversatiemetouders04-6_webZe hadden mijn opa en oma kunnen zijn