Koopdagboek februari: mijn kopjes koffie zijn pure luxe

Rond geld en goed
beeld RD

„Uw saldo is te laag.” Daar sta je dan, op een drukke markt met een tas vol groente en fruit. Het pinautomaat deed al zo vreemd. Blijk ik zelf de schuldige. Met het schaamrood op de kaken hoor ik mijn aanstaande zeggen: „Ik betaal wel.”

Aan terugbetalen doen wij niet. Over een paar maanden is het zijne van mij en het mijne van hem. Hoewel, het mijne... Dat ik niet zo veel te makken heb, blijkt pijnlijk tijdens ons rondje over de markt. Heb ik dan zoveel geld uitgegeven? Tijd om bij mijzelf te rade te gaan en een blik te werpen in het zorgvuldig bijgehouden kasboek.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet ontevreden ben over mijn uitgaven. Staan er dingen bij die ik niet had hoeven kopen? Ja. Maar dat zijn er niet veel. Die twee kopjes koffie die ik op het station kocht, zijn natuurlijk pure luxe. Maar de etenswaren die ik wekelijks koop, daar zitten haast geen onnodige spullen bij.

Volgens het Nibud mag ik in mijn 1-persoonshuishouden € 153,91 per maand uitgeven aan boodschappen. Dat is een ruime € 48,- per week. Het instituut licht toe dat een huishouden dat bestaat uit één persoon maandelijks in verhouding meer uit mag geven dan een meerpersoonshuishouden. Eten kopen voor meerdere personen is relatief goedkoper. Dat herken ik wel. Kook ik voor twee personen? Dan hoef ik nauwelijks ingrediënten extra te kopen. Voordeel van alleen eten is wel dat ik van één gerecht vaak twee keer eet. Enfin, wat de dagelijkse maaltijden betreft doe ik het best goed.

Als het om wekelijkse boodschappen gaat, moet ik wel eerlijk zijn. De dag dat mijn saldo te laag was, kocht ik ook voor zo’n 30 euro etenswaren, maar die werden voor mij betaald. Als ik dat erbij optel, kom ik toch boven de 100 euro voor drie weken boodschappen. En dan at ik deze week nog regelmatig ergens anders, wat scheelde in de uitgaven.

Geurkaars

Vorig jaar kochten mijn verloofde en ik een huisje in Gouda. Daar woon ik al sinds november, maar qua inrichting is het nog niet af. De kostenpost ”woonaccessoires” vind ik dan ook te verdedigen. Geurkaars hier, vaasje daar. Een huis heeft niet veel nodig om gezellig te zijn, maar de twee tientjes tik ik al snel aan.

Wanneer ik met de trein reis en op een centraal station moet overstappen, vlieg ik graag een stationswinkel in. Wat ik daar koop? Een broodje, pennen, lippenbalsem, panty’s. Vaak dingen die wel nodig zijn, maar niet onmisbaar.

De vraag: „Wat heb je nu weer gekocht?” krijg ik nooit, omdat ik mijn rekening niet met iemand deel. Toch voelde het bijhouden van dit kasboek als een controlerende echtgenoot. Mijn portemonnee werd er in elk geval blij van, want ik deed iedere aankoop weloverwogen en sommige besloot ik uit te stellen.

Leren jas

Twee grote posten deze maand waren het gastenboek voor de bruiloft en de leren jas. In mei hoop ik te trouwen en, traditioneel als ik ben, vind ik het leuk om een gastenboek te hebben. Met een stoere houten omslag waar onze namen en trouwdatum op staan. Het is mooi, dus ik ben er blij mee. Een uitgave van bijna veertig euro waar ik geen spijt van heb.

De jas is ook een pareltje. Al een tijdje zocht ik een nieuwe (nep)leren jas. Zo eentje die jaren meegaat. Die je draagt op lentedagen wanneer het nog wel koud is, maar waarop de zon het wel aandurft om de wereld te beschijnen. Ik kocht ’m voor de helft van de prijs. Vier tientjes, dat kon er nog wel af deze maand.

Wenkbrauwen

Afgelopen maand bracht ik een bezoekje aan de kapsalon. In meerdere opzichten lijk ik op mijn vader. Onder andere wat betreft mijn wenkbrauwen. Mijn vader is een man met mooie, zware wenkbrauwen. Ik ben geen man, maar ik heb ze ook. Word ik niet altijd blij van, daarom laat ik ze in model brengen bij de kapper. Dan kan ik er zo weer een paar maanden tegenaan. Diezelfde dag at ik een heus diner van de snackbar. Omdat ik zelf geen frituurpan heb, sta ik mijzelf dat weleens toe.

Ook aan cadeautjes gaf ik voor mijn doen veel uit. Er waren maar liefst drie gelegenheden die om een cadeau vroegen: een verjaardag van een vriendin, het huwelijksjubileum van mijn ouders en Valentijnsdag. Terugkijkend vind ik dat ik het goed heb gedaan. Ik ben binnen het door mijzelf gestelde budget gebleven.

Stok achter de deur

Nooit eerder heb ik mijn uitgaven zo gedetailleerd bijgehouden. Ik weet waar ik mijn geld aan uitgeef en ik weet meestal hoeveel geld ik heb. Maar toch blijft het confronterend om alles zwart op wit te zien staan. Regelmatig stond ik in de winkel met een item dat ik wilde afrekenen maar toch teruglegde. Zo’n stok achter de deur werkt wel.

Misschien doe ik er goed aan om voortaan bij te houden wat ik koop. Onder aan de streep kom ik erachter dat mijn stagevergoeding voldoende is om van rond te komen.

Inmiddels is er weer geld op mijn rekening gestort en is mijn saldo weer toereikend. Het tekort was niet van lange duur. Het gênante voorval op de markt kwam niet doordat ik zo arm ben, maar omdat ik te enthousiast geld overmaak naar mijn spaarrekening. Zo makkelijk als ik het overmaak, zo makkelijk haal ik het ook weer terug. Dat is weleens verleidelijk, maar ach: wie een huis wil inrichten, heeft niets aan lege rekeningen. Ik zorg er dus wel voor dat ik nooit helemaal blut ben. Met geld omgaan heb ik in mijn studententijd wel geleerd.

serie Koopdagboek

Waar gaat ons geld aan op? RD-redacteuren houden gedurende de eerste drie weken van de maand hun aankopen bij die ze doen buiten hun vaste lasten om. Dit resulteert in een koopdagboek op elke laatste zaterdag van de maand op deze pagina. Deel 2: het koopdagboek van Hannah Neele, student Journalistiek en stagiair bij het Reformatorisch Dagblad.

Veel mannen zijn tevreden over geldzaken

Meer dan 70 procent van de mannen in Nederland zegt tevreden te zijn over hoe zijn partner met geld omgaat. Van de vrouwen is 67 procent hierover tevreden. Van de stellen is 40 procent het over geldzaken niet altijd met elkaar eens, blijkt uit onderzoek van het Nibud. Het instituut ziet dat vrouwen bewuster met geld omgaan dan mannen. Ze checken vaker of afschrijvingen kloppen en vergelijken meer prijzen. Bij een derde van de stellen denken de partners verschillend over het omgaan met geld. Het Nibud adviseert om voor de financiële administratie een gezamenlijk e-mailadres te maken waarop alle post binnen kan komen. Bij twee op de tien stellen gebeurt dit. Bij 45 procent van de stellen komen berichten van partijen waarmee contracten zijn afgesloten binnen op verschillende e-mailadressen.

Rond geld en goed