Het Gardameer: Bellissimo!

Vakantie 2017
Torri del Benaco met op de achtergrond de Monte Baldo. beeld Corina Schipaanboord
29

„Bellissimo!” klinkt het veelvuldig en zangerig uit de mond van de Italianen rond het Gardameer. Ze weten waar ze het over hebben, want „heerlijk” is het er. Statige bergen, helder water, talrijke wijn- en olijfgaarden, eeuwenoude cultuur, kleurrijke bloemenpracht en verse, knapperige pizza’s.

De zon schijnt. Mensen kuieren door de straatjes. Een paar witte zwanen vermaken zich in het heldere water. Af en toe verleidt een heerlijke pizzawalm wat toeristen. Ze eten een pizza uit het vuistje of nemen een zit op het terras. Kinderen leven zich uit in een speeltuintje.

Rond het Gardameer zijn tientallen plaatsen te vinden waar dit soort taferelen zich afspelen, zoals in Malcesine. Hoog torent de Scaligeriburcht boven dit stadje uit, gebouwd op een van de steile rotsen. De toren werd in verschillende fases gebouwd en met het eerste deel werd gestart in het jaar 568. Het bouwwerk is eenvoudig te beklimmen via een aantal trappen. Boven op de toren staat een enorme klok die om het halve uur flink beiert. Dat gaat door merg en been. Even de kiezen op elkaar en focussen op het uitzicht, want dat is prachtig. Hier is de hoogste bergketen van het meer goed te zien, met een top van 2218 meter.

Wie het Gardameer eens vanuit ander perspectief wil bekijken, kan vanuit Malcesine met een gondel omhoog naar bergkam de Monte Baldo. De kabelbaan brengt je van 90 tot 1760 meter hoogte. Vanuit de wijde omtrek komen toeristen hierheen, dus de wachttijd bij de gondel is vaak erg lang. Bij het tussenstation wordt er overgestapt naar een gondel die 360 graden ronddraait, zodat iedereen van het uitzicht kan genieten. Wie liever een stoeltjeslift neemt, kan omhoog in Seggiovia, vanaf de andere kant van de bergkam. Daarvoor moet je eerst omrijden met de auto. Op de bergkam waait een fris windje. Het uitzicht is er schitterend. In de verte zijn besneeuwde toppen van de Voor-Alpen te zien.

Zweven

Er zijn diverse routes op de Monte Baldo, waaronder de panoramaroute, richting het noorden. Dit pad loopt redelijk vlak. Er zijn diverse actievelingen te zien die een grote rugzak met zich meetorsen. Bij een grote, steile grasvlakte laten ze hun tas op de grond zakken en halen er een felgekleurde vlieger uit. Het zijn paragliders. Ze installeren alles, laten hun scherm op en rennen de berg af. Al na een paar passen zweven ze weg, boven het meer. Heerlijk om hier in het gras te zitten en te genieten van de bedrijvigheid van de paragliders en daarachter het adembenemende panorama.

Wie aandacht heeft voor het kleine, geniet nog extra op de Monte Baldo. Er groeien veel mooie plantensoorten en bloemen, zoals de edelweiss. Het klimaat is hiervoor zeer geschikt. Bovendien stak de kam in alle ijstijden boven de gletsjers uit, waardoor hier planten bewaard zijn gebleven die nergens anders meer groeien. Het pad richting het zuiden stijgt steeds meer en brengt de wandelaar langs verschillende toppen. Dat gaat gepaard met aardig wat geklauter. Toeristen op slippers of sandalen haken af.

Eerste eeuw

Wie graag cultuur snuift, kan bijvoorbeeld Torri del Benaco met een bezoekje vereren. Hier ligt een mooie burcht waarin ook een museum is gevestigd over de visserij, olijfverwerking en rotsschilderingen die hier in de omgeving nog te zien zijn. Op de hellingen rond het meer zijn veel olijfgaarden te vinden. Kleine groene olijfjes koesteren zich in de zon. Buiten bij het museum staan tientallen trappen die bestaan uit één lange stok met daaraan links en rechts spaken. Die worden gebruikt om olijven te oogsten. De boeren leggen netten op de grond, ritsen de olijven uit de bomen en vouwen de netten daarna weer dicht. De buit is binnen! Veel olijven worden verwerkt tot olie.

Hoe zuidelijker aan het meer, hoe vlakker het landschap. Maar dat geldt zeker niet voor de cultuur. Ten zuidoosten ligt Verona. Dit stadje uit 49 voor Christus was in de tijd van de Romeinen een belangrijk handelscentrum. Er staan diverse eeuwenoude gebouwen. Het oudste gebouw is de arena, gebouwd in de eerste eeuw. Dit is het op twee na grootste amfitheater in de wereld. In de twaalfde eeuw raakte het zwaar beschadigd door een aardbeving en het is daarna weer in dezelfde stijl opgebouwd. De arena biedt plaats aan 25.000 mensen en in de zomer zijn er operavoorstellingen. Heerlijk om op een van de stenen banken te gaan zitten en te fantaseren hoe het er hier duizenden jaren geleden toeging.

Een andere toeristische trekpleister is de Casa Capuleti. Hier is het zogenaamde balkon waarop het drama van Romeo en Julia zich afspeelde. Dat het balkon pas uit de twintigste eeuw stamt, kan gezien de vele toeristen de pret blijkbaar niet drukken. Het poortje dat naar het huis leidt, is meer dan volgeschreven met liefdesverklaringen en overal zijn slotjes te zien met namen van verliefde stelletjes.

De temperaturen kunnen ’s zomers aardig oplopen in deze regio. Het is daarom heerlijk om een ijsje te kopen bij een van de vele ijstentjes, een vaartochtje te plannen of een verfrissende duik te nemen. Houd het hoofd gerust koel als er opeens een waterslang opduikt. Die schrikt zich naar van een dobberende toerist en is gelukkig ongevaarlijk.

Veel schaduw

Ook een bezoekje aan Parco Delle Cascate in Molina is een verkoelende bezigheid. Dit watervallenpark ligt in een boomrijke kloof, dat betekent veel schaduw. Een wandelroute brengt de bezoekers langs zo’n vijftien watervallen. Deze tocht verbergt ook leuke verrassingen voor kinderen. Je kunt in een kabelbaantje over een waterval, er zijn diverse klauterpunten en er is een heel hoge schommel waarmee je met je voeten bijna in een metershoge waterval komt.

Het Gardameer biedt genoeg vertier. Als het je niet stoort dat op diverse plaatsen veel toeristen rondlopen, is het hier goed toeven. Bellissimo!