Eten op een foodfestival? Neem een flinke portemonnee mee

Uit in NL 2018
beeld RD, Anton Dommerholt

Het is druilerig, in Harderwijk. Maar het Blije Bietjes Foodfestival gaat door. En elke eetliefhebber die onder de toegangspoort –versierd met een lachend bietje– doorloopt, raakt vanzelf in een goed humeur.

Ik wil die-hie! Een blond jongetje –blauwe regenjas, donkergroene Bergsteinlaarsjes– wijst op een wafel in lollyvorm, met chocodip en gekleurde spikkels erop. De koek-op-stok staat uitnodigend op de toonbank van LICK FoodVan, een foodtruck vol zoetigheid in Amerikaanse stijl.

De frituurpan, even ernaast, is goed op temperatuur. Een medewerker spuit sliertjes beslag in het vet. Funnel cake, zo heet het hoopje zoete gebakken deegkrullen, dat met poedersuiker wordt geserveerd. Het gebak is net zo vet als donuts en krokanter dan churros.

„Je ziet funnel cakes veel in Amerikaanse pretparken”, zegt de dame achter de toonbank. „In Nederland zijn wij volgens mij de enige die ze verkopen.” Ze slaat een paar eieren stuk in een mintgroene beslagkom, helpt tussendoor drie klanten, en zet erna de mixer aan. De zoete lucht van suiker en frituur is uitnodigend, maar het dreinende jochie moet nog even geduld hebben. „We gaan eerst eten”, zegt een jonge man, vast z’n vader. Iets gezonders, zal hij bedoelen, iets wat voor avondmaaltijd kan doorgaan.

Laarzen en paraplu

Daarvoor biedt Blije Bietjes, zoals het jaarlijkse foodtruckfestival in het Plantagepark in Harderwijk heet, keus genoeg. Het weer is weinig aantrekkelijk op deze septembernamiddag, maar liefhebbers van lekker eten laten zich niet afschrikken: laarzen aan, paraplu mee en gáán. De foodtruck van stadscamping Harderwijk draait goed. Voor een half kippetje of een bbq-worstje met salade en brood betaal je 7 euro. Of je bakt er met de kinderen –roodgeblokt schort om, natuurlijk– zelf een pannenkoek. Kosten: 3 euro. Vooral jonge gezinnen weten de stadscamping goed te vinden. Op de rest van het terrein zijn ze ook goed vertegenwoordigd, trouwens. Kinderen slenteren achter hun ouders aan of kijken vanaf strobalen naar een poppenkast. Ze warmen zich op een houten bankje aan een vuurtje of ze maken zelf een quesadilla bij Kokkerella, een eveneens uit Harderwijk afkomstige aanbieder van kookworkshops. In de Mexicaanse tosti gaat in elk geval gesmolten kaas. En mais of bonen. Of meer. Of niet. Want ja, het zijn wel kinderen.

Muziek

Rond zes uur treedt er een bandje op. De muziek zwelt aan, maar het geluidsniveau blijft –zeker vergeleken met sommige andere foodfestivals– heel redelijk. Het Blije Bietjesfestival, een initiatief van Stichting Underground, is met zo’n 25 foodtrucks een van de kleinere markten die Nederland kent.

Blije Bietjes heeft duurzaamheid en eerlijk eten hoog in het vaandel staan. De wagens die er staan zijn meer dan een veredelde snackkar, stelt de organisatie. „Echte foodtrucks bieden een eetbeleving met kwalitatief goed, anders, eten.” En, in het geval van Blije Bietjes: liefst lokaal.

Niet vreemd dus dat het Harderwijkse restaurant Ratatouille –bekend om de creatieve groentemenu’s– met zijn oude Peugeotbus op het festival staat. Het restaurant heeft deze foodtruck sinds 2014 en verzorgt daarmee catering op locatie.

Het Harderwijkse cateringbedrijf Rumah Rasa is hier ook prima op z’n plek, met „gezond, biologisch en lekker Indonesisch eten”. Eigenaar Stanly Rutten timmerde de afgelopen tijd in Harderwijk flink aan de weg: samen met plaatselijke chef-koks stelde Rutten een Indonesisch menu samen, in de stijl van de diverse restaurants.

Op Blije Bietjes houdt Rumah Rasa het simpel. Helemaal niet verkeerd trouwens. Hun geroosterde saté is heerlijk. En anders de pittige rendang (stoofvlees) op een broodje wel. Genoeg vulling voor de hele avond is het niet. Foodfestivals hebben zo hun eigen wet: ze zijn over het algemeen gratis toegankelijk, maar voordat je een verzadigd gevoel hebt, zijn er heel wat euro’s richting de diverse eetkarretjes verdwenen. Ach, je bent nadien wel heel wat eetervaringen rijker. En je hebt het uiteindelijk natuurlijk zelf in de hand.

Een van de origineelste standhouders –mag je ondernemers op een foodtruckfestival zo noemen?– is De Zwammerij. Hier kweken ze oesterzwammen op een op een het eerste gezicht nutteloos product: koffiedik. Vanuit de truck verkopen ze onder meer oesterzwambitterballen.

Kunstenaarstype

En neem Solar Snacks, een snackkar met een luifel van zonnepanelen. „Healthy food powered by the sun”, aldus het bordje. Bij deze kraam werkt de keukenapparatuur op zonne-energie. Maar ja, hoe gaat het met zo’n foodtruck als de zon zich de hele dag niet laat zien? Geen nood, zegt Tijs van Trigt van Solar Snacks, daar hebben we accu’s voor. „Als ik een klant krijg kan ik natuurlijk niet zeggen: Sorry, het regent vandaag.” Zijn assortiment is vegetarisch of veganistisch: van krokante aubergine tot falafel: gefrituurde kikkererwtenballetjes. „Voor dit festival heb ik 10 kilo falafel bij me.”

Het leven als foodtruckeigenaar bevalt Van Trigt –golvend haar, grijswitte baard en snor– prima. „Ik ben een kunstenaarstype. Met dit werk heb ik een heerlijk vrij leven. Soms sta ik falafel te maken in mijn eigen keuken, maar meestal gebruik ik er een bedrijfskeuken van een kennis voor. Ik doe wat ik leuk vind om te doen. Anders zou het voor mij niet werken. Ik ben graag een beetje eigenwijs.”

Voor de satéstokjes van Rumah Rasa is inmiddels een flinke rij ontstaan. Niet vreemd, want het gemarineerde en zorgvuldig geregen vlees verspreidt een heerlijke geur. De sfeer heeft niet te lijden onder de oplopende wachttijd. Her en der in de rij knopen bezoekers een gesprekje met elkaar aan. „Mensen zijn kuddedieren”, zegt een knul van even twintig. „Ze gaan in de langste rij staan. O, daar zal het wel goed zijn, denken ze.” Hij staat al een poos te wachten. Zijn vriendin, die liever köfte –Turks gehakt in een broodje– wilde eten, heeft de buit al lang binnen. „Jullie staan hier al veertig minuten!”

Volgens de dame achter de stokjes is er niets aan de hand. „Gaat altijd zo”, zegt ze. „Nee, er zijn geen problemen met stroom of zo.” Ze wijst naar de al geblakerde stokjes op die aluminiumfolie nagaren. „Ik kan de stokjes niet de hele tijd direct op het rooster leggen. Dan verbranden ze. En er al afhalen kan ook niet.”

Bij de ijskar van ’t Boerinneke („ambachtelijk schepijs”) zijn de zorgen van heel andere aard. Twee meiden –knotten op het hoofd, sjaal stevig om de nek gewikkeld– zitten op klapstoeltjes. Slecht weer voor ons, beamen ze. Om op temperatuur te blijven hebben ze zelf maar wat warms gehaald. Keus genoeg hier.

Foodfestivals, voor elk wat wils

Foodfestivals zijn populair. Ruim tien jaar geleden streek het eerste festival neer in Amsterdam, een trend die overwaaide uit Amerika. Eetliefhebbers vonden de catering op muziekfestivals zo dramatisch dat ze zich gingen richten op festivals waar juist eten centraal stond.

Tegenwoordig kun je ook in Nederland in het seizoen, dat zo’n beetje loopt van april tot oktober, elk weekend wel ergens een hapje eten bij een keur aan foodtrucks. Rollende keukens, zo heten ze wel.

Volgens foodies –liefhebbers van goed eten– kun je tegenwoordig de standaard foodtruckfestivals beter mijden. Wil je wat bijzonders, zoek dan in de marge. Dan vind je genoeg interessants, waarbij vaak lokale producten centraal staan. Zoals de Midzomerproeverij in Vierhouten (25 juli) en de Mosseldagen in Yerseke (18 augustus).

>>kookidee.nl/food-festivals voor een (niet volledig) overzicht van foodfestivals.