Esther Visser: Twitter geeft mij te veel onrust

Het Gesprek
beeld RD, Henk Visscher
7

Nadat ze in 2015 terugkwam van het Thaise zendingsveld, begon Esther Visser als eindredacteur bij De Waarheidsvriend, het weekblad van de Gereformeerde Bond. Haar verlangen om zoekende mensen over Jezus te vertellen, is niet verdwenen. Sterker, soms overweegt ze opnieuw het roer om te gooien.

Er staan aanhangwagentjes op de stoep van de Wezepse woning van Esther Visser en haar man Marten. Gereedschap ligt er ook. De voordeur staat op een kier voor de bouwvakkers die de badkamer aanpakken. De voormalige pastorie, eigendom van de hervormde gemeente in hun woonplaats, viel het stel in de schoot toen het na vijftien jaar in Thailand terugkeerde naar Nederland. Het huis stond te koop, maar er kwamen geen gegadigden opdagen. Esther prijst zichzelf nog steeds gelukkig met de ruimte die ze kunnen huren. En met de ruige strook bos die je vanaf de bank kunt zien, kale stammen onder een wintergrijze hemel.

Dochter Elizabeth was twee jaar toen het gezin in 2000 naar Azië vertrok. Zoon Henrick is er geboren. Uitgezonden door OMF (Overseas Missionary Fellowship) en de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) pionierden ze in de hoofdstad Bangkok, waar een gemeente ontstond. Later deelden ze het Evangelie op het platteland in het noordoosten van Thailand, Isaan. Ook daar ontstonden kerken.

beeld RD, Henk Visscher

Is er iets wat u blijvend met u meedraagt van deze periode in Thailand?

„Ik heb me daar gerealiseerd dat mensen totaal anders kunnen denken. De Thai denken meer vanuit de groep dan vanuit het individu. Dat heeft voor- en nadelen. Voor ons was het soms moeilijk te begrijpen waarom iemand zich aan de groep conformeert. Dat moet je toch zeker zelf weten? Maar zo’n groep heeft ook iets moois. Je bent er voor elkaar.”

Heeft u bepaalde gebruiken overgenomen?

„Wat je daar leert, is respect hebben voor ouderen. Als je een oudere tegenkomt die kleiner is dan jij, loop je wat gebogen voor die persoon langs, uit respect. Op een gegeven moment deed ik dat automatisch ook bij mijn schoonmoeder. „Wat doe jij nou toch?” riep ze uit. Goed, zulke dingen leer je ook wel weer af als je terug in Nederland bent. Maar ik zal nooit meer met mijn voeten op tafel zitten. Met je voeten naar een ander wijzen kan in Thailand echt niet.”

Jullie oudste bleef na een verlof in 2013 achter in Nederland om het vwo af te maken. Hoe was dat voor u?

„Heel moeilijk. Ik heb zo’n beetje heel het verlof lopen janken. Toen het eenmaal zover was, ging het wel weer. We zagen ook wel dat het in Thailand klaar was voor haar. Ze moest naar school kunnen, vrienden maken. Het bleek desondanks een pittige tijd. Op een gegeven moment viel de beslissing om met het hele gezin terug te keren naar Nederland. Voor onze zoon viel dat niet mee. Hij had het in Thailand naar zijn zin. Marten en ik hadden zo weer onze draai gevonden, maar Henrick heeft daar meer tijd voor nodig gehad.”

Wat doet zoiets met een moeder?

„Ik heb dat altijd het lastigste gevonden van zendingswerk. Wij hebben de keuze voor het zendingsveld gemaakt, de kinderen niet. Tegelijk hebben ze er veel van geleerd, denk ik, een bredere blik gekregen. Maar als het met de kinderen niet lekker loopt, is dat moeilijk. Ik denk voor alle zendingsouders.”

Jullie kinderen zijn mission kids, kinderen van twee werelden.

„Dat merken we ook. Nederland is toch niet echt hun vaderland.”

Kunt u dat plaatsen?

„Als kind ben je verweven met de sociale structuur van de plaats waar je opgroeit. Onze kinderen zijn grootgebracht op het Thaise platteland, samen met hun Thaise vrienden, kinderen die met totaal andere onderwerpen bezig zijn dan hun leeftijdsgenoten in Nederland. Ze hebben een soort Dick Trom-jeugd gehad, die bestond uit rennen door de weilanden en kikkertjes vangen en dat soort dingen. Hier moesten zij zich voegen in een voor hen vreemde sociale structuur. Dat is nog best goed gegaan. Ze hebben echt een paar goede vrienden hier. Bovendien weet je niet hoe het gelopen zou zijn als ze in Nederland waren opgegroeid.”

„Ik verlang ernaar om weer met zending bezig te zijn”, appte u tijdens de voorbereiding van dit interview.

„Zending blijft mijn passie. Als er in De Waarheidsvriend verhalen te vertellen zijn over zending of evangelisatie, ga ik rechtop zitten.”

beeld RD, Henk Visscher

Kunt u voldoende uiting geven aan dat verlangen?

„Van mij zou dat nog wel vaker mogen dan nu gebeurt, maar daar is De Waarheidsvriend het blad niet voor. Ik zou me graag meer inzetten voor GlobalRize (stichting die zending bedrijft via internet, opgericht door Marten, EHvS). Er gebeuren fantastische dingen. Over de hele wereld komen mensen tot geloof. Toen we nog in Thailand zaten, schreef ik een chronologische Bijbelstudie, bedoeld als kennismaking met het christelijk geloof. Als mensen via de websites van GlobalRize het Evangelie leren kennen en meer willen weten, komen ze bij die cursus uit. We hebben verhalen gehoord van christenen die tot overgave of tot beter inzicht zijn gekomen. Als iemand aangeeft dat Jezus alles voor hem is gaan betekenen, stemt mij dat zo verwonderd. Dit is het nuttigste wat ik ooit geschreven heb in mijn leven.”

Dus het kriebelt...

Lachend: „Ja.”

Is het denkbaar dat u zich in de toekomst weer meer met zending gaat bezighouden?

„Dat is zeker mijn verlangen. Zending laat me niet los.”

Waar zou u dan op uw plek zitten?

„Ergens waar ik met de inhoud van het geloof bezig kan zijn. In Thailand schreef ik elke week een artikel voor GlobalRize met antwoorden op vragen over het geloof. Er moeten nog veel artikelen bij komen en ook de cursus heeft een vervolg nodig. Het liefst ga ik dus verder met het schrijfwerk.”

Waar heeft u uw theologische bagage vandaan gehaald?

„Na mijn studie psychologie volgde ik een missiologische opleiding aan het Tyndale Theological Seminary in Badhoevedorp om me voor te bereiden op de zending. Daar heb ik Bijbelkennis en theologische kennis opgedaan. Ik ben zeker geen theoloog hoor, maar ik kan wel wat zinnige dingen zeggen over sommige dingen in de Bijbel. En je kunt veel opzoeken hè.”

U zei eens dat u in Nederland een kerk zou willen planten. Draagt het Evangelie zoals dat in gevestigde kerken klinkt niet ver genoeg?

„Dat zei ik met het oog op buitenstaanders. Een kerk planten zou je misschien in een ander deel van Nederland moeten doen, niet hier op de Veluwe. Maar zelfs in een dorp als Wezep, waar veel kerken zijn, worden niet genoeg buitenkerkelijken bereikt met het Evangelie. Daarbij groeien jonge kerken het hardst. Zodra ze een poosje bestaan, vlakt de groei af of verdwijnt die. Dat alleen al is reden om een kerk te planten. Je moet je dan wel richten op buitenkerkelijken.”

Nieuwe kerken zuigen soms gevestigde kerken leeg.

„Ik kan me voorstellen dat dat naar is. Maar je kunt je ook afvragen: wat doen zij goed wat wij niet goed doen? Waarom gaan mensen daarheen?”

Omdat ze Opwekking of andere aanbiddingsliederen willen zingen, bijvoorbeeld.

„Ik weet niet of de keuzes van nieuwe kerken altijd goed zijn, maar laten we ze gebruiken als een spiegel om na te denken over de toekomst van onze eigen kerken. Ze hebben een visie. Wat kunnen wij daarvan leren? Dat vind ik een belangrijke vraag. Bovendien is er een enorme krimp gaande. De mensen die nu overstappen naar een andere kerk, zouden zonder die kerk misschien afgehaakt zijn.

Zijn wij bereid het roer om te gooien en bijvoorbeeld serieus in te zetten op onderlinge zorg? Moeten we de tweede dienst afschaffen en elke week Bijbelkring houden, of na de dienst met elkaar gaan eten? In Thailand waren we steeds bezig met de vraag hoe we het Evangelie zo konden brengen dat het zo weinig mogelijk drempels op zou werpen. Ik vind dat Nederlandse kerken daar zo weinig mee bezig zijn.

Sjaak van den Berg (directeur van de IZB, EHvS), schreef kortgeleden in De Waarheidsvriend dat krimp maar ook groei in de kerk iets doet met je godsbeeld. Daar waar de kerk groeit, waar pioniersplekken het goed doen, ga je meer verwachten van God. Dat was voor mij een eyeopener.”

Uw man Marten twittert veel. U niet?

„Twitter past niet bij mij. Ik heb het wel geprobeerd, maar ik werd er helemaal dol van. Twitter is het leukst als je op elkaar reageert. Tegelijk geeft dat veel onrust. Ik ben ook niet zo van het debat. Ik vind het leuk om meningen te lezen en mijn eigen mening te vormen, maar ik vind het niks om die meteen de wereld in te slingeren. Ik heb al genoeg onrust in mijn leven. Bovendien weet ik niet alles. Dan kun je wel een mening hebben, maar misschien is die wel heel eenzijdig.”

Heeft die terughoudendheid te maken met hoe u bent?

„Ik vind het fijn om een-op-een met mensen te praten. En de verbinding te zoeken. Dat is weer zo’n modern woord, maar goed. Ik denk dan wel goed na. Laatst zei een zus tegen mij: „Ik weet niet altijd hoe jij denkt, je reageert nadenkend.” Toch kan ik ook behoorlijk primair reageren. Dat vind ik onzin! Dat slaat nergens op! Over sommige onderwerpen heb ik een sterke mening.”

beeld RD, Henk Visscher

Welke thema’s zijn dat?

„Hoe dingen gaan in de kerkelijke wereld. Ik heb een hekel aan traditie om de traditie, zeker als het gesprek daar voortdurend over gaat. Hoewel ik begrijp dat kerkenraden zulke gesprekken soms moeten voeren. Helaas gaat het niet vaak over de missie van de kerk, dat zo veel mogelijk mensen over Jezus moeten horen, dat de kerk moet groeien.

Er mag ook meer onderlinge zorg zijn in de kerk. Wat zou het mooi zijn als we een soort wijkteams hadden, of dat je met een paar straten bij elkaar hoort om voor elkaar te zorgen. Dat lijkt me echt heel tof. Mensen hebben er behoefte aan gezien te worden. Dat merk je sterk.”

Waaraan merkt u dat?

„Marten is bezoekbroeder in onze gemeente, de Dorpskerk in Wezep. Het wordt zo gewaardeerd als hij langskomt of een bosje bloemen brengt als gemeenteleden een jubileum vieren. Mensen zijn soms tot tranen toe geroerd. Zulke dingen zijn niet voorbehouden aan kerkenraadsleden. Laten we dit als gemeenteleden oppakken.”

Is geslotenheid typerend voor christenen in de gereformeerde gezindte, voor Veluwenaren misschien?

„Dat weet ik niet, maar ik heb wel gezien hoe het anders kan. In Thailand is het taai om christen te zijn omdat 95 procent van de samenleving boeddhistisch is. Als je daar christen bent, heb je elkaar keihard nodig. Hier op de Veluwe zijn we vaak nog omringd door christelijke familieleden. Dat we geestelijke broeders en zusters zijn, zou best wat meer uit de verf mogen komen. In hoeverre vormen we een gastvrije, verwelkomende gemeente?

Waar ze hier overigens goed in zijn, is elkaar groeten. Dat mis ik in het westen nog weleens.

We hebben hier echt leuke mensen leren kennen. Ik word er blij van om kerkmensen te spreken en te zien. Van koffiedrinken in de kerk kan ik erg genieten. Hé, ik zou je beter willen kennen, denk ik dan. Maar hoe?”

U schildert en tekent graag. Wat wilt u vertellen met uw schilderijen?

„Hoe mooi de schepping van God is. Ik schilder meestal dieren. Hoe meer je weet van technieken en kleuren, hoe meer de natuur mij verwondert. Neem het turquoise en oranje van een ijsvogel, complementaire kleuren die elkaar versterken. Een recept voor succes. Wat een waanzinnige kleurencombinatie. Zo’n vogeltje is gewoon vliegende kunst! Een enkele keer maak ik een portret in opdracht.”

Ik heb al genoeg onrust in mijn leven, zei u zojuist. Wat zorgt er voor onrust?

„Er is veel gaande in mijn leven. Mijn dagen zitten behoorlijk vol. Werk, gezin en kerk vragen aandacht. Onlangs is er onverwachts een pleegkind bij ons komen wonen, de 15-jarige Nahom uit Eritrea. Er is ziekte in de familie. En ik wil ook nog tijd vinden om in de natuur te zijn of een goed boek te lezen.”

Hoe houden jullie tijd voor elkaar, als echtpaar? „Tja, hoe doen we dat... We zien elkaar best veel, want ik werk geregeld thuis en Marten ook. Dus dan zien we elkaar overdag. Als hij lange dagen van huis zou zijn, was het een ander verhaal.”

Raakt u weleens in paniek van die volle agenda?

„Het komt weleens op me af: hoe overleef ik deze week weer? Sommige activiteiten moet ik gaan schrappen, zoals de jeugdclub waaraan ik leidinggeef. Als ik in paniek dreig te raken, ga ik een eind wandelen. Zo houd ik mezelf op de been. Ja, dat kost tijd, maar dat is dan jammer. Eigenlijk had ik gewoon boswachter moeten worden.”

beeld RD, Henk Visscher

Esther Visser

Esther Visser-Den Hertog (1972) studeerde psychologie aan de Universiteit Utrecht en volgde een missiologische opleiding aan het Tyndale Theological Seminary. Samen met haar man, dr. Marten Visser, werkte zij vijftien jaar als kerkplanter in Thailand, namens de organisaties GZB en OMF.

Eind 2016 werd Visser-den Hertog benoemd tot eindredacteur van De Waarheidsvriend, het orgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk. Daarnaast is zij betrokken bij GlobalRize, stichting voor internetzending.

2015-07-25-KRK15-bijvisser-4-FC_webZendingsechtpaar Visser: Zending maakt je beter of bitter