Een plek waar het altijd lekker ruikt: kipkerrie met rijst

beeld Geertje Bikker-Otten
7

Het is een heimelijk genoegen om een uitgebreide collectie gedroogde kruiden en specerijen in huis te hebben. Al was het alleen maar omdat het in de la of het kastje waarin die potjes worden bewaard altijd lekker ruikt. Exotisch en prettig pikant, een soort melange van kruidnagel, kaneelstokjes, kardemom en nootmuskaat. Maar: een royaal assortiment kruidenpotjes kan een mens ook tot lichte wanhoop drijven. De plaats waar je ze bewaart wordt namelijk gemakkelijk een van de meest onoverzichtelijke locaties in huis.

Een la heeft als voordeel dat je er lekker veel potjes in kwijt kunt, maar aan de bovenkant van de dop is helaas niet altijd te zien welke specerij erin zit. Als je op zoek bent naar de kurkuma is de kans groot dat je eerst komijn, kaneel, gember, paprika, chilipeper of nootmuskaat op je weg vindt.

In een kast is het overzicht beter, omdat in ieder geval bij de voorste rijen de inhoud van een potje ook zichtbaar is. Maar dat geldt natuurlijk niet voor de achterste gelederen. Wil je een zuurkoolschotel met jeneverbessen maken, moet je daarvoor eerst het hele kastje leeghalen. Grote kans dat je dan ook nog op een paar ongeopende potjes kaneel stuit. Het punt is dat al die potjes zo op elkaar lijken. Wat helpt om er een beetje greep op te houden: afwijkende verpakkingen aanschaffen. Bijvoorbeeld de blikjes met kruidenmengsels van Jonnie Boer, die ook nog eens lekker ruiken.

beeld Geertje Bikker-Otten

Ingrediënten (voor circa 6 personen)

600 g kipdijfilet, 2 el bloem, 2 uien, 2 tenen knoflook, 1 rode peper, 1 rode paprika, 1 groene paprika, 1 bloemkool, 250 ml kokosmelk, 1 blik gepelde tomaten, 2-3 el kerriepoeder (bijvoorbeeld curry madras van Jonnie Boer), 2 el komijnpoeder, 1 el gemberpoeder, olie, peper en zout. Eventueel: een handje geweekte rozijnen of een in blokjes gesneden appel.

beeld Geertje Bikker-Otten

Bereiding

Snijd de kip in blokjes. Doe het vlees in een kom en bestrooi het met de bloem, de helft van de kerriepoeder en peper en zout naar smaak. Schep de blokjes om zodat ze rondom bepoederd zijn.

Snipper de uien en snijd de knoflooktenen fijn. Snijd de peper in de lengte open en verwijder de zaadjes. Snijd de peper in halve ringetjes. Snijd de paprika’s in stukjes. Verdeel de bloemkool in roosjes. Wie geen voedsel wil verspillen snijdt de stronk in stukjes – die is ook prima eetbaar.

Verhit een scheut olie in een grote braadpan op tamelijk hoog vuur. Bak de blokjes dijfilet daarin in twee of drie porties aan alle kanten bruin. Schep het vlees uit de pan en zet het even apart.

beeld Geertje Bikker-Otten

Schenk eventueel wat extra olie in de pan en temper het vuur. Doe de uiensnippers, de fijngesneden knoflook, de peperringetjes, de rest van de kerriepoeder en de komijn- en gemberpoeder in de pan. Laat dit mengsel een minuut of vijf op laag vuur fruiten tot de uien glazig worden.

Snijd de tomaten in stukken. Doe de kokosmelk en de tomaten met het sap in de pan en breng aan de kook. Voeg dan de paprika en de bloemkool toe. Roer goed om en laat alles met het deksel iets scheef op de pan zo’n twintig minuten pruttelen. Proef of er nog peper of zout bij moet.

Voeg voor een zoet accent vijf minuten voor het eind van de kooktijd een handje geweekte rozijnen of een in blokjes gesneden appel toe. Serveer met (basmati)rijst.