Duizendschoon

beeld Sarah van der Maas
4

Wie denkt dat ware schoonheid alleen vanbinnen zit, rekent deze dagen lelijk buiten de waard. Een massale herwaardering van rust, reinheid en regelmaat heeft het mensdom overspoeld, zodat de fabrikanten van Dove en Dettol plotseling behoren tot een vitale sector waarvan het lidmaatschap tot een paar maanden terug nog was voorbehouden aan hulpdiensten, defensie en kerncentrales. Maar #staysafe betekent ook: voor het eerst in dertig jaar de besneeuwde toppen van de Himalaya weer zien. Heldere sterrenhemels boven Chinese steden. Afvalloze kanalen in Venetië. Dat hygiënische en esthetische schoonheid dezelfde naam delen, is geen toeval. De positief geframede betekenis ”zuiver, mooi” en de negatieve benadering ”vlekkeloos, vrij van vuil” vormden al twee kanten van dezelfde medaille in de vroege middeleeuwen, een tijd waarin er met de zindelijkheid vaak zo achteloos werd omgesprongen dat er omtrent ”een schone jonkvrouwe” nog geen betekenisverwarring kon ontstaan. Pas later begonnen deze begrippen zich los van elkaar te ontwikkelen – een evolutie waarmee we, mijns inziens, hun samenhang dikwijls tekortdoen.

Doorleefde objecten kunnen schitterend zijn in hun vuilheid en verwering. Toch is er een verschil tussen herfstblad en jong groen, een zolder vol stofrag en een frisgeboende badkamer, de geur van muffe boeken en een vleugje Marseillezeep. Getekendheid troost – vernieuwing geeft uitzicht. Dit wordt geïllustreerd door een fenomeen dat besmet en besmeurd zich sinds jaar en dag met hardnekkige hoop tot zijn natuurstaat laat terugschrobben –de naam zegt het al–: het wasgoed.

Vuile was bestaat bij de gratie van zichzelf. Was het niet vies, dan was het geen was. Maar zoals de metamorfose een even groot onderdeel van de rups als van de vlinder vormt, zo kent ook een bemodderde spijkerbroek een stadium waarin hij een paar uur lang zowel was als goed is. Het letterlijk hoogtepunt van een trommel vol truien bevindt zich tussen twee knijpers.

Wasgoed. Het hangt zwaar naar de aarde, maar ademt de zon. De tijd tilt het op, laat het fladderen, zweven, klapperen. In een voorjaar waarin ”er even uit” de achtertuin betekent, moet de droogmolen plotseling wedijveren met Kinderdijk, maar eerlijk gezegd weet ik geen betere plaats om te verdwalen dan tussen de opstijvende kussenslopen, waar de wereld als een schaduwspel door het linnen schemert, koele schaduwen werpend in de plooien, de geur van rozen en duizendschoon wanneer een laken warm langs je wang strijkt.

Waarom geeft een volle waslijn zo’n voldoening? Misschien omdat het appelleert aan het menselijk verlangen om opnieuw te beginnen, het verleden weg te spoelen, de ene ademhaling met de andere te vergeten. Een telkens terugkerend tabula rasa, altijd tastend naar een oorspronkelijkheid die we nooit werkelijk gekend hebben.

Het houdt nooit op, verzucht de huisvrouw – maar is de lente eeuwig? Ligt in de afwisseling niet juist de grootste zegen? Een jurk die altijd schoon blijft, levert maar half zo veel genoegen als een exemplaar dat elke week uit zijn eigen kreukels herrijst.

Natuurlijk, maandag wasdag heeft met name de vrouwelijke helft van het mensdom al heel wat tijd, moeite en rugwervels gekost. Ik rep dan ook niet over roodgebarsten handen, lamgeschrobde spieren en platgemangelde vingers. Het proces van wassen kan een sleur, een last, een repeterend kwaad zijn. Maar het gewassen hebben! Een mand vol vochtige triomf, hoog opgetorst naar het droogrek gevoerd, terwijl het vuil onzichtbaar onder onze voeten weg gorgelt. Het wasemende katoen uitgeslagen, opgehesen, veelkleurig wapperend in de wind alsof het gevierd wordt. Overhemden die met opbollende panden langs de hemel zeilen, handdoeken tegen een zee van blauw, een regenboog aan sokken. Je hoeft de luister van de buitenwereld niet voor je geestesoog op te roepen. Het geluk hangt al aan de lijn.

Over de auteur

Sarah van der Maas (24) heeft algemene en sociale geschiedenis gestudeerd in Leiden en Groningen. Verhalen vertellen is haar passie: of die zich nu afspelen in een ver en vreemd verleden of gewoon om de hoek van de straat. Na de zomer verschijnt haar eerste historische roman.