De kringloopwinkel: een kettingbotsing van decennia

beeld Sarah van der Maas
4

Ik ben geen etalagejunk, maar één raam kan ik niet weerstaan. Zodra ik vanuit mijn ooghoeken bestofte leren koffers, rotan poppenwagens en wanstaltig Chinees porselein ontwaar, ben ik verloren.

Achter de deuren van de kringloopwinkel schemert een wereld van weleer – ongeordend, overvol, een kettingbotsing van decennia. Tennisballen naast tabaksdozen. Abdolah naast Aafjes. Modegrillen, boekenhypes en speelgoedrages spoelen hier terug in de ebstroom van de tijd.

Niets menselijks is mij vreemd. Eind 2017 waren er meer dan 1700 kringloopwinkels in Nederland, die dat jaar bij elkaar maar liefst 25 miljoen bezoekers trokken.

Maar waarom, vraag ik me af als ik de vrouw vóór me met een verheerlijkt gezicht twee foeilelijke stenen katten en een muf broodmandje zie afrekenen, worden mensen zo blij van andermans rommel?

Oud-Hollandsche krenterigheid speelt vast en zeker een rol. Daarbij geeft tweedehands winkelen je het nobele gevoel de strijd aan te binden met de consumptie- en wegwerpmaatschappij. Een vleugje nostalgie en het hoge ”weet-je-nog”-gehalte veranderen bovendien een kringloopbezoek van stoïcijns shoppen in een haast museale belevenis.

Toch is het vooral het altijd wisselende, kleurrijke en onverwachte assortiment dat zijn duizenden verslaat. Naar aanleiding van een documentaireserie over kringloopwinkels schreef de VPRO in 2017 een wedstrijd uit waarbij kijkers hun mooiste vondsten konden nomineren. Een vlugge blik op de inzendingen leert dat een artefact geen Mondriaan of een negentiende-eeuwse liefdesbrief hoeft te zijn om in deze Schattenkast te belanden – lees alleen al over de diepe sentimentele connectie die men kan voelen met een vergeeld Brabants landschap of een keramieken uil opgebouwd uit kroppen sla.

Wat een voorwerp bijzonder maakt, hangt vooral af van de intentie van de vinder. Het geoefend oog onderscheidt in het kringlooppubliek dan ook verschillende typen winkelaars.

Allereerst is daar de verzamelaar, die binnenloopt met zijn blik op oneindig, aangetrokken door een onzichtbare krachtbron die soms tussen de rommel en altijd in zijn gretige verbeelding verborgen ligt. Clownsbeeldjes, stripboeken, theelepels – hij weet ze moeiteloos te vinden. Verachtelijk trekt hij zijn neus op voor alles wat geen Wedgwood, Rip Kirby of echt zilver is. Met rappe handen doorzoekt hij de stapels, fileert ze of het zeebrasems zijn. Heeft hij beet, dan kleuren zijn wangen rozig en blinkt een kinderlijke glans in zijn ogen. Met twee handen tilt hij zijn vangst boven de massa uit, koestert haar een momentlang met de blik van een bruidegom in spe voor hij haar aan zijn boezem drukt. Vangt hij bot? „Kom volgende week wel terug”, mompelt hij in zijn kraag, terwijl hij met lange passen naar de uitgang beent.

Dan is er de interieurstyliste, die de gangpaden afstruint op zoek naar ”kijk-wat-ik-toevallig-tegenkwam”-artefacten als melkkannetjes en geelkoperen oliesnuiters („Wat het ís? Maar zie je dan niet dat het perfect met het behang matcht?”). Het progressievere type kun je bovendien zien rondsjouwen met fabriekskatrollen of wasmachinetrommels, nuttige objecten die later met vaardige handen zullen worden omgetoverd tot een creatieve kroonluchter voor de woonkamer of eethoek.

Of de slaatjesslaander, die systematisch de stellingen afgaat; geen voorwerp ontsnapt aan zijn speurende blik. Design voor een schijntje en antiek voor een prikkie verdwijnen in ijltempo en onder heimelijke blikken naar de kassa. Je hoort ’m denken: onnozele zielen...

Ten slotte: de schatgravers, die zich laten zich verrassen door het assortiment van het moment. Verwachtingsvol stappen ze binnen, vergapen zich aan antieke horloges, paraplubakken, theeserviezen, tot ineens –whám– de vonk overspringt. Ze blijven staan, lopen verder en keren op hun schreden terug. Wikken en wegen. Het huis al zo vol, de beurs te leeg. Nu even niet, zegt het verstand.

Soms draaien ze op de parkeerplaats al om.

Over de auteur

Sarah van der Maas (23) heeft algemene en sociale geschiedenis gestudeerd in Leiden en Groningen. Verhalen vertellen is haar passie: of die zich nu afspelen in een ver en vreemd verleden of gewoon, om de hoek van de straat. Momenteel werkt Sarah aan een historische roman.