Column: Roze olifant

Column Mariska Dijkstra
beeld iStock

Ik begin vandaag eens met een opdracht. Het is een gedachte-experiment dat vaker wordt gebruikt en dat deze week opeens bij me opkwam. Wie het kopje hierboven leest, weet misschien al wat ik bedoel: denk níét aan een roze olifant… Gelukt?

De opdracht moest ik ooit uitvoeren tijdens een cursus over doelen stellen. Het schijnt dat je je targets namelijk nooit negatief moet formuleren. De oefening kwam bij me boven toen ik deze week voor de kassa van de supermarkt stond.

Boodschappen doen vind ik leuk. En ik dwaal graag door onbekende supermarkten op zoek naar nieuwe of handige producten. Tenminste, vroeger. Nu vind ik winkelen een crime. Al zodra ik het schoongemaakte karretje beetpak, voel ik de spanning opkomen. Het blijft namelijk goed opletten. Moet je ergens voor teruglopen, dan weet je al dat het gedoe wordt, omdat er inmiddels andere mensen achter je in het gangpad lopen. En wil je elkaar passeren, dan houd je nooit 1,5 meter afstand.

Maar oké, ik ben blij dat ik inmiddels bij de kassa ben gearriveerd en ik parkeer mijn kar keurig achter de getapete streep op de grond. En opeens denk ik eraan. Nee, niet aan die roze olifant, maar aan de regels waaraan we ons sinds kort allemaal dienen te houden. Afstand houden is gelukt, dus die vink ik voor mezelf af, maar nu moet ik eraan denken dat je thuis moet blijven als je hoest of verkouden bent. En spontaan voel ik een kriebel opkomen. Wat nu?

Normaal zou je gewoon even in je hand (ik bedoel natuurlijk in je elleboog) kuchen. En dat is het dan. Maar nu lijkt dat kriebeltje een enorm ding te worden. Want nog voordat ik maar enig geluid heb gemaakt, komen alle mogelijke rampscenario’s boven. Dat de kriebel spontaan verdwijnt, zit daar dus niet tussen.

Gelukkig is er opeens de stem van mijn oude meester uit groep 8. Nee, niet in de winkel, in mijn hoofd. Hij had in dienst gezeten en kon daar geweldig over vertellen. Dat maakt indruk als je elf of twaalf bent. Eén les leek me goed om te onthouden: moest je niezen en wilde je niet opvallen bij de vijand, dan likte je met je tong langs je gehemelte. Weg kriebel.

De les kwam net op tijd terug in mijn gedachten. Bedankt, meester!

Hoesten en niezen zullen nog lang als verdacht worden gezien. Daarom deze wijze les: denk er gewoon niet aan (of lik met je tong langs je gehemelte).