Column: Op de fiets

Column Mariska Dijkstra
beeld iStock

Er zijn van die dingen die je niet snapt in het leven. Dat ze buiten Nederland geen hagelslag kennen bijvoorbeeld. Of drop... En hoe kun je nou zonder pindakaas of stroopwafels? Het is dan ook niet voor niets dat mensen die gaan emigreren, dit soort dingen vaak tussen de kleren in hun koffer stoppen. Lastiger weg te frommelen is een fiets. Terwijl je toch ook slecht begrijpt dat mensen buiten Nederland dáár zonder kunnen.

In coronatijd was de fiets voor veel mensen de enige ontsnappingsmogelijkheid. Fietsen biedt vrijheid en is gezond. Dat was zo en is gelukkig nog zo. Oké, als je heel hard gaat, is het goed om wat afstand te bewaren. Maar over het algemeen is bewegen en buitenlucht een uitstekende combinatie. En dan schijnt het niet eens zo veel uit te maken of er op je vehikel een motor zit of niet.

Toen de periode van thuiswerken begon, miste ik behalve de gesprekken met collega’s bij de koffieautomaat, ook mijn dagelijkse toertochtje naar kantoor. Zo’n 5 kilometer heen en 5 terug. Precies leuk om even wat frisse lucht te happen (als het waait soms heel letterlijk). En om zaken te overdenken die thuis of op de krant spelen.

Ik word gelukkig van fietsen. En ben niet de enige, blijkt uit een Amerikaans onderzoek. Ook al geven de onderzoekers er iets andere woorden aan. „Er bestaat een positieve correlatie tussen het aantal fietspendelaars en het geluk in steden.” En: „De bevolking in steden waar veel wordt gefietst, is niet alleen gelukkiger maar ook creatiever.” Kijk, dat verklaart veel.

Het is niet voor niets dat Parijs hard bezig is het aantal fietspaden uit te breiden en zelfs zegt fietshoofdstad van de wereld te willen worden. Ook in andere buitenlandse steden zie je zo’n verschuiving optreden. Zeker nu het coronavirus nog rondwaart en mensen liever niet in een overvolle tram of metro stappen blijkt fietsen dé oplossing.

Ik las inmiddels over een toenemend aantal paden in Valencia, in Berlijn, in Boedapest en Sevilla. Kijk, zo langzamerhand beginnen ze elders dus ook te snappen dat we in Nederland nog helemaal niet zo vreemd bezig zijn met onze 1,3 fiets per inwoner.

Nog even en de stroopwafelfabrieken schieten daar ook als paddenstoelen uit de grond. (Volgens mij las ik pas over initiatieven in die richting). Nu alleen de drop nog. Want naar mijn idee staat het onomstotelijk vast dat je ook van een zakje zwarte staafjes of muntjes gelukkig wordt. Al is het eten ervan helaas weer een stuk minder gezond dan het maken van een fietstochtje.