Column: Mijn eigen handelsoorlog met China

Telefoonwallet. beeld AMAZON.com

Al dagen had ik het internet afgestruind op zoek naar een nieuw telefoontasje met daarin ruimte voor betaalkaarten. Het oude was sleets geworden en de rits was kapot, dus het was tijd voor wat nieuws.

Na uren scrollen, had ik het juiste tasje gevonden. Gemaakt van echt leer en met ruimte voor meer creditcards en bankpassen dan een multinational in bezit kon hebben. Dit moest hem worden. In m’n hebberigheid maakte ik gebruik van een betalingsmogelijkheid waardoor ik met één klik van de muis langs de kassa kwam. Tot m’n grote verbijstering meldde het scherm dat de betaling al was gedaan, terwijl ik niets meer zag van het product dat ik gekocht had. Verbaasd keek ik naar de lege vakjes op het scherm die normaal gesproken het leveringsadres bevatten. Er stond niets.

Paniekerig ging ik naar het overzicht van m’n activiteiten op de betaalapp. Daar was het geld inmiddels netjes afgeschreven. Het bedrijf waaraan betaald zou worden, was een verzameling van Chinese lettertekens. Helemaal onderaan de site stond een mailadres met iets van Xing in de naam. Wanhopig mailde ik daar naar toe om te vertellen dat ik een product had betaald, maar dat ze in China waarschijnlijk geen idee hadden om welk product het ging en waar het naar toe moest. Terwijl ik op de verzendknop drukte, realiseerde ik me dat ik nu dus m’n eigen handelsoorlog met China had. Want dit geld was verdwenen en dat telefoontasje van zuiver leer zou me nimmer bereiken. Meneer Xing bestond waarschijnlijk niet eens. En dat hij ooit wat van zich zou laten horen, leek me net zo onwaarschijnlijk als dat president Trump mij advies zou vragen over de handelsoorlog met China.

En toen, zomaar ineens was er op een ochtend die mail. Een hartelijk schrijven van meneer Xing waarin hij me in het Engels aansprak met ”Beste vriend”. Ik moest echt even slikken. Hij schreef me dat de bestelling was ontvangen en dat het verzendproces al in gang was gezet. Ontroerend.

Het tasje is nog niet gearriveerd, maar het lijkt er op dat ik de straf voor m’n hebberige gemakzucht ontloop. En het mooiste is dat ik in meneer Xing nu een vriend heb in China. Zeker, de kans dat er in dat land nog 100 miljoen mensen Xing heten, is groot. Maar een kniesoor die daarop let.