Column: Genieten

beeld iStock

Er staat een lange rij voor de balie van het wokrestaurant. Je kon voor vijf uur of voor half zes boeken, dus logisch dat iedereen tegelijk komt. Een dame begeleidt ons na onze betaling naar een tafel. Twee personen, die passen wel ergens in een hoek. We krijgen een kaartje mee, waarop tot op de minuut nauwkeurig staat hoe laat we inboekten. Twee uur hebben we. En de tijd is nu ingegaan.

Het avondje wokken is een verlaat cadeau voor een van onze zoons. Hij was na heel veel stress toch nog overgegaan. En ik had hem een etentje beloofd, als dat zou gebeuren. McDonalds? probeerde ik nog. Maar nee, dat is op een bepaalde leeftijd niet meer stoer.

Daar zitten we dus. Nou ja zitten... Even praten met een drankje? Daar is geen tijd voor. De tijd loopt. En wij daarom ook.

Het buffet staat vol: soep, salade, vis, wild, sushi. Met wat moet je beginnen? Met ijs, vindt zoon. Smurfenijs. Een grote bak, want ja. Thuis mag dat niet.

Ik zou het liefst ook ‘zoet’ beginnen, maar houd me in. Wat tomaatjes, een beetje salade, een stokbroodje met kruidenboter. Er moet tenslotte nog wat ruimte overblijven.

We lopen nog een keer. Patat met babi pangang. Waarom ook niet. Een satéstokje erbij. En wat mayonaise. En een paar losse boontjes, voor de nodige vitamines.

Na zo’n veertig minuten is de bodem gelegd. Zelfs mijn zoon is het ermee eens dat we even rustig aan moeten doen.

Nu de echte trek voorbij is, begint de aanblik van die enorme tafels vol eten wat gênant te voelen. Net als klanten die maar af en aan blijven lopen. „Daar gaan ze weer”, fluisteren we naar elkaar.

Maar eerlijk is eerlijk, ook wij lopen even later nog een keer naar het buffet. Er komt een soort opgejaagdheid over ons. Het kan. Nu. Dus voelt het fout om gewoon rustig te blijven zitten en na te genieten van wat je net at. Terwijl ook dát een belangrijk onderdeel van een gezellig etentje is.

Het is geen onbekend gevoel. We leven in een land met ongekende mogelijkheden. Het is net als een buffet vol lekkers, waarbij we maar niet kunnen kiezen en toch alles willen. We maken geen tijd om dankbaar te zijn, om rustig te genieten van alles wat we al hebben. Opgejaagd door de mogelijkheid om nog méér te krijgen.

Hoog tijd voor een laatste kopje thee, of glas cola (voor hem). Met een goed gesprek.