Column: Francofiel

beeld iStock

Ik loop de hele week al fluitend door het huis en ben niet boos te krijgen. Hoe dat komt? Geen idee. Of misschien toch wel. Het moet te maken hebben met dat ene berichtje van de Franse overheid. Het is namelijk rond. Toeristen mogen weer komen. En ook Nederland zette het reisadvies voor dat land van oranje op geel, wat betekent dat je Frankrijk weer in mag. Als je je tenminste aan de nodige regels houdt.

Het is nog de vraag of we ook echt zullen gaan, dit jaar. Maar het idee dat het kan, dat het mag, daar word ik blij van.

Ik zie me in gedachten over een paar weken al ’s morgen door zo’n stil dorpje lopen, op weg naar de plaatselijke boulangerie. Een grote tas over m’n schouder, om straks de nog warme stokbroden in te kunnen vervoeren. De middeleeuwse straatstenen onder mijn dunne slippers. Ik ruik versgebakken croissants. En voel de eerste zonnestralen. Kijk, daar worden de eerste luiken –met blauwe, afgebladderde verf– opengeklapt. Een oudere dame in een roze bloemetjesjurk knikt me vriendelijk toe en roept ”Bonjour” als ik voorbij haar balkon loop. Een gebogen man loopt met zijn jeu de boules set richting dorpsplein om nog gauw een balletje te kunnen gooien voordat het hem te warm wordt. En ik neem eenmaal binnen in de bakkerij toch ook die lekker ruikende croissants met chocolade nog maar mee.

Deze beelden zie ik voor me als ik in de stoel bij de tandarts aan iets fijns probeer te denken. Want zodra ik bedenk dat ik door zo’n typisch Zuid-Frans dorpje slenter, voelt alles minder pijnlijk.

Frankrijk is voor mij synoniem met lekker niets doen. Daar zal het door komen. Ik heb herinneringen aan mijn tienertijd waarin ik in een tentje uitzicht had op een kabbelende rivier, waar je overdag uren in kon zwemmen en ’s avonds aan de rand van het water steentjes ging keilen met campingvrienden. Zo’n mooie associatie met een land hou je blijkbaar je hele leven vast.

Gaan we, dan zullen er ook dit jaar nieuwe herinneringen bij komen. Ik hoop niet dat dat alleen beelden zullen zijn van lange rijen mensen voor de supermarkt, omdat het maximum aantal bezoekers inmiddels binnen is. Of van boze wachtenden bij een zwembad, die mij het water uit kijken, omdat ik er ‘al’ een half uur in zit en zij nu ook wel eens willen afkoelen. En zeker niet van een Frans ziekenhuis...

Want het is natuurlijk maar de vraag of je daar bij de tandarts aan wilt denken.