Broodjes met kaas bakken op de barbecue

beeld RD
8

Er is iets waar ik me oprecht over verbaas: barbecues. En dan met name veelvuldige barbecues. Ik ontzeg niemand zijn pleziertje, ik zou niet durven. Maar wie doet het zichzelf nou aan om een paar keer in de week of vaker te stuntelen met moeilijk te temmen vuur, met weerbarstige sjaslieks en met walmende rookvlagen?

Ook wij halen een paar keer per jaar onze laag-bij-de-grondse maar degelijke picknickbarbecue van stal (ooit een kerstcadeau). Dan genieten we, zeker de paar fanatieke vuurliefhebbers onder ons. Maar altijd komt het moment waarop man en ik elkaar aankijken. Waarom dóén we dit eigenlijk, denken we dan. Kijk, het idee van buiten koken is natuurlijk prachtig. Maar in de meeste gevallen sta ik vooraf net zo lang in de keuken als normaal (want een paar lekkere salades horen er natuurlijk wel bij). Bovendien rennen de kinderen overenthousiast rond (eh, van tafel) en zit je na afloop met rommel in de tuin, zooi in de keuken en met doorrookte haren en kleren.

Ik denk dat het vooral de geur is, die geroosterde vleesgeur, die ons aanzet om toch de kooltjes, de vleestang en het schort op te diepen. Die geur (en de smaak) van op vuur gegaard vlees is onvervangbaar.

Schranspartijen met karbonades, worstjes en hamburgers proberen we te mijden. Maar een goed vleesspiesje op z’n tijd, mmm. Zelfgemaakte broodjes erbij, vers van de barbecue. Met een blokje kaas erin dat smelt boven het vuur. Ze moeten even rijzen, maar in die tijd maak je prima een salade, voor een afwisselend menu.

En het kan natuurlijk nog mooier, want die barbecue is heus voor meer geschikt dan voor louter vlees. Hele aubergines tussen de kooltjes zwartblakeren, bijvoorbeeld (en dan de zacht geworden, rokerige binnenkant opeten!). Of, zoals kok en kookboekenmaker Julius Jaspers in zijn nieuwste kookboek ”Simple Smart BBQ” laat zien: een hele rode kool (nou ja, met de stronk eruit gesneden) op een halfvol blikje bier laten garen. Zou zomaar kunnen dat dat hier het volgende project wordt.

BBQ-broodjes met kaas

Ingrediënten (voor 15 broodjes)

- 500 g bloem

- 300 ml handwarm water

- 8 g zout

- 8 g suiker

- zakje instantgist (7 g)

- blokjes jonge kaas (in totaal 200 á 250 g)

Bereiding

Doe alle ingrediënten in een kom. Kneed in ongeveer een kwartier een soepel deeg (dit kan heel goed in de keukenmachine met deeghaak). Laat het deeg een klein uur rusten, afgedekt met een schone theedoek.

Sla het deeg door om de ontstane luchtbelletjes te verdelen. Doe dat door een paar keer stevig met je vuisten op het deeg te stompen (maar ga niet opnieuw kneden!). Verdeel het deeg in 15 stukjes. Pak een stukje deeg en draai het tot een bolletje. Maak het plat en leg een stukje kaas op het deeg. Sluit het bolletje nauwkeurig, zodat het straks niet gaat lekken op de barbecue. Bol het tot een mooi strak broodje. Leg alle bolletjes, met wat ruimte tussendoor, op een bakblik en dek opnieuw af met de theedoek. Laat ze ongeveer 45 minuten staan, iets langer mag ook. Steek intussen de barbecue aan – en zorg voor een rustig vuurtje.

Leg de broodjes op de barbecue, op een matig warme plek (dat kan even zoeken zijn). Met een minuut of 10, 15 zullen de broodjes gaar zijn. Een precieze baktijd is moeilijk aan te geven, omdat de temperatuur nogal kan wisselen.

Tip: maak het broodje nog lekkerder door er met de kaas ook een reepje geroosterde paprika en/of courgette in te vouwen.