Bloedprikken

Bloedprikken. beeld iStock

Als je op mijn leeftijd het aantal bezoeken aan de huisarts met gemak op de vingers van twee handen tellen kunt dan ben je of een gezegend mens of een zorgmijder.

Ik ben het allebei. Voor dat eerste ben ik dankbaar, op dat tweede zeker niet trots. Ik begrijp mensen niet die bij het minste of geringste naar de huisarts rennen. Maar, toegegeven, zelf ben ik het anderste uiterste. Wat vanzelf gekomen is, zal ook wel weer vanzelf verdwijnen, denk ik altijd als er iets is. En als een ongemak echt te lang overlast geeft, heeft het m’n voorkeur de zaken telefonisch af te handelen met de doktersassistente. Die kent me inmiddels en meende onlangs dat het tijd werd eens bloed te prikken. „Even lekker op alles prikken”, zo probeerde ze me te verleiden. Gelukkig kon ze m’n gezicht niet zien.

Bloedprikken hoeft tegenwoordig al lang niet meer altijd in het ziekenhuis. Letterlijk een straat van m’n huis bleek een medisch centrum te zijn waar je van acht tot negen uur bloed kunt laten afnemen en andere lichaamsstoffen kunt afgeven.

Ik arriveerde nog voor acht uur en dacht dat ik zo door zou kunnen lopen. Niets was minder waar. De wachtkamer zat stampvol. In de hoek stond een nummertjesmachine, die je ook bij populaire bakkers of snackbars ziet. Aan de muur hing een digitaal aftelbord en ik keek verbijsterd van het nummertje in m’n hand naar het getal dat op het bord stond. Dit ging nog wel even duren.

Ik kwam op een bank langs de muur te zitten, ingeklemd tussen een dame en een heer die allebei graag een praatje wilden maken en, omdat ik niet toehapte, me ongetwijfeld een stug mens vonden. Maar ik wilde niet praten, maar luisteren naar de gesprekken in deze medische bubbel. Het ging natuurlijk heel lang over Ruinerwold en iets korter over de boerenprotesten.

Een vrouw liet, toen het even stil was, een zilveren band zien rond haar pols. Die zat daar vanwege artrose. „En ik kreeg er een poetsdoek bij want het is echt zilver.” Hilariteit alom.

Ondertussen telde het bord aan de wand af en verdween de een na de ander in het prikhokje. Na dik 40 minuten was ik aan de beurt. Een paar minuutjes later was het prikken gepiept en teruglopend naar huis kon ik alleen maar constateren dat we onvoorstelbaar bevoorrecht zijn met een gezondheidszorg die zo goed bereikbaar en georganiseerd is en waar medisch personeel ondanks drukte en stress toch zo vriendelijk blijft.

Zo werd bloedprikken op een nevelige herfst-ochtend zomaar een les in dankbaarheid.