Blaren zijn het probleem niet

Wandelaars
beeld Johannes Visscher

Ik ging af als een gieter.

Ons plan was, september 2000, om voor de eerste keer mee te lopen met de ZtotZ-tocht. Die afkorting staat voor Zeewolde tot Zeewolde. Bedoeling van die wandelmarathon is dat je binnen 24 uur 110 kilometer aflegt. Je start in Zeewolde en na een lange ronde door de polder finish je daar ook weer. Na iedere 6 kilometer is er een rustpost waar je wat kunt eten en drinken. Waar je wordt aangemoedigd. Een paar honderd mensen doen er mee.

Vol goed moed begonnen we die vrijdagavond 19.00 uur de looptocht. Ons wandeltempo lag best hoog: een kilometertje of 7 tot 8 per uur. Ik zou dit varkentje wel even wassen. Lang verhaal kort: na ruim 70 kilometer moest ik er de brui aan geven. Het wordt lastig als er bij iedere stap een pijnscheut door je vermoeide lijf vliegt. De huisarts inspecteerde later de bult op mijn wreef. Het was iets met een ontstoken pees.

Extra wrang: mijn kameraad buffelde wel door en strompelde na 110 kilometer net binnen de 24 uur over de eindstreep in Zeewolde. Daar kun je mee thuiskomen.

Ik leerde: hardlopers zijn doodlopers. Blaren zijn het probleem niet op dit soort tochten. Die knappen vanzelf wel open, of die prik je lek. Pleister erover, je voelt het nog even schuren, maar verder niks aan de hand.

In latere jaren kon ik de ZtotZ-tocht wel telkens uitlopen. Ons jaarlijkse afpeigerdagje in september. Het luie kantoorzweet eruit. Vechten met jezelf. Pijntjes verbijten. Natte sokken verwisselen. Kilometers aftellen. Mopperen op die oneindige, kale polderwegen. Gezelligheid.

Je wilt zaterdagmorgen om 7 uur, na 12 uur te hebben rondgesjouwd in de polder, het liefst lang slapen. Maar dat kan dus niet. Lopen zul je. Verstand op nul, blik op oneindig. Weer of geen weer. Met training, goede schoenen en een beetje doorzettingsvermogen kom je een eind.