Biologisch-dynamische landbouw: de wereld achter Demeter

Foto André Dorst

Een deel van de ecologische landbouwproducten is niet alleen biologisch, maar ook dynamisch geteeld. Door boeren die rekening houden met onzichtbare krachten, die invloed uitoefenen op vee en veld. Kan een christen hun granen en groenten wel eten? Een blik in de wereld achter het keurmerk Demeter.

In Duitsland kun je producten met het Demeterkeurmerk bij de ALDI zien liggen. Het bewijst dat de biologisch-dynamische landbouw bij de oosterburen stevig wortel heeft geschoten. Op vaderlandse bodem is dat veel minder het geval. Hier moet je voor Demeter bij natuurvoedingswinkels zijn.

Daar staat tegenover dat Nederland de Warmonderhof heeft: de enige Europese mbo-opleiding voor biologisch-dynamische landbouw. De tachtig voltijdstudenten, afkomstig uit meerdere werelddelen, wonen, leren en werken op dezelfde locatie. Rond school en internaat zijn een tuinbouwbedrijf, een akkerbouwbedrijf en een melkveebedrijf gevestigd. Ze worden gerund door zelfstandige ondernemers, die de grond en de opstal van stichting Warmonderhof pachten.

Het instituut in Dronten valt formeel onder het christelijke Groenhorst College. Een spannende combinatie, erkent docent bodemkunde en plantenteelt Meindert Bruinsma. „Er zijn nogal wat christenen die niets van ons moeten hebben.” Zelf is de Friese leerkracht van oorsprong gereformeerd. Vanwege de Bijbelse roeping tot goed rentmeesterschap stapte hij van de gangbare landbouw over naar de biologische teelt. Geleidelijk kwam hij in de biologisch-dynamische (bd) sector terecht. Zijn levensovertuiging verkleurde mee: van gereformeerd naar antroposofisch. Bij alle verschillen ziet Bruinsma tal van overeenkomsten. „Ook in de antroposofie zijn we met het wezen, het geestelijke van de dingen bezig. Het blijft moeilijk om dat in woorden te vatten. Zelfs intern levert het discussies op.”

Informatie

De kern van de antroposofie (zie kaders) vat Bruinsma samen met het woord ”ontwikkeling”. „We komen voort uit het geestelijke en bewandelen op deze aarde een weg die ooit weer zal eindigen in het geestelijke. Maken we de juiste keuzes, dan kunnen we met z’n allen betere mensen worden.” Een deel van zijn collega’s denkt daarbij aan reïncarnatie, maar daar heeft de docent bodemkunde niets mee. „Net als in het christendom heb je in de antroposofie dogmatische en vrijere figuren. Ik behoor tot de laatste categorie.”

In Nederland wordt op pakweg 1 procent van het landbouwareaal biologisch-dynamisch geboerd. Vaak uit puur pragmatische overwegingen. De afzet van Demeterproducten is goed georganiseerd en de prijzen zijn beter dan die van producten uit de reguliere landbouw. Een deel van de pragmatisch ingestelde bd-boeren gaat geleidelijk toch antroposofisch denken, is de ervaring van Bruinsma. „Als je het gebruik van chemische middelen staakt, ontstaat binnen de geest blijkbaar een gevoeligheid voor het spirituele. Dat wil je verder ontwikkelen.”

Alle docenten en ondernemers van de Warmonderhof werken vanuit een antroposofische visie. Die wordt van de leerlingen niet verwacht. Het overgrote deel komt binnen vanwege het biologische karakter van de opleiding. Toch raken veel studenten in de loop der jaren ook geboeid door het dynamische element. „De bodem is veel meer dan een container vol mineralen”, zegt Bruinsma. „Er zit informatie in. Die moet je op de juiste manier voeden.”

Organisme

In de antroposofische visie is een landbouwbedrijf niet in de eerste plaats een economische onderneming, maar een organisme. Het gemengde bedrijf wordt als de ideale vorm gezien. Centraal staan bevordering van de bodemvruchtbaarheid en versterking van de natuurlijke groei. Essentieel is het gebruik van compost.

Door de hoge grondprijzen ontkomen ook de bd-boeren in Nederland –net als hun collega’s in de reguliere landbouw– niet aan specialisatie. Wel blijven ze zoeken naar een combinatie van gewas en dieren. „Omdat wij geloven dat dieren door hun aanwezigheid een toegevoegde waarde hebben. De informatie die planten uit de grond opnemen, komt in de koeien. Zij versterken de informatie en geven die via de mest aan de grond terug. Die kringloop is van wezenlijke betekenis.”

De inhoud van de ”informatie” blijkt lastig te benoemen. Iedere boer heeft volgens Bruinsma een „eigenheid.” „Dat geldt ook voor de grond, de gewassen en het vee. De wisselwerking geeft een versterking van de eigenheid, waardoor het bedrijf zich prettig voelt.” Economisch gezien levert dat niet bijster veel op, maar spiritueel wel, meent de antroposofische docent. „In de gangbare landbouw zijn we gewend in kilogrammen te denken. In de biologisch-dynamische landbouw staat de kwaliteit voorop. Die wordt niet alleen bepaald door wat je in het laboratorium kunt meten. Het gaat ook om de kosmische kwaliteit. We ontwikkelen ons aan het eten.”

Zaaikalender

De Duitse Maria Thun ontwikkelde op basis van de stand van de maan ten opzichte van de tekens van de dierenriem een zaaikalender. Daarop staan de ideale momenten voor het zaaien of poten van diverse gewassen aangegeven. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, zijn biologisch dynamische boeren niet verplicht zich eraan te houden. Dat geldt wel voor het gebruik van zogenaamde preparaten. Het bekendst is preparaat 500. In het najaar wordt een met mest gevulde koehoorn in de akker begraven. Volgens de antroposofische gedachtegang neemt de hoorn astrale en etherische krachten uit de kosmos op. In het voorjaar graaft de bd-boer de hoorn weer op en deponeert de veraarde mest in een ton met water, waarna hij een uur lang in het mengsel roert om het te ”vitaliseren”. Na deze behandeling wordt de verdunde mest over het veld verspreid, om de aarde ontvankelijker te maken voor kosmische krachten.

De niet-antroposofische bd-boeren lachen om dit ritueel en kiezen voor een ander preparaat. Bijvoorbeeld valeriaan dat aan de compost wordt toegevoegd. Of kiezelpreparaat: fijngemalen basalt vermengd met water. „Dat wordt ook in de gangbare landbouw gebruikt, tegen luizen”, verklaart Bruinsma. „Daardoor ligt het minder gevoelig. Ook bij ons zijn de preparaten voortdurend onderwerp van discussie.” Voor de antroposofische bodemkundige ligt de kracht ervan in de aandacht die eraan wordt besteed „Sta je in alle rust te roeren in die ton, dan heb je gelegenheid om na te denken. Ook dat is ontwikkeling.”


Aanvaarden of afwijzen

De vraag of een christen zich mag voeden met kost uit de ‘stal’ van Steiner wordt verschillend beantwoord. Kern van de discussie is of ideeën, producten en diensten onlosmakelijk verbonden zijn met de religieuze oorsprong. Volgens de meeste evangelische christenen is dat inderdaad het geval. Dat leidt tot een radicale afwijzing van alles wat te maken heeft met oosterse religies. Het zwakke punt daarvan is gebrek aan besef van het antireligieuze in het westerse denken. Daarin is de materie tot het een en al verheven. Reformatorische christenen zijn geneigd pragmatisch te denken, waardoor ze het gevaar lopen occulte beïnvloeding te onderschatten. Illustratief is de klakkeloze acceptatie van soms zeer aanvechtbare alternatieve therapieën.

Voor een Bijbelse beoordeling van producten uit de biologisch-dynamische landbouw is de uiteenzetting van Paulus over offervlees relevant. De rituelen die hebben plaatsgehad, zijn voor de apostel niet van betekenis. Als offervlees bij de slager ligt, is het gewoon vlees. Hetzelfde kan worden gezegd van producten uit de biologisch-dynamische landbouw. De apekool in het teeltproces mag worden ontmaskerd, de aandacht die bd-boeren aan vee en gewas besteden verdient waardering.

Wat christenen in ieder geval met antroposofen gemeen hebben –of gemeen zouden moeten hebben– is besef van verantwoordelijkheid voor de schepping. In dat licht bezien is het nuttigen van biologisch-dynamisch geteelde bloemkool beter te verdedigen dan het consumeren van eieren uit de bio-industrie. En belegt een christen liever bij Triodos Bank dan in giftige producten van gangbare bankiers die uit zijn op zelfverrijking.

www.bit.ly/IeTKry voor een artikel (uit 1979) van de hervormd-gereformeerde dr. I. Boot over alternatieve landbouwmethoden.


Vader van de antroposofie

De Oostenrijkse filosoof, schrijver, architect en pedagoog Rudolf Steiner (1861-1925) verwierf internationaal naam als grondlegger van de antroposofie. Die definieerde hij als „een weg van kennis die het spirituele element in de mens wil leiden naar het spirituele in het universum.” In zijn denken werd Steiner sterk beïnvloed door de Duitse wetenschapper, schrijver en filosoof Goethe, en door oosterse religies. Hij werkte zijn ideeën uit op verschillende terreinen, zoals het onderwijs, de geneeskunde en de landbouw. Volgens Steiner is er samenhang tussen aardse processen (in en buiten de mens) en kosmische krachten. Zo gaat de antroposofische geneeskunde ervan uit dat de mens een geestelijk wezen is, dat zich met een lichaam verbindt om het leven op aarde vorm te kunnen geven.

In 1912 werd de antroposofische vereniging opgericht. Een jaar later begon de bouw van het door Steiner ontworpen Goetheanum in Dornach bij Basel. Nadat deze houten ‘tempel’ van de antroposofen in 1922 tot de grond toe afbrandde, verrees een tweede Goetheanum. Nu van beton. Er worden onder meer conferenties over antroposofische onderwerpen gehouden.

In 1921 richtte Steiner het bedrijf Weleda op, genoemd naar een Keltische priesteres. Het Zwitserse bedrijf produceert tegenwoordig zo’n 3500 natuurgeneesmiddelen en meer dan negentig producten voor lichaamsverzorging. De pedagogische opvattingen van de antroposofie worden gepraktiseerd in het vrijeschoolonderwijs. Leerkrachten dienen volgens Steiner de ”zielenkracht” van het kind te stimuleren. In de agrarische sector krijgen zijn ideeën gestalte binnen de biologisch-dynamische landbouw. Ook de in 1980 opgerichte Triodos Bank heeft zijn wortels in de antroposofische beweging. Kernwoord van deze bank is duurzaamheid.