Bijkomen in de bergen van Livigno

10

Verscholen in de bergen van Italië, vlak bij de grens met Zwitserland, ligt het kleine dorp Livigno. Een groot deel van het jaar wintersportoord, in de zomer de perfecte uitvalsbasis voor een lange bergwandeling. Omringd door frisse berglucht, dennen-bossen, groene valleien en besneeuwde bergtoppen.

De route naar het bergdorp is al een ervaring op zich. Livigno is te bereiken via een tunnel bij de Zwitserse grens. Automobilisten wachten in een rij hun beurt af; de tunnel is zo smal dat alleen eenrichtingsverkeer mogelijk is. Elk kwartier verandert de rijrichting. Na het donkere ritje dwars door een berg ontvouwt zich aan het einde van de tunnel een prachtig uitzicht op een heldergroen stuwmeer met op de achtergrond besneeuwde bergtoppen. Een paar haarspeldbochten later rijd je het dorp in.

Livigno ziet eruit zoals de meeste wintersportgebieden in de zomer: een langgerekte straat met daarlangs chalethotels, overal kleurige roze-witte bloemen, sportwinkels, mensen die in wandelkleding op het terras van een cappuccino genieten en hier en daar een grote hijskraan. De zomer duurt hier maar een paar maanden, dus in deze sneeuwvrije periode worden alle bouwwerkzaamheden verricht. Het dorp is een belastingvrije zone. Waarom? Dat weet niemand meer precies, maar het heeft waarschijnlijk te maken met de eeuwenlange armoede in deze regio en het feit dat het gebied vroeger moeilijk te bereiken was in de winter. Vandaag de dag is daar niets meer van te zien; in het hoogseizoen arriveren zo’n 13.000 toeristen om te skiën en te snowboarden. In de zomermaanden is er van die drukte weinig te merken. Wie hier nu komt, doet dat om te wandelen of te mountainbiken. In de omgeving van Livigno ligt 1500 kilometer aan wandelroutes en fietsroutes.

Opties zijn er genoeg: van korte en gemakkelijke wandelroutes tot gevaarlijke trektochten die je alleen samen met een gids mag ondernemen. Kies verstandig: de kans is groot dat je definitie van ”gemakkelijk” heel anders is dan die van een ervaren wandelaar die al zijn hele leven in de Italiaanse Alpen woont.

Bergtoppen

Vandaag staat er een „leuke en korte” wandelroute op het programma, aldus de enthousiaste gids. Duur: slechts vier uur. Onder aan de berg begint de route relatief rustig. Het pad kronkelt door een dicht dennenbos. Overal is het geluid van ruisend bergwater te horen. Het kolkt over de stenen en zoekt zijn weg naar beneden. Hier en daar is een houten bak neergezet om het water in op te vangen. Ideaal voor de dorstige wandelaar die zijn fles wil bijvullen. IJskoud, helder bergwater; daar kan geen waterzuiveringsinstallatie tegenop.

Als je hoger komt, maken de bomen plaats voor uitzichten op groene valleien en besneeuwde bergtoppen. Na elke bocht is het weer een verrassing wat er te zien is. Hier en daar klinkt het geruststellend geklingel van koeienbellen. De koeien die op een helling staan te grazen kijken kort op en eten dan onverstoorbaar verder.

De gids wijst op een steile helling die is begroeid met dennenbomen. In het midden is een bruine streep zichtbaar, van een lawine die in de winter haar pad naar beneden zocht en alle begroeiing heeft vernield. Naast het pad staat een klein gedenkteken, met de foto’s van twee jonge mannen: inwoners van Livigno, die in de winter bij een gevaarlijke skiafdaling om het leven kwamen.

Na een paar uur wandelen krijgen we zicht op een grote berghut. Bij dit restaurant verzamelen hongerige wandelaars en fietsers zich om na al die beweging te genieten van een groot glas bier en een hamburger. De zon schijnt, de jassen gaan uit en dan maar genieten van het uitzicht. De weg terug moet nog maar even wachten.

Wijn

Behalve om de wintersport en de wandelroutes staat het Italiaanse dorpje ook bekend om zijn culinaire evenementen. Zo vindt één keer per jaar de Sentiero Gourmet plaats, een culinaire wandelroute dwars door de dennenbossen van Livigno, waarbij alle topchefs uit de regio gerechten bereiden voor de deelnemers. De wandelaars worden verdeeld in kleine groepjes. Tijdens de route, die zo’n 5 kilometer lang is, kom je langs verschillende punten waar je steeds ander eten voorgeschoteld krijgt.

Twee dames in traditionele klederdracht leiden de groep door de schemering over een grindpad. Het eerste eetpunt bevindt zich midden in een vallei. Twintig boomstammen staan in een cirkel klaar; ze dienen vanavond als tafels. Terwijl een groepje serveersters langsloopt met de eerste voorgerechtjes, legt een chef in zangerig Italiaans uit welk eten er voorgeschoteld wordt. Geen idee wat er gezegd wordt, maar het klinkt prachtig. De gids fluistert een Engelse vertaling in onze oren. Lasagne met ricotta van geitenmelk en saffraan. Een gerechtje met mango, gele peper en witte chocolade. Kappertjes met tomatengelei. En dat zijn alleen nog maar de voorgerechten.

Tijdens de route volgen nog tien eetpunten, op bijzondere plekken. Zo bevindt de derde stop zich in een tent die is volgehangen met bloemstukken en sfeerlichten. Het eten wordt geserveerd op een houten plateau, de ober schenkt de wijnglazen vol en alle vrouwen krijgen een witte roos. Charmeren, laat dat maar aan de Italianen over.

De avond eindigt bij een groot kampvuur. Terwijl je in het vuur staart en geniet van een cappuccino, denk je: volgend jaar weer. Iets met het effect van de frisse berglucht.