Alpbachtal: het Oostenrijk uit je fantasie

Vakantie 2018
beeld Hjalmar Guit
18

In de winter naar Oostenrijk gaan is vrijwel synoniem aan wintersport. Maar wat als je liever niet gaat skiën? Neem eens een kijkje in Alpbachtal, waar je als iedereen aan het skiën is het rijk alleen hebt. En een mooi deel van Oostenrijk is het zeker.

Stel je voor: een hele bergflank met enkel karakteristieke houten chaletwoningen. Tussen de deken van sneeuw piepen de eerste moedige grassprieten al omhoog. Rook kringelt uit de schoorstenen die op met de mantel der winter bedekte daken staan. IJspegels aan de regenpijp smelten in de zon en druppelen in regentonnen. Het is aardig fris buiten en bij het ademen vormen zich kleine wolkjes, maar de lucht is strakblauw en de zon schijnt volop. Een soort ideaalbeeld van Oostenrijk? Klopt, maar het bestaat echt – in Alpbachtal.

Mooie rondjes

Voor de bevestiging van dat droombeeld moet je naar het dorp Alpbach, dat het gebied zijn naam geeft. Alpbach is met recht meerdere malen verkozen tot het mooiste dorp van Oostenrijk. Het heeft nogal strenge bouwvoorschriften om die titel te behouden. Gids Michael Mairhofer vertelt waarom. „De lokale overheid wil graag de uitstraling van het dorp behouden. Zo moeten de huizen van hout gemaakt worden en maximaal drie verdiepingen hebben.” Zodoende is het uiterlijk van Alpbach sinds mensenheugenis niet veranderd. De bevolking is wel wat gegroeid en er komen veel toeristen, waardoor het centrum aardig volgebouwd is. Maar ondanks de drukte doen de straten vriendelijk en knus aan. Alleen de bussen hebben er wat moeite mee...

Bergafwaarts is het eerstvolgende dorp waar de bus komt Reith im Alpbachtal, en het is de moeite waard daar even uit te stappen. Het centrum bestaat letterlijk uit twee straten met vooral hotels en een paar traditionele winkels. Een kaasmakerij bijvoorbeeld, waar je sterk geurende heumichkaas van koeien uit Alpbachtal kunt proeven en kopen. Zelf wandel ik een rondje om het bevroren meer en de kerk.

Maar eigenlijk is dit niet het mooiste rondje van Reith, dat is namelijk de Reither Kogel. Daarvoor moet je wel even met de kabelbaan de berg op, richting de skipiste. Behalve afdalen op de lange latten kun je boven op de berg een lange rondwandeling maken langs panorama’s van heel Alpbachtal. Diepe dalen, scherpe witte pieken, dorpjes uit je fantasie: wat wil je nog meer.

Die uitzichten doen hunkeren naar meer natuurschoon, en daarvoor ga ik met gids Michael via een steile slingerweg naar het hooggelegen Brandenberg. De bergflanken zijn bedekt onder een meerkleurige mantel van altijd groene dennen, tijdens het stijgen langzaam overgaand in het wit van de sneeuw op de toppen. Na bocht nummer 50 doemt een groene torenspits op en langs de weg verschijnen weer de typische houten alpenwoningen. „Brandenberg staat vooral bekend als uitvalsbasis voor langlauf- en sneeuwschoenwandelingen. We worden omringd door de bossen en de bergen”, zegt Michael.

Tijd om de sneeuwschoenen aan te trekken. Een groep vakantiegangers is op hetzelfde idee gekomen en we sluiten ons bij hen aan. Michael haalt twee paar ovale sneeuwstappers en wat skistokken uit zijn kofferbak. „Goed je laarzen in de sneeuwschoenen vastgespen, je wil er niet tijdens het wandelen uitschieten. En grote stappen maken, dan heb je de meeste grip”, raadt Michael aan.

Maridl

Als een winterse karavaan wandelen we naar het bevroren bos. Brandenberg ligt op een soort plateau en we moeten een stukje naar beneden. Afdalen richting de bosrand gaat relatief gemakkelijk, met zulke ijzers onder je voeten kun je haast niet uitglijden. Na ongeveer twintig minuten wandelen wordt het plots een stuk zwaarder, we moeten namelijk weer omhoog. Het is onder nul, maar toch veeg ik continu het zweet van mijn voorhoofd. Het uitzicht is de moeite echter meer dan waard. De diepe vallei strekt zich ver onder ons uit, omringd door machtige witte bergen. Romantische houten huizen kijken uit over skiërs die over gemarkeerde paden naar beneden zoeven.

Halverwege de helling stoppen we om wat water te drinken. Terwijl ik uitblaas, wandelt een oude vrouw met een wandelstok vanuit het bos in onze richting. Haar rode hoofddoek en jas steken fel af tegen de witte omgeving. Ze staat in de regio bekend als Maridl, een koosvariant op Maria. „Ik loop al jaren bijna elke dag een rondje over de berg door het bos, dat houdt me fit. Gewoon een paar kilometer, met mijn normale schoenen en tegenwoordig ook een wandelstok. Ik ben immers al 93”, lacht Maridl. Ze vervolgt kalm haar weg, een groep verbijsterde wandelaars achterlatend. Of het door de schone berglucht hier in Alpbachtal komt dat deze breekbaar ogende vrouw nog zo kwiek wandelt laat Michael in het midden. „De grootvader van mijn vrouw is echter ouder dan honderd geworden, dus wie weet”, lacht hij mysterieus.

Na die vermoeiende wandeltocht is het fijn bijkomen in het dorp Rattenberg. Hoge bergen werpen een schaduw over het kleine stadje aan de Inn. Het lichtblauwe water stroomt strak langs en de rivier glinstert in de zonnestralen die nog net over de bergen heen komen. Een wandeling door Rattenberg voelt als een stap terug in de tijd. Een kleurrijke stap; de meeste gebouwen zijn lichtblauw, zachtroze of okergeel. Op het eerste gezicht is Rattenberg een klein dorp. Er wonen maar 400 mensen en je loopt letterlijk in vier minuten door het centrum heen. Maar officieel is het plaatsje een stad: de kleinste van Oostenrijk. Een hertog schonk Rattenberg al in de 12e eeuw stadsrechten, die bepaalde economische en politieke voordelen met zich meebrachten.

Welvarend

De ligging naast die rivier maakte van Rattenberg een ideale handels- en overslagplaats. Inkomsten uit de tol die passerende handelaren moesten betalen maakten het stadje welvarend. Grootste trekpleister vandaag de dag? De glaskunst. Rattenberg zit vol met winkels gevuld met sierlijk glaswerk. Allemaal met de hand gemaakt door vaardige glasblazers die het ambacht al eeuwenlang doorgeven. Auto’s mogen het centrum niet in, zodat de kleinste stad van Oostenrijk goed bewaard blijft. Bij café Hacker is het tijd voor koffie met huisgemaakte kastanjetaart. Overigens is het een van de weinige bedrijven die ’s middags open zijn. De serveerster geeft snel uitleg: „Iedereen zit ’s middags op de berg, dus is het in de dorpen heel rustig. Eigenlijk is dit gebied perfect voor als je niet van skiën houdt: je hebt alles vaak lekker voor jezelf.”

Op reis met de Alpenexpress

Wij reisden met de Alpenexpress naar Alpbachtal. ’s Avonds stap je in Nederland op de trein en na een nacht slapen sta je midden in Oostenrijk. Opstappen kan op acht verschillende stations in Nederland. Voor een reis naar Alpbachtal kun je het beste uitstappen in Jenbach en daar een transferbus of een taxi nemen. Ski’s en andere wintersportuitrusting kunnen eventueel mee.

Het openbaar vervoer in Alpbachtal is over het algemeen prima geregeld. Bussen stoppen minimaal één keer per uur en meestal vaker in alle dorpen. Actuele vertrektijden staan op de website van het vervoerbedrijf of hun smartphone-app. Liever iets sneller? Dan is de gemakkelijkste manier om Alpbachtal te verkennen per (huur)auto, die je in Reith al voor een enkele dag kunt huren.

>>treinreiswinkel.nl >>vvt.at >>autohaus-alpbachtal.at