Alles zwijgt. Slapen in een kerk

beeld Roman Robroek
6

In de eeuwenoude kerk van Peperga staat een hemelbed met helderwitte lakens. Als met de avond de stilte valt, hoor je hoe de historie langs de houten zoldering fluistert. Wie het gebouw boekt, heeft het helemaal voor zichzelf.

Ineens is hij daar, als je over de doorgaande weg in het Friese Peperga rijdt. Een markante gotische toren van ten minste vijf eeuwen oud. Op het gietijzeren toegangshek het bordje van Heilige Nachten. Het idee is: je houdt een kerk in leven door erin te slapen. Er wordt geademd, gelopen, ontbeten. Deurklinken bewegen. Er stroomt water door de leidingen. Als de gasten weg zijn, trekt iemand een stofzuiger door de kerkzaal. Een frisse wind blaast door de kerk en zelfs door de pijpen van het vals klinkende kerkorgel met de vergeelde ivoren toetsen. Je mag alleen de kerkzolder op onder toezicht van de gastvrouw. De planken vloer deint hier en daar onder je voeten en de balustrade is gevaarlijk laag.

In 2000 ging het gebouw over in andere handen. Sinds juli 2020 kun je er overnachten. Gastvrouw Hanneke woont tien minuten rijden verderop. Ze legt nog even een onderlaken op het hemelbed. Tijdens de schoonmaak, eerder op de dag, liepen er voortdurend toeristen naar binnen, waardoor ze ’t vergat. Ze maakt graag een praatje met mensen die door Zuidwest-Friesland fietsen en even afstappen bij het godshuis en het naastgelegen kerkhof.

Kloostermoppen

Alleen al de plaats van het kerkgebouw is een verhaal apart. De kerk van Peperga stond tegen het einde van de middeleeuwen op een heel andere plek. Maar door veenafgraving in dit gebied verzakte de grond en daarmee de bebouwing. Het dorp schoof op. Bij de bouw van de nieuwe kerk werden de stenen van de oude hergebruikt. Nog steeds zijn in de toren de dieprode kloostermoppen te zien die dateren uit de periode tussen 1150 en 1400. De huidige zaalkerk die aan de toren vastzit, is gebouwd in 1810, nadat haar voorganger was afgebrand.

beeld Roman Robroek

Hanneke vertelt hoe haar vader tijdens een bezoek aan de kerk de cijfers van zijn lievelingspsalm uit de authentieke houten letterbak viste en op het bord aan de muur zette. „Hij kon het niet laten om hem ook even te zingen. Hoe gaat-ie ook alweer? ’t Hijgend hert...” De rest van de regel is ze kwijt.

We begrijpen haar vader. In een kerkgebouw als dit wil je zingen over verlangen. Natuurlijk kun je het niet laten om ook even op de preekstoel te gaan staan. Je ziet de slijtageplekken op het hout. De kerkbanken en de opgeheven gezichten denk je erbij.

De gastvrouw laat zien waar de schakelaars in het bezemhok voor dienen. Twee knoppen horen bij de zes kroonluchters die aan weerszijden van het middenpad aan het plafond hangen, drie aan de ene en drie aan de andere kant. „In de avond kun je ze dimmen”, zegt ze, „voor een romantisch effect.”

Ze wijst het keukentje aan en een fris toilet. Spreidt aan beide kanten van het bed een zachte schapenvacht uit, „zodat je niet meteen met je blote voetjes op de koude vloer staat.”

Nicolaas

Als er kinderen te gast zijn, creëert ze extra slaapplaatsen naast het hemelbed. Het is dus mogelijk om met het hele gezin op deze locatie te overnachten.

De kerk van Peperga draagt op dit moment de naam van Pieter Stuyvesant. Die benaming is gekozen omdat de eigenaar veronderstelde dat de zeventiende-eeuwse koloniaal bestuurder in deze kerk zou zijn gedoopt door zijn vader Balthazar Stuyvesant.

beeld Roman Robroek

In het juninummer van Alde Fryske Tsjerken, tijdschrift van de gelijknamige stichting, wordt echter de vloer aangeveegd met deze bewering. Balthazar Stuyvesant was nooit als predikant aan deze gemeente verbonden.

„Wat wel vaststaat”, aldus de schrijver, „is dat de heilige Nicolaas vanouds de schutspatroon is van de parochie en de kerk van Peperga.” Hij pleit er dan ook voor om de Pieter Stuyvesantkerk om te dopen in Nicolaaskerk.

Maan

22.00 uur. Het blauwe uur. Buiten verglijdt de dag. Boven het kerkhof klimt de maan. De kroonluchters verspreiden een sprookjesachtig licht. Met tape is een spreuk aan de muur bevestigd: ”Who said nights were for sleep?” Het zou kunnen: wakker blijven om te zien hoe de maan zijn baan aan de hemel volgt.

We maken thee. Lezen een boek. We zijn stil. Alles zwijgt hier. Het orgelfront, de preekstoel, de slap hangende collectezakken aan een lange houten stok. Luttele kilometers verderop staat ook een kerk. Iets verderop weer één. Als de gebedshuizen in Friesland zo dik gezaaid zijn, hoeveel kerkgangers moeten er hier dan wel niet geweest zijn? Een kerkgebouw helemaal voor jezelf hebben, is toch een soort contradictio in terminis. Hier hoor je juist met anderen samen te komen.

beeld Roman Robroek

Er is geen douche in de kerk. Tandenpoetsen kan in de keuken. Even nadenken. Doven we alle lampen of laten we er een paar branden? Een volledig in duisternis gehulde kerk is eerlijk gezegd een beetje griezelig als je er gaat slapen. Die boven de toegangsdeur blijft sowieso aan, besluiten we. Als een soort baken in de nacht.

Wentelteefjes

De volgende morgen is de lichte beklemming verdwenen. Een vloed aan zonlicht stort zich door de oostelijke ramen. Op het afgesproken tijdstip klopt Hanneke aan met het ontbijt in een rieten hengselmand. Terwijl zij de wentelteefjes met aardbei, banaan en kokos serveert, zij wij voor een moment gemachtigd om op de smalle klavieren te spelen. Für Elise. En de Moonlight Sonata.

De Pieter Stuyvesant is een droom van een kerk. Alleen mist er iets cruciaals. Er ligt nergens een Bijbel.

www.heiligenachten.nl

Bedstede in de orgelkast

In Nederland doen enkele tientallen kerkgebouwen intussen dienst als slaapplaats. Een deel –zeventien stuks– staat vermeld op origineelovernachten.nl (onder kerk en klooster). Ook voormalige zondagsschooltjes en pastorieën krijgen hier een plek. Andere (particuliere) initiatieven, zoals bed and breakfast Nachtje in de Kerk in het Zeeuwse Vrouwenpolder of De Kerk in Doorwerth, ontbreken echter op deze website. In de volgende drie kerken is het kerkinterieur grotendeels intact gebleven.

1 Overnachten in het orgel

Bed and breakfast De Kleine Antonius in het Groningse Zeerijp is een voormalige doopsgezinde vermaning. De huidige eigenaars bezitten het kerkje, de kosterij en de consistorie sinds 2006. In 2012 ontstond het idee om een bed and breakfast te beginnen. Het bleek mogelijk om in de orgelkast, boven in het kerkgebouw, een bedstede te maken. De ontbijttafel in de ruimte is gemaakt van de voormalige blaasbalg.

Een tweede slaapplek voor twee personen is te vinden op de nieuwgebouwde vide in de kerkzaal. In de vermaning is de originele preekstoel nog aanwezig. De Kleine Antonius is ook te huur als vakantiewoning.

2 Gast van Sint Anna

In de voormalige rooms-katholieke kerk Sint Anna in het Zeeuwse Yerseke realiseerden Meinte en Maartje een bed and breakfast annex vergaderlocatie. De sacristie verbouwden ze tot woonhuis.

Het kerkgebouw dateert uit 1894. Nadat in 2003 de laatste kerkdienst plaatshad, verkocht het bisdom Breda het godshuis. Een jarenlange verbouwing volgde. De bestemming veranderde, maar nog steeds ademt het gebouw de sfeer van een kerk door de gebrandschilderde ramen en de kerkzaal met het authentieke gewelf erboven. Ook de wijwaterbakjes naast de ingang zijn origineel.

Behalve betalende gasten ontvangt Sint Anna mensen die het financieel of fysiek zwaar hebben. Voor dat doel is een stichting opgericht.

3 Logeren bij dolerenden

De vroegere gereformeerde kerk van Oosterbierum, die 160 kerkgangers kon herbergen, is tegenwoordig een vakantiewoning voor maximaal 13 volwassenen. Vanbuiten en vanbinnen oogt het gebouw nog steeds als een kerk. Bij de verbouwing van de kerkzaal zijn veel authentieke elementen gespaard. Het houten gewelf, de preekstoel, een psalmbord, collectezakken en het Van Damorgel.

Voor de historieliefhebber: op gereformeerdekerk.info staat een beschrijving van hoe de Doleantie bijna 150 jaar geleden Oosterbierum beroerde. De dolerende Nederduitsche Gereformeerde Kerk nam op 22 juli 1888 haar eigen kerkgebouw in gebruik, dat wat nu De Kraak van Van Dam is.

Onder zeil in een zwijgende missionaris

De kerktoren van Schettens is in het hoogseizoen elke nacht bezet. Dan dwalen gasten door de kerkzaal of bewonderen ze het uitzicht over de Friese weiden. Als het eindelijk bedtijd is, zoeken ze in de uurwerkkamer hun slaapplaats op.

Dat een kerkbestuur zélf overnachtingen aanbiedt en deze van boeking tot eindschoonmaak zelf verzorgt, is uniek in Nederland. In elk geval in het begin, zegt André Buwalda, voorzitter van het college van kerkrentmeesters.

Andre Buwalda. beeld Gemeente Sudwest-Fryslan

Het is al zeker tien jaar geleden dat een denktank zich over de toekomst van drie kerkgebouwen boog, bezit van de protestantse gemeente Schettens-Schaard-Longerhouw. Niet dat er sluiting dreigde of de bodem van de kerkkas in zicht was. „We wilden vooruit denken”, zegt Buwalda. „Wat moeten wij met onze kerkgebouwen in de toekomst? Bij ons wordt de groep ook kleiner, zo realistisch moet je wel zijn.”

De ‘jas’ van de kerkgangers ging steeds ruimer zitten. Vorig jaar voegde ook Wons zich bij de fusiegemeente. De kerk van Schettens was maar een uurtje per maand open, op zondagmorgen. „Dat is natuurlijk heel weinig. Je ziet er graag wat meer in gebeuren.” Na een restauratie van twee jaar stonden in 2017 de eerste gasten op de stoep van de kerk in Schettens.

Een kerkbrigade verwelkomt bezoekers, bezorgt een ontbijt en wast na vertrek de lakens. De uurwerkkamer is in originele staat gebleven, maar bezoekers vinden er alles wat ze nodig hebben. Een overnachting voor twee personen inclusief ontbijt kost 150 euro. „Het is een enorm succes”, zegt de kerkrentmeester niet zonder trots. „Van de opbrengst kunnen we de kerk in stand houden, precies zoals de bedoeling was.”

De kerkbrigade heeft de handen vol aan de overnachtingen. Maar niemand klaagt. De zeven vrijwilligers genieten van het persoonlijke contact met toeristen en van het vertellen van verhalen over de kerk, zoals over de hoge kolonel uit de Tachtigjarige Oorlog die in de kerk begraven ligt.

Buwalda: „Ze voelen zich sterk verbonden met het gebouw. Allemaal kunnen ze vanuit hun huis de kerktoren zien. Ook degenen die geen lid zijn van de gemeente. De kerk hoort niet alleen bij de gemeente maar ook bij het dorp.”

Eens per maand, op zondagmorgen, heeft er een kerkdienst plaats. In dat weekend is er geen verhuur. Buwalda vindt het belangrijk dat het kerkgebouw zijn oorspronkelijke functie behoudt en dat het orgel in gebruik blijft. „Mensen ervaren dat dan ook. Ze zien de Bijbel liggen op de kansel, de liedboeken in de kerkbanken.”

Gaat daar nog een wervende kracht van uit? „Jazeker”, bevestigt Buwalda. „Ik denk dat ons kerkgebouw een zwijgende missionaris is. We hebben geen enkele voorkeur voor gasten. Iedereen mag erin. Dat hoort ook zo in een kerkgebouw. In het gastenboek lezen we dat mensen kracht putten uit hun verblijf. Uit het gebouw, de omgeving, de stilte.”

Heeft het initiatief in Schettens navolging gekregen? In Dedgum kun je nu ook overnachten, weet Buwalda. De kerk daar is verkocht aan de stichting Oude Friese Kerken, die er onder meer een ”Bed & Brochje” realiseerde.

Kerkbesturen die soortgelijke plannen maken, raadt hij aan goed na te denken over wat bij hen past. „Zonder gemotiveerde vrijwilligers moet je er niet aan beginnen. Het heeft veel voeten in de aarde, er gaat veel tijd in zitten.” En vooral: „Doe het op tijd, voordat de laatste groep vrijwilligers de deur achter zich dichttrekt.”

Over Schettens is hij hoopvol. „De kerk groeit steeds meer naar het dorp toe, zoals het vroeger was. Ik vind dat een mooie ontwikkeling.”

Gered van de sloop, maar ‘t blijft spannend

Het kerkelijk erfgoed in Nederland staat er niet al te best voor. Reden voor Sanne Kiel en Jennemie Stoelhorst om overnachtingen aan te gaan bieden.

Het voortbestaan van beeldbepalende gebedshuizen staat op het spel, een probleem dat sinds enkele tientallen jaren regelmatig het nieuws haalt. Dat op veel plekken verval en zelfs sloop dreigt, is echter nog steeds niet voldoende doorgedrongen bij het grote publiek, merkt Kiel. Samen met haar collega Stoelhorst –beiden zijn ze afkomstig uit de erfgoedsector– startte ze twee jaar geleden met het creëren van overnachtingsmogelijkheden in kerken. Het mes snijdt aan twee kanten. Toeristen bivakkeren op een niet alledaagse locatie en tegelijk behoeden ze gebouwen voor leegstand en verval. Eind 2019 ging de website live. In de zomermaanden kreeg Heilige Nachten gemiddeld drie boekingen per week per locatie.

beeld Roman Robroek

Het initiatief heeft veel weg van het Engelse ”champing”, waarbij je voor zestig euro een nachtje in een leegstaande kerk kampeert. De opbrengst wordt gebruikt voor het onderhoud van het gebouw. Kiel legde contact met de organisatie en probeerde aan de overkant van de Noordzee het concept uit. De Nederlandse variant die ze vervolgens samen met Stoelhorst opzette, is luxer. Van de 150 euro die een overnachting kost, gaat 40 procent naar de kerkeigenaar.

Inmiddels biedt Heilige Nachten vier locaties aan. Er is keus tussen kerken die door het bedrijfje zijn ingericht met een tijdelijke opstelling (pop-up) en kerken die door anderen worden gerund als B&B.

De Pieter Stuyvesantkerk in Peperga heeft geen enkele functie meer, waardoor er een permanente opstelling mogelijk is. Een hemelbed, eettafel en bank geven de kerkruimte de uitstraling van een huiskamer.

In kerken waar nog andere activiteiten plaatshebben, gebruiken de initiatiefnemers slaapstoelen of vouwmatrassen. In de Maria Boodschapkerk in Goirle staat een transparante koepel op het verhoogde priesterkoor, om in te slapen. Ervoor gele zitzakken en een oosterse kelim. Heilige Nachten kreeg het pand in bruikleen van een projectontwikkelaar en zit er antikraak, totdat er appartementen komen.

De Dorpskerk van Oosterwolde (Fr.) biedt vanaf september overnachtingen aan naast de al bestaande activiteiten in het godshuis. „Kerkdiensten zijn er hier niet meer”, vertelt Kiel. „Wel begrafenissen en bijeenkomsten van lokale clubjes.” Het bieden van een slaapplaats brengt extra geld in het laatje, al krijgt een kerk daarmee haar businessmodel niet sluitend.

Op dit moment zijn Kiel en Stoelhorst in samenwerking met de provincie Friesland op zoek naar tien nieuwe geïnteresseerde kerken. Met de grootste kerkendichtheid van Nederland is Friesland voor de ondernemers een provincie met potentie.

Hoewel het voor kerkbesturen een uitkomst kan zijn om overnachtingen aan te bieden, zijn er ook aarzelingen. Bezwaren die ongetwijfeld te maken hebben met de aard en het oorspronkelijke doel van een kerkgebouw, met vragen over heiligheid en wijding. Wat is geoorloofd in een ruimte waarin de Bijbel openging of nog steeds opengaat? Die vraag houdt niet alleen rooms-katholieke kerkgangers bezig.

Kiel herkent de bezwaren uit de gesprekken met kerkbesturen. „Het is toch een beetje spannend en vreemd dat er mensen in je kerk komen slapen. We zijn in gesprek met een rooms-katholieke kerk in Brabant. Hoewel de directbetrokkenen enthousiast zijn, valt het niet mee om het bisdom te overtuigen.”

Van de tien gesprekken die Kiel en haar partner voeren, leiden er drie tot samenwerking. Een veelvoorkomend praktisch bezwaar van eigenaars is dat er veel werk op hen af komt, hoewel Heilige Nachten beoogt hun werk uit handen te nemen. Het bedrijfje regelt de aanvraag bij de gemeente, de inrichting, de marketing en het zoeken naar lokale hulp.

Angst voor vernieling van waardevolle bezittingen weegt ook mee. Maar in Engeland is nog nooit iets geks gebeurd, weet Kiel. „Mensen hebben doorgaans respect voor een kerkgebouw. Bovendien maken we goede afspraken over het gebruik ervan. Natuurlijk is er altijd een risico, maar we gaan ervan uit dat bezoekers niet komen om een feestje te bouwen.”

Het interieur van het gebedshuis blijft ongemoeid, als een kerk met Heilige Nachten in zee gaat. Verbouwen of slopen is niet nodig. Ook kerken die nog voor de eredienst in gebruik zijn, kunnen zich aanmelden bij de organisatie. „We werken met kalenders. Kerkbesturen kunnen daarop zelf bepaalde data dichtzetten.”