Kinderbijbel ”God wil bij mensen wonen” stelt inhoud centraal

Jeannette Wilbrink-Donkersteeg. beeld RD
8

Psalmen, de boeken Prediker en Hooglied, de brieven – in de meeste kinderbijbels komen ze niet aan de orde. ”God wil bij mensen wonen” maakt heel bewust een andere keus. Zodat kinderen vanaf een jaar of acht ook die delen van de Bijbel op hun eigen niveau te horen krijgen.

Te midden van het immense aanbod kinderbijbels is ”God wil bij mensen wonen” een bijzonder exemplaar. Het laat in 150 verhalen de breedte van de Bijbel zien. Er staan veel bekende verhalen in: van David en Goliath en de barmhartige Samaritaan (die eenvoudigweg Samaritaan heet) tot het pinksterfeest.

Daarnaast hebben ook passages die minder snel in een kinderbijbel belanden een plek gekregen: het gebed van Ezra waarin hij de schuld van het volk Israël belijdt bijvoorbeeld. De passage uit Job waarin God hem vanuit de schepping Zijn almacht laat zien (de Behemoth heet in deze hervertelling ”dinosaurus”, de Leviathan ”zeedraak”). Of de brief aan de zeven gemeenten in Klein-Azië (die heel aansprekend begint met: „Heb je wel eens gehoord van kerken die een rapport krijgen? Vandaag gebeurt het.”).

Rode lijn

Met die veelzijdigheid doet ”God wil bij mensen wonen” recht aan de Bijbel. Immers, de Bijbelschrijvers zélf maakten gebruik van die diverse genres: van liederen tot profetieën en van verhalen tot brieven.

Uitgangspunt bij het maken van de Bijbel was dat ook de onbekende Bijbelgedeelten belicht moesten worden, zegt eindredacteur Jeannette Wilbrink-Donkersteeg, die bijna 25 jaar werkzaam was bij het Reformatorisch Dagblad. Tegelijk mochten de bekende Bijbelgedeelten niet ontbreken. „Die zijn bekend omdat ze tot de verbeelding van kinderen spreken en bij uitstek de rode lijn van de heilsgeschiedenis illustreren. Elk kind moet ze kennen.”

Standaardzinnetje

Voor het schrijfteam –dichter Ria Borkent, kinderboekenauteur Judith Janssen-van den Barg, uitgever en schrijfdocent Arie Kok, musicus Roeland Smith, schrijfster Christine Stam-van Gent en Mozaïekredacteur Corinne Vuijk– was recht doen aan de literaire kant van de Bijbel een van de speerpunten. De auteurs –afkomstig uit de breedte van christelijk Nederland– hebben heel bewust nagedacht over de manier waarop zij de dingen opschreven, zegt Wilbrink-Donkersteeg. „Ze spelen met de taal. Met alliteratie, variatie en metaforen. Ze schrijven beeldend. Je kunt een gebeurtenis navertellen met „en toen, en toen.” Je kunt ook de lezer laten zien en beleven wat er gebeurt.”

Ook probeerden ze clichéwoorden en -zinnen te vermijden. „Ezechiël zegt niet: „Ik voel me ellendig.” Hij zegt: „Mijn tranen zijn als de zee. Golf na golf spoelt over mijn hoofd. Ik zal nog verdrinken in deze ellende.” En als de goddeloze koning Belsazar is gestorven lees je dat zijn dode lichaam blijft liggen tot het vroege ochtendlicht. „Nog nooit is de grote zaal zo donker geweest”, staat er. Zoiets raakt je dieper dan een standaardzinnetje, zeker omdat eraan voorafgaand de uitbundige feestvreugde in de versierde, verlichte zaal is beschreven.”

Er zullen critici zijn die zeggen: aandacht voor de vorm leidt uiteindelijk alleen maar af van de inhoud.

„De boodschap van de Bijbel is en blijft het belangrijkste. Maar juist een waardevolle inhoud verdient een speciale verpakking. Bij kinderbijbels draait het vaak om begrijpelijkheid, om eenvoudig vertellen. Dan kan het zomaar gebeuren dat móói vertellen, met aandacht voor de taal, op de achtergrond raakt. Wij hebben met elkaar geprobeerd dat te voorkomen. Als de Bijbelschrijvers het belangrijk vonden hun boodschap in bijzondere vormen te gieten, dan zegt dat iets, toch? Hoe zouden wij het in ons hoofd halen om te zeggen: „De vorm doet er niet toe” of zelfs: „Leidt alleen maar af van de inhoud”? In de Bijbel doet de vorm er wél toe. Literair taalgebruik hoeft niet af te leiden, maar kan de boodschap juist versterken.”

In een van de verhalen wordt de jonge Saul nagestaard door giechelende meisjes. „Saul is zulke dingen wel gewend. Hij is lang en knap, dan krijg je dat.” Hoeveel vrijheid had een auteur eigenlijk bij het schrijven?

„Uitgangspunt bij het schrijven van de verhalen was de Herziene Statenvertaling. Dat betekent concreet dat letterlijke citaten uit de HSV komen, al is ervoor gekozen om ”Heer” te schrijven in plaats van ”Heere”.

Verder luidde de opdracht: blijf zo dicht mogelijk bij de tekst, maar zorg er wel voor dat de geschiedenis gaat leven voor kinderen. Dat laatste bereik je niet altijd door alleen maar feitelijke mededelingen te doen. Een enkele keer –we waren er terughoudend in– legt een auteur iemand dus bijvoorbeeld woorden in de mond die niet letterlijk in de Bijbel staan. Dit dient dan wel een functie te hebben. In het voorbeeld van Saul kun je zeggen: Hij was knap – punt. Je kunt ook, zoals hier gebeurt, laten zien en beleven hoe dat gefunctioneerd moet hebben.”

Ondanks de prachtige uitgangspunten zijn er voor reformatorische christenen nogal wat drempels te nemen als ze deze kinderbijbel willen aanschaffen. Waarom verdient deze Bijbel een plek in het gezin?

„Vooral omdat de boodschap dat God ondanks alles en ondanks ons wil wonen bij de mensen erin doorklinkt. Als ik bijvoorbeeld vind dat een enkele tekst of een tekening iets meer ingetogen had mogen zijn, is dat vooral een kwestie van smaak en niet zozeer van wezenlijk belang. Waardevol is dat de boodschap van zonde en genade zo veel mogelijk kinderen bereikt.

Ten tweede omdat het belangrijk is dat kinderen op hun eigen niveau met minder bekende Bijbelboeken kennismaken. En ten derde omdat deze Bijbel kan bijdragen aan het gevoel voor taal, aan waardering en respect voor het Woord en de woorden. Ook als kinderen zich daar, al lezend, nauwelijks van bewust zijn.”

God wil bij mensen wonen. Kinderbijbel, Ria Borkent, Arie Kok e.a.; uitg. Mozaïek, Zoetermeer, 2017; ISBN 978 90 239 9693 4; 319 blz.; € 29,99.

Niet zoetsappig, maar weerbarstig

„Eindelijk is het buiten stil. Zo stil dat je er bang van wordt (...) Dan een schok. De dieren krijsen nu zo hard dat de mensen elkaar niet meer kunnen verstaan. (...) Noach moet zich vasthouden om zijn evenwicht niet te verliezen.”

Wie het verhaal over Noach en de ark leest in de onlangs verschenen kinderbijbel ”God wil bij mensen wonen” raakt het romantische beeld van een rustig dobberend bootje met vredig kijkende dieren wel kwijt. En terecht.

Zeker richting kinderen wordt de Bijbel „veel te vaak” voorgesteld als „romantisch, zoetsappig en lief”, stelt Jeannette Wilbrink-Donkersteeg, die de eindredactie voerde over de uitgave. Maar de Bijbel is een eerlijk boek, benadrukt ze. „Het leven is weerbarstig en ruig.”

Voor ouders is het misschien wat ongemakkelijk om aan een 8-jarige voor te lezen dat Lea de liefde van Jakob koopt voor een paar liefdesappels („Vanavond slaap je bij mij. Ik heb je gekocht van Rachel”), het is wél volgens de oorspronkelijke tekst. Evenmin makkelijk is de passage bij de geschiedenis van het gouden kalf („De God van Israël wil dat jullie iedereen in het kamp doden. Sla toe zonder te kijken.”), en zo zijn er meer.

„Het leven –ook het geloofsleven– is niet eenvoudig”, stelt Wilbrink-Donkersteeg. „Dat mag en moet ook kinderen voorgehouden worden. Juist vragen en leed krijgen daarom een plaats in Gods Woord. Als je doet alsof geloven de oplossing is voor al je problemen en het antwoord op al je vragen, dan lopen kinderen daar vroeg of laat toch mee vast.”

Voor de spiegel

De blijde boodschap hebben jullie gehoord. Daarom ben je christen geworden.

Maar horen alleen is niet genoeg. Wie alleen gehoord heeft dat Jezus Christus redder is, lijkt op iemand die voor de spiegel staat, zichzelf bekijkt, en zodra hij wegloopt weer vergeet hoe hij eruitziet! God wil dat je zijn woorden onthoudt, dat ze in je hart gegrift staan. Alleen als je ook doet wat Hij wil, zul je gelukkig zijn.

Uit: De prijs is eeuwig leven (Jakobus)

Schatten in de hemel

Vergeef andere mensen hun fouten, dan zal je Vader ook jouw fouten vergeven. En weet je: de spullen die je hier op aarde verzamelt geven je geen echte rijkdom. Op een dag worden ze gestolen, of bederven ze. Je kunt veel beter schatten in de hemel verzamelen, die verdwijnen nooit!

Uit: Levenslessen (Matth. 5 en Luk. 6)

Diversiteit, ook in de tekeningen

Een groene zeedraak die vuur spuwt (bij Job), Mozes die –net als het schaapje achter hem– terugdeinst voor een brandende struik, een gitaarspelende jongen op een aanlegsteiger (bij de Psalmen), Jezus –in deze kinderbijbel wel afgebeeld– Die een menigte mensen toespreekt.

Zo divers als de gekozen verhalen zijn in ”God wil bij mensen wonen”, zo divers zijn ook de illustraties. Tekenaar Liza-Beth Valkema gebruikt graag heldere kleuren en haar tekenstijl heeft iets speels. Iets kinderlijks soms zelfs – en dat dreigt weleens ten koste van de geloofwaardigheid te gaan. De enorme reus met rossige baard die met een ontwortelde boom achter een klein mannetje aanrent (bij het verhaal over de twaalf verspieders) lijkt eerder thuis te horen in een sprookjesboek dan in een kinderbijbel.

Zo’n humoristische plaat vormt een groot contrast met de aangrijpende illustraties die er ook zijn. Bijvoorbeeld die bij de steniging van Stefanus: een hoop stenen waar enkel een arm en een spoortje bloed onder vandaan komt.