Zwerver in Trondheim slaapt op de harde kerkbanken

Op de galerij van de Vår Frue Kirke in Trondheim staat een fameus romantisch orgel van de Duitse orgelbouwer Sauer. Onder de galerij vangt de Noorse kerk dak- en thuislozen op.  beeld Gerard ten Voorde
3

Op de achterste bank ligt een jongen te slapen. Weggedoken in z’n bontkraag. Trondheim vangt zwervers, dak- en thuislozen op in de kerk. Onder de galerij. „Liefde voor m’n medemens dringt me.”

Het is koud en donker. Af en toe valt een spat regen in het Noorse Trondheim. Voor de monumentale Vår Frue Kirke dromt een koppeltje mensen samen. Zwervers. Drugsgebruikers. Noren. Een handvol Roemenen. Veel laagdrempeliger kan een kerk niet zijn. „Iedereen is welkom.”

Bezoekers krijgen in de kerk warmte. Aandacht. Liefde ook. Dagelijks komen tientallen gasten over de houten kerkvloer. „Voor een kop koffie, thee of een beker soep”, vertelt vrijwilligster Margaret Skifte (61). „Maar vooral voor wat aanspraak. Voor gezelligheid.” Restaurants en supermarkten verstrekken overtollig fruit en brood.

Medemens

Trondheim, stad met pakweg 193.000 inwoners in het midden van Noorwegen, telt zo’n 200 mensen aan de rand van de samenleving. De Vår Frue Kirke, onderdeel van de Evangelisch-Lutherse Kerk (Norske Kirke), is een van de vier opvanglocaties in de stad.

De uit 1100 daterende kerk –63 meter lang, 18 meter breed– kent een bewogen geschiedenis. Het bedehuis in romaanse en gotische stijl is bij grote stadsbranden in de 15e, 16e en 17e eeuw verschillende keren verwoest. Tijdens de Reformatie laat de Noorse koning alle parochiekerken in de stad sluiten, behalve de Vår Frue.

Het opvangproject in Trondheim is naar eigen zeggen uniek. De open kerk, opgezet door de Nidaroskathedraal, de Vår Frue Kirke en de Church City Mission, trekt wereldwijd aandacht. Sowieso nemen elk jaar 170.000 bezoekers een kijkje in de kerk.

Vrijwilligers zijn elf jaar geleden de opvang gestart, vier jaar nadat de kerk werd gesloten door een teruglopend aantal kerkgangers. „Wij willen bezoekers behandelen als mens”, vertelt Skifte achter in de kerk. „Ik vind het een voorrecht me voor hen in te zetten. Liefde voor de medemens dringt me.” Samen met 199 anderen zet ze de schouders onder het opvangproject.

Vijf kroonluchters verspreiden een warme gloed in het monumentale bedehuis. Op de vloer flakkeren kaarsjes in de vorm van een kruis. In de boekenkast, links bij de ingang, staan zeventig Norsk Salmebok, Noorse psalmboeken. Keurig in het gelid. Op een schap ligt een Noorse Bijbel.

Op de houten galerij prijkt een kloek orgel, onder de galerij staan tien, twaalf tafeltjes. Het oogt als een bruin café. Als een kroeg in de kerk. Maar dan netter. Zonder sterkedrank, zonder slap geklets.

De Vår Frue Kirke hanteert strenge regels. Zero tolerance voor alcohol en drugs. „Bezoekers respecteren de regels. Mede dankzij de gewijde omgeving”, vermoedt de vrijwilligster. Verschillende heiligen kijken van boven het rijk aangeklede altaar toe. Een bezoeker zit stil in een bank. Mediterend.

Toch is het leven soms sterker dan de leer. „Bezoekers die willen gebruiken, lopen even naar buiten”, weet Skifte. Ze zucht. „Ik knijp een oogje toe. Wij willen geen drempel opwerpen.” Ze kent de meesten van de 200 bezoekers. In ieder geval van gezicht.

Evangelisatie

Af en toe moeten de vrijwilligers ingrijpen. „Als bezoekers binnen drugs gebruiken of te veel herrie maken, moeten ze vertrekken”, stelt Skifte resoluut. „Dat weten ze.” Het telefoonnummer van de politie ligt onder handbereik. Dat van het ziekenhuis ook.

De opvang in de Vår Frue Kirke biedt geen professionele hulp voor alcohol- en drugsgebruikers. Medisch geschoolde vrijwilligers ontbreken ook. „Drugsgebruikers verwijzen wij naar de drugsopvang in de stad, speciaal voor deze mensen.”

De Vår Frue Kirke gebruikt de opvang niet voor evangelisatie. „Wij willen mensen niets opdringen”, legt Skifte uit. Toch nodigt de open kerk gasten uit voor samenkomsten. Elke dag, om 14.00 uur, vindt een korte dienst plaats. Op zondag een gewone. Organisten geven elke zaterdag een miniconcert. Gratis.

Regelmatig overnachten ’s winters zo’n vijf tot tien bezoekers in de kerk. Op de harde houten banken. „We verstrekken een kussen en een deken”, zegt de vrijwilligster. „Je kunt hen toch niet op straat laten slapen?”