„Zondag moet uitkijktoren zijn”

Kerkbreed
Dr. W. H. Th. Moehn. Foto RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt

Zijn stelling dat de eerste christenen op zondag vaak werkten, leverde een flinke discussie in deze krant op. Dr. W. H. Th. Moehn blijft rustig onder alle ophef. „Het is mijn taak om eerlijk naar de bronnen te kijken.”

Het contact met de studenten, de discussies en het onderzoek van oude bronnen. Dr. W. H. Th. Moehn kijkt met een positief gevoel terug op zijn collegereeks over sabbat en zondag.

De hervormde predikant uit Hilversum werd vorig jaar benaderd door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland met de vraag of hij zes colleges wilde geven in het kader van de leerstoel geschiedenis van het gereformeerd protestantisme van de Bond. Dit ter vervanging van prof. G. van den Brink, die dit cursusjaar in de Verenigde Staten verblijft.

Hij stemde in met het verzoek. Over een onderwerp hoefde hij niet lang na te denken. Voor een lezing over Calvijn verdiepte hij zich ooit in het thema zondagsheiliging. „Het vierde gebod is met zijn vele nuances heel geschikt voor een onderwijssituatie.”

Tijdens de colleges, waar zo’n vijftien tot twintig mensen op afkwamen, behandelde dr. Moehn de uitleg en toepassing van het vierde gebod door de eeuwen heen. Zo was de zondag in de Vroege Kerk volgens de predikant wel een vierdag, maar geen rustdag. De eerste christenen zouden in de eerste eeuwen op zondag hebben gewerkt.

Bij Luther en Calvijn stond de prediking van het Woord op zondag centraal, maar treft men geen uitgebreide beschrijvingen van wat er wel en niet op zondag zou zijn toegestaan.

Tijdens zijn laatste colleges zoomde dr. Moehn in op de sabbatsstrijd in de zeventiende eeuw, waarbij de theologen Voetius, Coccejus en Gomarus aan de orde kwamen, en behandelde hij verklaringen van zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus.

Wat was uw mooiste college?

„Ongetwijfeld het laatste. Het is interessant om het proces van de vertaling van zondag 38 te bestuderen. In de oorspronkelijke Duitse tekst van de Heidelbergse Catechismus staat het woord Feiertag (vierdag) en ontbreken de woorden „op de sabbat, dat is op de rustdag.” Met deze toevoeging heeft vertaler Petrus Datheen een brug geslagen naar de strikte opvattingen uit de 17e eeuw, waarbij de zondag als sabbat van het Nieuwe Testament wordt gezien.”

Door uw opvatting dat de Vroege Kerk op zondag werkte, kan gemakkelijk het beeld ontstaan dat we het als gereformeerde christenen niet zo nauw hoeven te nemen met de zondagsrust.

„Voor die beeldvorming voel ik me niet verantwoordelijk. Het is mijn taak om eerlijk naar de bronnen te kijken, ook als deze niet helemaal stroken met de huidige opvattingen over zondagsrust. Ik kan er niets aan doen dat de Vroege Kerk de zondagsrust niet zo strikt handhaafde als wij dat doen.”

Uw opponent prof. dr. B. Zuiddam baseert zich op dezelfde oude bronnen en komt tot een andere conclusie, namelijk dat de Vroege Kerk de zondag wel onderhield als rustdag. Hoe kan dat?

„Hij interpreteert de bronnen op een andere manier dan ik. Mijns inziens leest hij er meer in dan er staat.”

Schept zo’n discussie geen onnodige verwarring en verdeeldheid in een tijd waarin christenen elkaar op dit punt hard nodig hebben?

„Ik heb deze discussie niet gezocht en voel me er ook niet schuldig over. Ik probeerde slechts tijdens het eerste college mijn studenten mee te nemen naar wat hoofdmomenten in de Vroege Kerk. Een medewerker van het Reformatorisch Dagblad maakte daar een verslag van, waarop prof. Zuiddam reageerde. Toen is het balletje gaan rollen.”

Bezinning op zondagsrust veroorzaakt kennelijk nog altijd onrust. Hoe verklaart u dat?

„De laatste jaren hebben gereformeerde christenen meer oog gekregen voor de joodse wortels van het christendom. Dat roept vragen op over bijvoorbeeld de vervanging van de sabbat door de zondag. Door de eeuwen heen is daarmee geworsteld. Een bevredigend antwoord zal er wel nooit komen.”

Wat is uw opvatting over zondagsheiliging? Voelt u zich meer thuis bij Coccejus dan bij Voetius?

„Daar wil ik geen keus in maken. In Coccejus spreekt mij de vrijheid van het christelijke leven aan, maar met de invulling die zijn geestverwanten aan de zondag gaven ben ik minder gelukkig. Voetius’ opvatting over de sabbat doorgloeit zijn hele leven. Hij zegt: „Op deze dag roemen en prijzen wij onze God, Wiens wonderlijke goedheid, wijsheid, macht en gerechtigheid in Zijn werken aan de dag treden.” Daar kijk je hem in het hart. Voetius’ strengheid kan echter wel als een korset worden.”

Hoe vult u de zondag in?

„Ik onthoud me van dagelijks werk, dus ik lees en beantwoord geen e-mail. Tussen en na de kerkdiensten probeer ik me te ontspannen door te wandelen en te genieten van het gezinsleven. Ik kan me vinden in wat Calvijn zegt: De zondag moet ons dienen als een toren, om ons hoog te doen klimmen om van verre Gods werken te aanschouwen.”

De zondagsrust in Nederland staat onder druk. Hoe somber bent u over de toekomst?

„Er is steeds meer onbegrip over de zondagsrust bij niet-christenen, dus positief gestemd ben ik niet. In de eerste eeuwen hebben christenen de zondag echter onderhouden zonder dat er een aparte rustdag was. Daar kunnen wij op teruggrijpen.”


Dr. W. Moehn

Wim Moehn (1965) groeide op in Ouderkerk aan den IJssel. Hij studeerde theologie aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in 1996 op de studie ”God roept ons tot Zijn dienst. Een homiletisch onderzoek naar de verhouding tussen God en hoorder in Calvijns preken over Handelingen 4:1-6:7”. Dr. Moehn werkt mee aan een nieuwe, wetenschappelijke uitgave van de geschriften, brieven en preken van Johannes Calvijn.

Momenteel is hij predikant van de hervormde wijkgemeente Centrum binnen de protestantse gemeente te Hilversum. Daarvoor diende hij de hervormde gemeenten van Reeuwijk, Aalburg en Oldebroek.

Dr. Moehn en zijn vrouw hebben drie zonen.

In Kerkbreed komt iedere week een persoon aan het woord die een reflectie geeft op een opvallende gebeurtenis of ontwikkeling in het kerkelijk leven. Vandaag dr. W. H. Th. Moehn, hervormd predikant in Hilversum. Deze week gaf hij in Leiden zijn laatste college over sabbat en zondag.