Zoeken naar een weg voor kleine gemeenten

Kleine gemeenten
Het halfjaarlijkse noordelijke predikantenoverleg van de Gereformeerde Bond, in Sebaldeburen. beeld Sjaak Verboom
4

Tal van kerkverbanden worstelen met de vraag hoe om te gaan met kleine gemeenten. Opheffen wordt steeds breder als allerlaatste optie gezien. Drs. P. J. Vergunst: „Versterk het overige dat dreigt te sterven; die Bijbeltekst wordt ook in ons land actueel.”

Tot de doelstelling van de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland behoort ook de ondersteuning van kleine, kwetsbare gemeenten van hervormd-gereformeerde signatuur. Bij het aantreden van drs. P. J. Vergunst als algemeen secretaris, in 2000, had de commissie steunfonds jaarlijks contact met vier gemeenten. Nu zijn dat er ruim zestig.

De ontwikkeling is volgens Vergunst slechts voor een beperkt deel het gevolg van de scheuring in 2004. De belangrijkste redenen zijn de secularisatie en de ontvolking van het platteland. „De problematiek speelt niet alleen in het noorden, zoals vaak wordt gedacht. Een aanzienlijk deel van de kwetsbare gemeenten ligt in de Biblebelt.”

Doelstelling van het steunfonds, dat ruim een half miljoen euro in kas heeft, is de voortgang van de verkondiging. Daarnaast is er de steun in de vorm van geestelijk advies. „Wat zijn de zorgen, wat zijn de zegeningen, wat is er nodig om de gemeente te bearbeiden? Dat zijn de kernvragen als we een gemeente bezoeken.” Desgewenst wordt ook praktische hulp geboden. „Om binnen de Protestantse Kerk toestemming te krijgen voor een beroep moet een gemeente de jaarrekening en een meerjarenbegroting overhandigen. Als een kleine kerkvoogdij op dit gebied weinig kennis heeft, helpt een financieel deskundige uit de commissie steunfonds daarbij.”

Redelijk volwaardig

Zo nodig wordt een donatie verstrekt, of een garantie afgegeven om een predikantsplaats in stand te houden. Geheel of gedeeltelijk. Een predikantsplaats voor 80 procent vindt Vergunst nog redelijk volwaardig. Met 60 procent wordt de situatie kwetsbaar. „Als je drie dagdelen neemt voor het maken van een preek en je telt daar de catechese en de kerkenraadsvergaderingen bij op, dan is die 60 procent al een eind gevuld.”

In veel zogenoemde kandidaatsgemeenten van Gereformeerde Bondssignatuur is het fulltimepredikantschap verleden tijd. De meeste kandidaten worden nu beroepen voor 0,8 fte. Vergunst typeert zijn werk in de achterliggende zeventien jaar als „het kanaliseren van de neergang. Hoe kun je met minder mensen en middelen dat wat wezenlijk is overeind houden? Mijn advies is: raak niet gefrustreerd door de dingen die je niet meer kunt, maar probeer dat wat je doet goed te doen. Al besef ik dat er grenzen zijn. Er komt een punt dat je moet zeggen: Het is hier over. Belangrijk is dat er dan pastorale zorg blijft voor de mensen die er nog wel zijn.”

Een van de mogelijkheden om kerksluiting te voorkomen, is samenwerking met naburige kleine gemeenten. „Het komt voor dat in de ene gemeente het jeugdwerk redelijk functioneert, een andere gemeente kent huwelijkscatechese, een volgende gemeente heeft wat geld. Wat ligt dan meer voor de hand dan het goede van elkaar te delen? Kerkenraden moeten leren zich niet alleen verantwoordelijk te voelen voor de eigen gemeente, maar evenzeer voor andere gemeenten in de regio.”

Ook het gezamenlijk beroepen van een predikant kan soelaas bieden. Dat is in de optiek van de algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond zelfs bij verschil in vormgeving van de eredienst mogelijk. „Iemand die werkelijk een boodschap heeft, kan op veel plaatsen terecht. Het vraagt wel zorgvuldige begeleiding.”

Hoe de situatie over 25 jaar zal zijn, wil Vergunst niet voorspellen. „Ik durf amper uitspraken te doen over de ontwikkeling in de komende tien jaar. Vaststaat dat er veel zal veranderen, want de neergang van de kerk gaat op veel plaatsen ontstellend hard. Net als elders in Europa zullen we predikanten krijgen die naast hun ambt een gewone baan hebben. Of predikanten die zes, zeven minigemeenten in een regio dienen. Belangrijk is dat in die nieuwe situatie de roeping voorop blijft staan. De Heere God kan je van Barneveld naar Appelscha roepen. Dan heb je te gaan, gedachtig aan het Bijbelwoord: „Versterk het overige dat dreigt te sterven.” Die Bijbeltekst wordt ook in ons land actueel.”

Den Haag

Binnen de Gereformeerde Gemeenten is de teloorgang van kleine gemeenten vooral het gevolg van de trek van leden van dit kerkverband naar regio’s met reformatorische scholen. Daardoor worden de grote gemeenten groter en de kleine kleiner. Dit jaar zullen de gemeenten van Den Haag en Scheveningen noodgedwongen samengaan. Eerder al fuseerden de twee gereformeerde gemeenten in Den Haag.

Concrete aanleiding is meestal het niet meer kunnen voorzien in ambtsdragers, laat ds. B. Labee weten. „De tijd dat het aantal leden bepalend was, is gelukkig voorbij. Dankzij het groeiende besef dat een gemeente die verdwijnt, menselijkerwijs gesproken nooit meer terugkomt. Bovendien leert de praktijk dat de fusie van gemeenten voor een aantal leden reden is om elders kerkelijk onderdak te zoeken. Per saldo bereik je er dus niet zo veel mee. Als het gebeurt, dient het echt de wens van de gemeenteleden zelf te zijn. We moeten in geen geval als consulent of classis een fusie forceren.”

Zegen en werfkracht

De financiën mogen geen reden zijn om een kerkdeur te sluiten, vindt de predikant uit Veenendaal. Zo nodig moet het landelijk kerkverband bijspringen. „Het ontbreken van ambtsdragers kan worden opgelost door steun van omringende gemeenten, in de vorm van ouderlingen die de dienst leiden of aanwezig zijn als er een predikant voorgaat.”

De kleine gereformeerde gemeente van Amsterdam-Centrum en die van Breda werden omgevormd tot evangelisatiepost. De gedachte dat deze omschakeling toepasbaar is bij elke minigemeente, noemt de voorzitter van het deputaatschap evangelisatie van de Gereformeerde Gemeenten onjuist. Niet alleen omdat sommige plaatsen minder geschikt zijn voor evangelisatiewerk. De constructie heeft ook inhoudelijke bezwaren, door de dubbele focus die ontstaat. „Terwijl je je gaat richten op buitenkerkelijken, houdt zo’n post iets van een voortzetting van de oude gemeente. Dat wringt. We zien het niet als een taak van het deputaatschap om op een verkapte manier niet-levensvatbare gemeenten in stand te houden. Daar waar nu nog sprake is van zo’n mengvorm proberen we beide groepen binnen de post te ontvlechten. Je krijgt dan een echte evangelisatiepost, verbonden aan een kleine moedergemeente.”

Kern

Opmerkelijk is voor drs. Vergunst dat er in de Bijbel geen beloften staan voor grote gemeenten. Wel voor kleine. „Het is niet erg als een gemeente kleine kracht heeft. Het gaat erom dat we het Woord van de Heere Jezus bewaren en Zijn Naam niet verloochenen. Daarin is zegen te verwachten en ligt werfkracht. Juist kleine gemeenten bepalen ons bij de kern waar het werkelijk om gaat.”

zomerserie Kleine gemeenten

Dit is het zevende en laatste deel van een serie over de problematiek van kleine kerkelijke gemeenten.

Ds. P. L. D. Visser: Ik geloof niet in één model dat voor elke situatie geschikt is

Als student had ds. P. L. D. Visser al een zwak voor kleine gemeenten. Opheffen is voor hem een onmogelijke werkelijkheid. „Waar twee of drie in de Naam van de Heere bijeen zijn, is Hij in het midden. Wereldwijd zie je dat ook heel kleine gemeenten lang kunnen voortbestaan.”

Door de luxesituatie in de achterliggende eeuwen ontstond onder gereformeerde christenen in Nederland de gedachte dat het heel veel vraagt om een kleine gemeente overeind te houden. Ten onrechte, vindt de christelijke gereformeerde predikant. „Waar mensen bij elkaar komen, bidden, de Bijbel opengaat, de sacramenten worden bediend en onderling liefdebetoon is, heb je een kerk. Vanuit die optiek bezien worden gemeenten in Nederland veel te snel opgeheven.”

Het stuit hem tegen de borst als de problematiek vooral organisatorisch wordt besproken. Alsof het om de opheffing van een buurtwinkel gaat. „We dienen over de kerk te spreken op Koninkrijksniveau. De vraag is of we als gereformeerde kerken en christenen in staat zijn zo te denken en te bidden. Vaak is de houding: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we op een vertrouwde manier de diensten kunnen blijven bezoeken? Terwijl de eerste vraag moet zijn: hoe kunnen we de verkondiging van het Koninkrijk in woord en daad gestalte blijven geven? Dat vraagt soms de bereidheid om het net aan de andere zijde uit te werpen. Zo nodig met hulp uit het geheel van het kerkverband.”

Lokale context

De missionair predikant uit Veenendaal heeft daarbij een aantal concrete voorbeelden voor ogen. „Uit de kleine christelijke gereformeerde kerk van Rotterdam-Charlois is een multiculturele dochtergemeente voortgekomen. Hetzelfde geldt voor Amsterdam-Noord. In Rotterdam-West is met de opbrengst van het kerkgebouw van de opgeheven christelijke gereformeerde kerk een pand in een volkswijk gekocht, voor het diaconale project Thuis in West. Intussen zijn daar ook Bijbelkringen ontstaan.”

Wezenlijk is voor ds. Visser dat er bij dit soort initiatieven rekening wordt gehouden met de leiding van de Heilige Geest en de lokale context. „Ik geloof niet in één model dat voor elke situatie geschikt is. Dat doet geen recht aan de verscheidenheid binnen onze samenleving. De situatie in de Randstad is een andere dan die in een dorp op de Veluwe.”

Witte vlekken

De christelijke gereformeerde kerk van Breda werd omgevormd tot missionaire gemeente. De morgendienst kreeg een laagdrempelig karakter. „Zo’n verandering vereist een kerkenraad die met vaste hand de nieuwe koers uitzet en tegelijkertijd nauw in gesprek blijft met de oorspronkelijke gemeenteleden. Het samenkomen als gevarieerd gezelschap zal zeker in het begin spanning oproepen. Zoals het ook in het Nieuwe Testament spanning gaf als er in een plaats zowel Joden als Grieken tot Christus kwamen. In zulke situaties is het van groot belang dat we helder hebben wat de kern van het christelijk geloof is en welke zaken cultureel bepaald zijn.”

Soms is het ideaal van een gemengde gemeente te hoog gegrepen, beseft ds. Visser. „Dan kan het nodig zijn om voor een bepaalde tijd een dubbel spoor te bewandelen, waarbij naast de kleine moedergemeente een missionaire dochtergemeente wordt gesticht. Laten we er in ieder geval alles aan doen om te voorkomen dat er in ons land witte vlekken ontstaan, waar de Bijbelse prediking niet meer is te horen.”