Wintercursus SSNR 25 jaar: Nadere Reformatie nog altijd actueel

In Veenendaal vond zaterdag voor het vijfentwintigste jaar op rij een wintercursus van de SSNR plaats. beeld Niek Stam
15

Vanuit de overtuiging dat de Nadere Reformatie aan actualiteit nog niet heeft ingeboet, belegt de Stichting Studie der Nadere Reformatie (SSNR) voor het vijfentwintigste jaar op rij een wintercursus. Van plan om te stoppen is de stichting niet. „We hebben nog tientallen ideeën.”

De eerste cursisten komen rond half tien zaterdagmorgen binnen in het kerkgebouw van de gereformeerde gemeente te Veenendaal. In de hal staan cursusleider Roelof Bisschop, tevens SGP-Kamerlid, en zijn vrouw Christien de leergierigen op te wachten met cursusmateriaal. Deze dag gaat het over Johannes Hoornbeeck (1617-1666) en zijn relatie tot de islam en andere godsdiensten.

Prof. dr. Henk van den Belt heeft een verdiepend verhaal over deze nadere reformator. Hij vertelt niet alleen over zijn leven maar ook over zijn ideeën. „Het is deze morgen iets anders dan een Bijbellezing of een meditatie”, zegt de hoogleraar systematische theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. „We gaan de diepte in.”

Hoornbeeck had een talenknobbel en beheerste dertien talen. Hij was hoogleraar theologie in Utrecht en Leiden. In Utrecht kwam hij op tegen de lombarden, de eigenaren van de leenbank die tegen woekerrente geld beschikbaar stelden aan de arme inwoners van de stad. Hoornbeeck wilde hen weren van het avondmaal. Dat bracht hem en anderen van de kerkenraad in conflict met de overheid die hen de hand boven het hoofd hield.

Vertekend

Prof. Van den Belt vraagt zich af of de beschrijving van Hoornbeeck in de informatiegids van het reformatorische Hoornbeeck College wel helemaal correct is. Hij citeert de zin: „Daarom legde hij sterk de nadruk op de noodzaak en de mogelijkheid van wedergeboorte en bekering.” Prof. Van den Belt: „In een boek over catechisatie dat Hoornbeeck schreef, ben ik het woord wedergeboorte niet tegengekomen. De woorden ”nadruk op wedergeboorte” lijken een vertekend beeld te geven.”

De hoogleraar systematische theologie sprak over Johannes Hoornbeeck (1617-1666). beeld Niek Stam

Ook heeft de hoogleraar twijfels of het wel goed is om iemand tot een vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie te rekenen. „De discussie maakt duidelijk dat het misschien beter is om niet over een afgebakende groep te denken, maar veel meer over een netwerk van bevriende theologen. De sterke antithese, waarin de Nadere Reformatie afgezet wordt tegen een heersend gebrek aan levend geloof, is vooral een projectie van onze tijd.”

Ketters

Hoornbeeck heeft een boek van ruim negenhonderd pagina’s geschreven over ongelovigen, ketters en scheurmakers. Daarin gaat hij ook in op de islam, die hij scherp veroordeelt. Het is opvallend, aldus prof. Van den Belt, dat Hoornbeeck minder kritisch was in de richting van andere godsdiensten.

Tijdens de bespreking vraagt een aanwezige hoe tolerant Hoornbeeck was. Prof. Van den Belt stelt dat alle gereformeerde theologen in de zeventiende eeuw vonden dat de overheid moest opkomen voor de ware christelijke godsdienst. „Gewetensdwang werd afgewezen. Daarbij hoorde het tolereren van dwalingen achter de voordeur.”

Erfgoed

Cursusleider Bisschop en penningmeester van de stichting Gerrit Boonzaaijer zijn beiden, met hun vrouwen, alle 25 jaar betrokken geweest bij de wintercursus. Bisschop: „Een doel van de SSNR is het overdragen van het erfgoed van de Nadere Reformatie. De wintercursus is daarvan een onderdeel. We zoeken daarvoor bekwame sprekers die zich terdege in een onderwerp verdiept hebben.”

De echtparen Boonzaaijer (l.) en Bisschop. beeld Niek Stam

In het begin waren er ongeveer zeventig cursisten. Het aantal steeg tot circa tweehonderd, zoveel dat er nauwelijks plaats genoeg was in de zaal. Nu is het gedaald tot zo’n tachtig. Boonzaaijer: „We spannen ons in om weer een groter publiek te bereiken. We hebben dit jaar alle reformatorische scholen benaderd in de hoop dat docenten zouden aanhaken.”

Bisschop: „In het kader van de burgerschapsvorming is dat juist nu een kans. Docenten die maatschappijleer geven, kunnen hier veel van opsteken. Het gaat om het gereformeerde erfgoed en de vertaling ervan naar het heden. Het thema van dit jaar, ”Nadere Reformatie en andersdenkenden”, biedt allerlei aanknopingspunten.”

Gaan jullie hiermee door?

Boonzaaijer: „We hebben nog tientallen ideeën. Een ervan is: de invloed van de Nadere Reformatie op de Afscheiding.”

Bisschop: „We zoeken ook naar wegen om andere doelgroepen te bereiken. We denken eraan om reizen te gaan organiseren naar plaatsen waar Nadere Reformatoren geleefd hebben, bijvoorbeeld naar Utrecht waar Jodocus van Lodenstein woonde. Om jongeren te bereiken, willen we meer gaan doen met digitale media.”

Oude en nieuwe cursist

De een heeft de wintercursus van de SSNR al vijfentwintig jaar gevolgd. De ander is er voor het eerst. Beiden zijn vol lof.

Wim Kok, voormalig docent aan het Ichthus College in Veenendaal, is cursist van het eerste uur. Roelof Bisschop, toen een collega, haalde hem in 1994 over om te gaan. Het huidige onderwerp, over tolerantie, springt er voor hem uit. „Er zijn grenzen aan de tolerantie. We moeten onze identiteit bewaren. Dat geldt ook voor de komst van moslims. We moeten de ideologie van de islam zo veel mogelijk weren. Dat laat onverlet dat we mensen moeten helpen. Zo heb ik eens een moslimmeisje dat zwaar in de problemen zat, geholpen.”

Cursist Wim Kok. beeld Niek Stam

Eline Aarnoudse-Geluk uit Bruinisse geeft godsdienstles op beroepencollege De Swaef in Rotterdam en is dit jaar voor het eerst op de cursus. Ze is enthousiast. „Ik krijg hier achtergronden voor mijn lessen aangereikt, bijvoorbeeld over het omgaan met andersdenkenden. De Nadere Reformatie was niet duf, maar verklaart veel van wat wij gewoon vinden.”

Cursiste Eline Aarnoudse-Geluk. beeld Niek Stam