„Wie houdt predikant een eerlijke spiegel voor?”

Haamstedeconferentie 2019
Haamstedeconferentie 2019 in Elspeet. beeld RD, Anton Dommerholt

Leiderschap dat zich onderscheidt op basis van de Bijbel staat in het teken van „nederigheid en geduld”, maar blijft ook bij genomen besluiten. Tegelijk moeten leiders –ook predikanten– zichzelf een spiegel durven voor te houden. „Van wie krijgt u eerlijke feedback?”

Mediator ir. B. Visser, tot vorig jaar directeur van de Erdee Media Groep, sprak dinsdagmiddag tijdens de Haamstedeconferentie over ”Onderscheidend leiderschap in deze tijd”.

Visser las verschillende boeken over leiderschap, maar hem viel op dat hierin vaak vooral over gedrag gesproken wordt. „Dat is waardevol, maar hielp mij onvoldoende om bij moeilijke kwesties en ethische vragen de juiste afwegingen te kunnen maken.”

De mediator is daarom bewust op zoek gegaan naar „onderscheidend leiderschap. Dan gaat het dus niet zozeer om dienend of spiritueel leiderschap, maar om de vraag wat ons leiderschap nu op grond van de Bijbel onderscheidend maakt. Waarin gaan onze keuzes verder dan algemene principes?”

Visser schetste een aantal problemen die zich kunnen voordoen bij christelijk leiderschap. „Hoe zwaar mag een misstap bijvoorbeeld zijn om iemand op staande voet te ontslaan? En mag zo’n persoon na verloop van tijd weer terugkomen bij een organisatie of als ambtsdrager? Hoe gaan we om met zaken die in onze kring worden toegedekt? Hoe moeten we reageren als tijdens een vergadering vooral theologisch dierbare zaken worden gezegd, terwijl eigenlijk niet wordt benoemd dat er toch iets misgaat?”

Nederigheid

Als Bijbels uitgangspunt in leiderschap springt nederigheid eruit, stelde Visser. Hij verwees hierbij naar Filippensen 2:6-9. „Het gaat hier om het gevoelen dat in Christus Jezus was. Nederigheid is dus een eigenschap van God Zelf. Het gaat om ontledigd worden van onszelf. Die nederigen worden in de Bijbel vaak aangeduid als zachtmoedigen. Hier gaat het om zaken die alleen in een leven met Christus worden geleerd.”

Naast de nederigheid noemde Visser rechtvaardigheid en barmhartigheid als Bijbelse begrippen. „Beide zaken horen in balans te zijn.”

Ook de vier kardinale deugden die Aristoteles formuleerde –moed, matigheid, rechtvaardigheid en wijsheid– zijn volgens de mediator behulpzaam. „Wel is een belangrijk verschil dat nederigheid in de Griekse filosofie eerder als ondeugd wordt beschouwd. Het wordt gezien als een vorm van slavenmentaliteit. De nederigheid van Filippensen 2 toont echter de bereidheid om de minste te willen zijn. De Heere Jezus nam de gestalte van een slaaf aan.”

Nederigheid houdt ook in dat een leider „heilig ontspannen” kan zijn. „Het gaat om een Goddelijk beroep. We doen het niet voor onszelf. Het eigene van christelijk leiderschap in de context van vele postmoderne benaderingen is dat Zijn zaak niet failliet kan gaan. Een leider wordt dus nooit op zichzelf teruggeworpen.”

Zelfbeeld

In onze tijd, zei Visser, verschuift het begrip nederigheid meer in de richting van een geaccepteerd zelfbeeld, het werken vanuit je eigen kracht, het accepteren dat men niet alles kan weten in een maatschappij die bolstaat van vluchtigheid. „Ook dit is echter een heel ander begrip van nederigheid dan we in de Bijbel zien.”

Tegelijk betekent christelijke nederigheid niet „alles maar accepteren”, stelde Visser in reactie op een vraag van een van de aanwezigen. „Zelfverloochening heeft ergens een grens; je kunt jezelf niet eindeloos wegcijferen. Daarom moeten ook rechtvaardigheid en matigheid een plaats hebben, anders raakt de balans verloren.”

Intervisie

Visser deelde een aantal ervaringen uit zijn tijd als directeur. Daar bleken eigenschappen als geduld, het leren om open te luisteren en het bieden van helderheid noodzakelijk te zijn voor goed leiderschap.

De oud-directeur maakte regelmatig gebruik van een intervisiegroep. „In periodes met spanningen hielp het mij om daarover in gesprek te gaan met mensen van buiten onze directe kring. Zij stelden vaak vooral vragen; juist dat bleek leerzaam.”

Hij riep de predikanten ertoe op dit ook toe te passen. „Hebben we vertrouwenspersonen die ons de spiegel durven voor houden? Organiseren we onze eigen tegendruk? Als predikant zijn we vaak in een positie waarin mensen ons willen pleasen. Van wie krijgt u eerlijke en positief kritische feedback? Kies daarvoor juist eens een collega van een ander kerkverband.”

Gezagscrisis

Moet een predikant ook altijd de voorzittershamer hanteren binnen de kerkenraad, vroeg een aanwezige. „Van mij niet”, aldus Visser. „Niet van alle predikanten is leiderschap hun sterkste kant. Waarom zou je dat dan niet overlaten aan een ander?”

Heeft het moeten ontwikkelen van een visie op leiderschap niet alles te maken met een „gezagscrisis”, vroeg een andere aanwezige zich af. „Moeten wij niet gewoon terug naar het vijfde gebod over het onderwerpen aan gezag?” „Het proces van besluitvorming gaat tegenwoordig inderdaad vaak anders dan vroeger”, reageerde Visser. „Maar ik zie dat als positief. Vroeger werd er minder gesproken rond besluiten, maar bleef er als gevolg daarvan onderhuids veel zitten. Wel is het belangrijk om te blijven staan voor een besluit dat genomen is. Blijft uw ja, ja – ook als een besluit weerstand oproept?”

Ir. B. Visser - Onderscheidend leiderschap in deze tijd?