Westerkerk, van kerkbanken naar hotelbedden

Bunk-hotel Utrecht. beeld RD, Anton Dommerholt
5

Aan de buitenkant is het nog echt de oude, vertrouwde Westerkerk. Vanbinnen is alles anders. De monumentale kerk, waar 125 jaar lang elke zondag is gepreekt, is verbouwd tot „ontmoetingsplek, borrelspot en buurthuis 2.0.” Vorige week opende hotel Bunk zijn deuren.

Op de voorgevel van het gebouw aan de Catharijnekade staat in witte letters ”Bunk”. De oude kerkdeuren staan wijd open. In de hal bevinden zich twee zitjes. Zachte jazzmuziek klinkt uit de speakers. In de voormalige kerkzaal is de bar gebouwd, met flessen en glazen en taps met zelfgebrouwen Bunk-bier. Achter de bar bevindt zich de keuken. En boven de bar en de keuken verrijst een enorme houten doos, opgetrokken van gestapelde panelen, met allemaal kleine raampjes. Daar zitten tien hotelkamers in. Boven, op de galerijen, zijn grote bloemstukken aangebracht. Het orgel van G. H. Quellhorst hangt nog steeds in al zijn glorie aan de muur, hoewel het voor de helft schuilgaat achter de houten doos met de bedden. Vlak voor het orgelfront is een glazen liftschacht aangebracht.

De preekstoel is verdwenen. Daar staat nu een antieke piano. Waar de achterwand van de kansel de muur raakte, is nu een kunstwerk in drie delen aangebracht. Het zijn drie zwarte lijsten met allemaal witte stippen. Het kunstwerk heet ”Trinity”, Drie-eenheid.

Gereformeerde kerk

De Westerkerk dateert uit 1891 en was gebouwd voor de gereformeerde kerk te Utrecht. Er waren toen 1028 zitplaatsen. Sinds 1967 was de kerk in gebruik bij de gereformeerde gemeente. Omdat de gereformeerde gemeente in de wijk Leidsche Rijn een nieuwe kerk bouwt, werd de Westerkerk in 2016 verkocht. Op zaterdag 6 januari 2018 kwam de gemeente bijeen voor de laatste dienst in de Westerkerk. Het gebouw is herbestemd tot hotel-restaurant-ontmoetingsruimte.

Aan een tafeltje onder een van de balustrades zitten Robin Hagedoorn, de bedenker van het Bunk-hotelconcept en mede-eigenaar, en Leonie Scholten, marketingspecialist. Hagedoorn is een rasechte Utrechter. Hij heeft al meer leegstaande religieuze gebouwen in de stad aan een nieuwe bestemming geholpen, zoals de Jacobuskerk en de Gregoriuskerk. „Ik heb een voorliefde voor religieus erfgoed”, zegt hij. „Kerken zijn mijn passie. Zulke gebouwen houd ik graag in ere, ook als de kerkelijke functie verdwenen is. De buitenzijde van de Westerkerk hebben we gekoesterd. We hebben het dak vernieuwd, want dat was nodig, maar verder is er aan de buitenkant niets veranderd.”

Scholten, over het Bunk-concept: „Dit is niet zomaar een hotel geworden. Dit is veel meer. We willen een ontmoetingsplek, een restaurant, een borrelspot en cultuurpodium voor kleine evenementen zijn. Op deze plaats willen we mensen aan elkaar verbinden. Dat deed de kerk toch ook altijd. Nu gaat de deur niet alleen op zondagmorgen om half tien open, maar zeven dagen per week, van zeven uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds.”

Hagedoorn heeft bewust op zaterdag 6 januari 2018 de laatste kerkdienst van de gereformeerde gemeente bijgewoond. Hij vond het een indrukwekkende dienst. „De voorganger hield een zeer gepaste preek, over dit gebouw als een huis van God, maar ook over geloof dat niet in stenen, maar in je hart zit.”

Heavenly

Op een van de galerij is ook een borrelruimte met een barretje aangebracht. Verlichte letters laten beurtelings twee woorden zien: ”be have” en ”be heavenly (”gedraag je” en ”wees hemels”). Iets verderop bevinden zich flexplekken. Scholten: „Iedere bezoeker kan hier gaan zitten werken, zitten, chillen of vertoeven. Dit is een plek voor iedereen. Dit is een buurthuis 2.0.

Aan een tafeltje zit Willemijn. Ze komt uit Utrecht en is architect. Wat zoekt ze hier? „Als zzp’er had ik even een werkplek nodig en ik was ook benieuwd hoe dit geworden is. Misschien is hier wel erg rigoureus ingegrepen en had ’t ook wat subtieler gekund. Maar, toch ook wel mooi dat dit gebouw een nieuwe bestemming kon krijgen.”

Hagedoorn en Scholten klimmen de trap op, naar de eerste verdieping, dan naar de tweede verdieping. In kamer 206 staat een tweepersoonsbed strak tussen de muren. Er is een klein wastafeltje, een toilet en een douche. Scholten: „Alles is eenvoudig, maar alles is aanwezig.”

Bij Bunk kun je een compacte hotelkamer boeken, óf slapen in een pod, dat is een capsule met een bed erin, die met een verduisterend gordijn kan worden afgesloten. Hagedoorn: „We wilden het sociale van een hostel combineren met het comfort van het hotel. Je deelt dus wel een kamer, maar hebt ook je eigen ruimte.”

De trap voert naar de derde en de vierde verdieping. Daar sta je vlakbij de nok van het gebouw, bij het blauwgeschilderde, houten tongewelf, nog een stuk boven de bekroning van het orgel. Aan de voorzijde op deze verdieping bevindt zich de bruidssuite, de mooiste kamer van het hotel.

Gebeurt er nog iets met het orgel?

Hagedoorn: „We hebben zeker ambitie om daar iets mee te gaan doen. Er zijn al liefhebbers die hier best eens een concert willen geven. Het orgel zal echt nog te horen zijn.”

Waar komt die naam, Bunk, vandaan?

„Die naam verwijst naar het werkwoord ”stapelen”, maar ook naar woorden als ”kleine kamer” of ”bedstede”.

Hoe duur is dit hele project geweest?

„Dat lijkt me minder relevant. Maar hier zijn natuurlijk vele miljoenen mee gemoeid.”