Wennen aan de nieuwe Micha

Prof. dr. Riemer Roukema in 2016. beeld Riemer Roukema

De profetieën uit Micha moeten breder worden toegepast dan de kerk door de eeuwen heeft gedaan. Dat stelt prof. dr. Riemer Roukema. Volgens hem ging het al mis bij de Vroege Kerk.

De onderzoekshoogleraar vroeg christendom aan de Protestantse Theologische Universiteit doet op dit moment onderzoek naar de oudchristelijke interpretatie van het boek Micha. Hij publiceerde vorige week een artikel in Marturia, een e-magazine over de betekenis van de Vroege Kerk voor vandaag.

Prof. Roukema zegt dat er al in de eerste jaren na het ontstaan van het christendom verschillen komen in de uitleg van het Oude Testament, bijvoorbeeld over Wie God is. „Christenen uit de joden hielden eraan vast dat de God van het Oude en het Nieuwe Testament Dezelfde is, terwijl bepaalde niet-Joodse christenen een sterk onderscheid gingen maken tussen de strenge, rechtvaardige God uit het Oude Testament en de onbekende, hogere God van liefde en genade uit het Nieuwe Testament. Maar die visie heeft de kerk afgewezen als ketters.”

Het boek Micha leidde in de oudchristelijke wereld tot uiteenlopende interpretaties. Sommige teksten werden door zowel joodse als christelijke uitleggers in verband gebracht met de verwachte Messias. Een bekend voorbeeld is Micha 5:1 met de woorden ”En gij Bethlehem Efratha”. De schriftgeleerden en farizeeën zagen er een verwijzing in naar de komende Messias; voor christenen duidde de tekst Christus aan.

Prof. Roukema wijst erop dat sommige teksten van Micha voor een deel van de vroege christenen problematisch waren. „In Micha 1:12 en 13 wordt gesproken over het ”onheil van de Heer”. In het Hebreeuws staat letterlijk dat het kwaad van God afkomstig is; een gegeven waar christelijke geleerden zich het hoofd over gebroken hebben. Kerkvader Origenes vond in de derde eeuw een oplossing: God doet kwaad, maar alleen met een goed doel voor ogen, bijvoorbeeld de bekering van de mens.”

Liturgie

Prof. Roukema geeft aan dat christenen zowel in de tijd van de oudchristelijke kerk als nu soms de mist ingaan met hun interpretatie. „Ik was allang bekend met de oudchristelijke uitleg van het Oude Testament, maar echt schokkend vond ik de visie op het jodendom. Kerkvaders hebben kritische passages van de profeten tegen Israël, gebruikt om de joden hun ongeloof te verwijten.”

De Groningse hoogleraar begrijpt de antihouding van de Vroege Kerk wel. „De door de vroege christenen aangehaalde teksten uit Micha zijn inderdaad kritisch over de joden. Maar Micha bekritiseert de joden uit zijn tijd, de achtste eeuw voor Christus. Christenen moeten deze profetieën van Micha op zichzelf betrekken, en niet tegen de joden gebruiken.” Volgens prof. Roukema is de houding van Paulus ten opzichte van de joden positiever dan de houding van de kerkvaders na hem. „Paulus wil zijn broers tot jaloersheid wekken. Zo zou de houding van christenen ten opzichte van hun joodse broeders moeten zijn.”

Prof. Roukema haalt een voorbeeld uit Micha 6:3 en 4 aan, waar de Heere sprekend wordt opgevoerd in een klacht over Zijn ondankbare volk Israël. De interpretatie van deze verzen is volgens de hoogleraar een eigen leven gaan leiden. „Deze teksten zijn in eerste instantie gericht tegen de joden; God spreekt Zich beschuldigend tegen hen uit. Op den duur zijn deze verzen opgenomen in de liturgische gebeden op Goede Vrijdag. Als gevolg daarvan werd de tekst ook in later tijd tegen de joden gebruikt, als beschuldiging voor het doden van Jezus. Niet voor niets zijn er juist op Goede Vrijdag antisemitische rellen geweest.” Vandaag de dag is dit gedeelte volgens prof. Roukema in de Rooms-Katholieke Kerk nog steeds onderdeel van de liturgie. „De tekst wordt nu echter uitgelegd en toegepast op de christelijke kerk.”

Het gebeurt vaker dat Bijbelteksten los van hun verband in een kerkelijke liturgie terechtkomen, aldus prof. Roukema. „Die teksten gaan dan een eigen leven leiden. De tekst uit Micha uit de liturgie van Goede Vrijdag is een sterk voorbeeld van dit gebruik.”

Heidenvolken

De sleutel naar een goed begrip van de oordeelsprofetieën ligt volgens prof. Roukema in het vermogen van christenen om de tekst op zichzelf toe te passen. „In de Oosters-Orthodoxe Kerken tref je traditioneel een kritische houding ten opzichte van de joden aan. In de westerse kerk is er de laatste tijd veel meer reflectie op dit thema geweest. De kerk is zich ervan bewust voor 99 procent afkomstig te zijn uit de heidenvolken. Ik heb de indruk dat oudtestamentische teksten nu eerder worden toegepast op de eigen gemeente. Het komt ons als christenen niet toe om dergelijke oordeelsteksten op de joden toe te passen.”

Prof. Roukema, die geregeld voorgaat in diensten in de Protestantse Kerk in Nederland, geeft toe de kritische profetieën zelf weinig te bepreken. „Het zijn niet de meest aansprekende teksten, ze passen beter in een oordeelspreek. Meestal kies ik toch de profetieën van heil uit.” Dat laat volgens hem onverlet dat de oordeelsteksten ook nu nog betekenis hebben. „Micha uit kritiek op de maatschappij. Met een boodschap over oneerlijkheid, hebzucht en onrecht kun je nog steeds wat.”

De manier om tot een goede interpretatie van het Oude Testament te komen, is door de tekst te zien in het licht van Christus. „Veel profetieën kunnen op Hem worden toegepast. Alleen door Jezus hebben we als christenen toegang tot het Oude Testament gekregen.”