Wat Susanna Wesley haar tien kinderen leerde

Susanna Wesley. beeld artuk.org
11

Ze krijgt negentien kinderen, van wie er tien na hun geboorte in leven blijven. Susanna Wesley wil maar één ding: dat ze de Heere leren kennen, liefhebben en gehoorzamen. Ze wordt de moeder van het methodisme.

Kinderjaren in Spitalfields

Spitalfields, 20 januari 1669. In de pastorie van dr. Samuel Annesly wordt Susanna geboren. Ze is de 25e en laatste in het gezin van de presbyteriaanse predikant, die een paar jaar eerder de Kerk van Engeland moest verlaten, samen met 2000 andere geestelijken. Deze non-conformisten zijn het niet eens met het nieuwe gebedenboek dat in de kerkdiensten wordt gebruikt. De pastorie is voor hen een ontmoetingsplek. De puritein Richard Baxter komt geregeld langs, of anders wel een van de 800 gemeenteleden.

Het huis waar Susanna 350 jaar geleden ter wereld komt, staat er nog. Zoals in veel buurten in Londen zijn de huizen in Spitalfields de afgelopen vijftig jaar de lucht in geschoten. De voormalige pastorie spiegelt in het glas van de hoogbouw.

In de zeventiende eeuw grazen hier nog koeien, maar ook dan hangt de verandering in de lucht. Als Susanna buiten speelt, prijzen kooplieden vlees en gevogelte aan. Londen dijt steeds verder uit; de bevolking moet worden gevoed.

Susanna krijgt een puriteinse opvoeding, en daar is ze dankbaar voor. Ze schrijft er later over: „Godsdienst is het meest aangename en heerlijkste ter wereld.” Susanna is nog een kind als ze besluit om dagelijks meer tijd te besteden aan bidden dan aan vermaak.

Waarom Susanna geen amen zegt

Susanna is negentien als ze met Samuel Wesley trouwt. Hij is predikant, maar dan binnen de Kerk van Engeland. Wesley zoekt het hogerop, maar hij moet het bijna veertig jaar lang doen met zijn gemeente in het Oost-Engelse dorpje Epworth. Het klikt niet erg tussen de intellectuele predikant en zijn eenvoudige parochianen. Twee keer brandt zijn huis af, naar verluidt aangestoken door boze gemeenteleden.

Tussen hem en Susanna gaat het ook niet altijd even goed. Ziekte, armoede, de dood van tien van hun negentien kinderen – ze werpen een lange schaduw over de 44 jaren die hun huwelijk duurt.

Ook in politiek opzicht zitten ze niet op één lijn. Als Samuel in 1701 in de kerk voor koning Willem III bidt, weigert Susanna hardop „amen” te zeggen. Ze ziet Van Oranje niet als een door God aangesteld vorst. „Als we twee koningen hebben, dan ook twee bedden”, zegt Samuel, en hij vertrekt voor een jaar naar Londen. De predikant keert pas weer terug als koningin Anne op de troon zit. De twee echtelieden zien haar allebei als een wettige monarch.

Samuel Wesley besteedt een groot deel van zijn leven –en geld– aan de uitgave van een commentaar op het Bijbelboek Job. Hij overlijdt in 1735.

Ieder kind een uurtje apart

Samuel Wesley is veel op pad voor kerkelijke zaken, dus het huishouden en de opvoeding van de kinderen rusten vooral op de schouders van Susanna Wesley. Ze wil haar kroost vooral liefde tot God meegeven. „Ik heb ze op de wereld gebracht”, schrijft ze in 1709 aan haar oudste zoon Samuel. „Ik hoop dat het God behaagt om mij, een onwaardig instrument, te gebruiken om hun zielen goed te doen.”

De kinderen krijgen een strikte, methodische en vrome opvoeding. Wie kan praten, krijgt het Onze Vader aangeleerd. De kinderen zeggen dit gebed op als ze gaan slapen en weer wakker worden. Zijn ze wat groter, dan komen daar gebeden voor hun ouders, catechismusvragen en Bijbelteksten bij. Jongens én meisjes leren op hun vijfde lezen, om de Schrift zelf ter hand te kunnen nemen. Er worden psalmen gezongen, voor en na schooltijd. Elke dag neemt Susanna een van de kinderen een uurtje apart.

Ondanks de drukte van het moederschap neemt Susanna iedere dag twee uur de tijd voor de verborgen omgang met God. En dan zijn er soms van die momenten, noteert ze in haar dagboek, dat de „grenzeloze en onuitputtelijke goedheid en genade van God me overvallen.”

Moeder van het methodisme

Drie jongens van Susanna Wesley worden predikant. Samuel, de oudste, John (de vijftiende) en Charles (de achttiende). De laatste twee worden het bekendst.

Charles Wesley schrijft 6600 liederen, waarvan sommige nog steeds worden gezongen. John Wesley is de opwekkingsprediker die naar schatting aan een miljoen mensen het Evangelie verkondigt. Samen met George Whitefield vormt hij de spil in de achttiende-eeuwse opwekking in Engeland, al komt er later verwijdering tussen beide predikanten. In de visie op de uitverkiezing en de verantwoordelijkheid van de mens kiest Whitefield voor de calvinistische lijn. In een anoniem uitgegeven pamflet, een jaar voor haar dood, verdedigt Susanna haar zoon. „Meneer Whitefield zegt dat meneer Wesley de zaligheid van een mens afhankelijk maakt van diens eigen vrije wil.” Maar dat klopt volgens haar niet, want van al het goede in de mens is God de auteur, schrijft ze. „John Wesley is geen arminiaan, en meneer Whitefield weet dat.”

Uit het werk van John en Charles Wesley, gestempeld door de geloofsopvoeding van moeder Susanna, ontstaat de beweging van het methodisme. Deze methodisten –tegenwoordig zijn het er zo’n 80 miljoen– leggen de nadruk op de genade van God, een vroom en godsdienstig leven, evangelisatie en hulp aan de armen.

„Het kruis is ingewisseld voor een kroon”

De laatste jaren van haar leven woont Susanna in bij haar zoon John. Hij laat een huis bouwen in de buurt van Bunhill Fields, de oude Londense begraafplaats voor verachte non-conformisten. Als John Wesley in juli 1742 terugkeert van een preekrondreis, treft hij zijn moeder „op de grenzen van de eeuwigheid” aan. Susanna Wesley overlijdt dezelfde maand nog, op 30 juli. Ze heeft haar kinderen gevraagd een lofpsalm te zingen als haar einde komt.

Op Bunhill Fields, tegenover Wesley’s Chapel, hebben de eeuwen door zeker 123.000 begrafenissen plaatsgevonden. Dat is nu allemaal voorbij. De voormalige ”beenheuvel” is tegenwoordig een van de vele groene longen in de Londense metropool. Hoge platanen vormen een groen dak boven tientallen scheefgezakte en verweerde graven. In het bemoste steen is soms nauwelijks te lezen wie er ligt: theologen als John Owen en Thomas Goodwin, dichters als William Blake en Isaac Watts, en vele naamlozen.

In de buurt van het grafmonument voor John Bunyan staat een witte steen. „Hier ligt het lichaam van Susanna Wesley”, is erop te lezen. „In de zekere en vaste hoop op de opstanding.” „Het kruis is ingewisseld voor een kroon.”