Waarom 75 jaar Vrijmaking nauwelijks leeft in de GKV

Herdenking van vijftig jaar Vrijmaking in augustus 1994 in de Grote Kerk in Apeldoorn. beeld RD, Sjaak Verboom
2

De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) bestaan deze zondag 75 jaar. De Vrijmaking in 1944 leeft echter nauwelijks onder kerkleden. Ze kijken liever vooruit.

Hoe zijn de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt ontstaan?

De GKV komen voort uit de Afscheiding van 1834, waarbij in heel Nederland groepen mensen de Nederlandse Hervormde Kerk verlieten. Aan het einde van de negentiende eeuw bracht Abraham Kuyper het grootste gedeelte van deze afgescheidenen bijeen in de Gereformeerde Kerken in Nederland. In 1944 ontstond er in dit kerkverband een scheuring. Op een landelijke vergadering in Den Haag werd op 11 augustus de ”Acta van Vrijmaking en Wederkeering” gepresenteerd. Onder leiding van prof. dr. K. Schilder maakten ongeveer tachtigduizend kerkleden –bijna 10 procent van het totaal– zich vrij van synodebesluiten die ze onbijbels achtten. De bezwaren richtten zich met name tegen door de generale synode bindend opgelegde leeruitspraken –vooral over de verhouding tussen wedergeboorte en doop– en tuchtmaatregelen tegen degenen die deze binding niet accepteerden. Het recht om synodebesluiten niet te aanvaarden (artikel 31 van de kerkorde) werd volgens de bezwaarden miskend. Sindsdien bestonden er twee groepen ”Gereformeerde Kerken”, informeel aangeduid als ”synodaal” en ”vrijgemaakt” of ”onderhoudende artikel 31”. De GKV tellen op dit moment bijna 115.000 leden.

Welke kerken komen nog meer voort uit de Vrijmaking?

De Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK), De Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN).

De visie op de Vrijmaking van 1944 legde de kiem voor een scheuring in de jaren zestig, waaruit de NGK ontstonden. In 1966 verscheen de Open Brief, die het opnam voor een vrijgemaakte predikant die toenadering zocht tot de Gereformeerde Kerken in Nederland.

In 1967 ontstond daarover een conflict op de synode. Waren de GKV de ware kerk, op de manier waarop de Nederlandse Geloofsbelijdenis daarover spreekt? Plaatselijke gemeenten scheurden. Vanaf 1967 kwamen bijna 30.000 leden buiten het landelijk kerkverband te staan. Zij vormden samen de Nederlands Gereformeerde Kerken.

De Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld) ontstonden na 2003 vanuit de GKV. Bezwaarde kerkleden spraken in 2003 in de Akte van Vrijmaking of Wederkeer uit dat de GKV niet langer de ware kerk was. De verontrusten spraken niet van een afscheiding of scheuring maar van een vrijmaking: kerkleden maakten zich vrij van de dwalingen van de kerk. Het kerkverband van de zogenoemde nieuwe vrijgemaakten koos in maart 2006 voor de naam De Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld), afgekort DGK. Er zijn inmiddels tien gemeenten, met in totaal ongeveer 1300 leden.

De GKN ontstonden in 2009 uit enkele gescheurde gemeenten en groepen uit DGK en uit gemeenten die zich hadden losgemaakt van de GKV, maar die zich nog niet bij een kerkverband hadden aangesloten.

Er leven binnen de GKN min of meer dezelfde bezwaren tegen de GKV: het „loslaten van het Schriftgezag” en de „oneerbiedige en vrijblijvende omgang met Gods Woord.” Dat uit zich volgens hen in onder meer de visie op de eredienst, het huwelijk, homoseksualiteit en vrouw en ambt. De GKN tellen twaalf gemeenten en ongeveer 1200 leden. DGK en GKN willen zo snel mogelijk tot zichtbare eenheid komen.

Hoe wordt de Vrijmaking herdacht?

De Theologische Universiteit Kampen, die predikanten voor de GKV en de NGK opleidt, houdt op 31 oktober een congres in de Kamper St. Annakapel. Verschillende sprekers gaan in op de geschiedenis en actualiteit van de Vrijmaking. Het Archief- en Documentatiecentrum (ADC) van de GKV brengt die dag een fotoboek uit over het ‘vrijgemaakte’ leven, met daarin onder meer interviews met 75-jarigen.

Leeft het jubileum onder kerkleden?

Nog niet echt. Prof. dr. George Harinck, bijzonder hoogleraar geschiedenis van het neocalvinisme aan de Theologische Universiteit Kampen, zegt desgevraagd dat hij niet de indruk heeft dat kerkleden erg warmlopen voor de herdenking van 75 jaar Vrijmaking. „De gebeurtenissen in 1944 zijn grijze geschiedenis geworden. Steeds minder mensen hebben de Vrijmaking bewust meegemaakt.”

Voor het conflict in de jaren zestig is volgens de historicus wél veel aandacht. „Men zoekt verzoening voor wat er toen is gebeurd.”

Vrijgemaakten kijken vooral naar de toekomst: in 2023 moet de hereniging van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken een feit zijn.