Vrijwilligers uit kerken in Gent bieden steun bij armoede

beeld RD

Steun bieden aan inwoners van Gent die met armoede kampen. Voor dat doel werken de protestantse en evangelische kerken in de stad samen in de organisatie De Helpende Hand. Vrijwilligers trekken als buddy op met mensen uit de doelgroep en doen boodschappen met hen.

Als buschauffeur had Markoen Bracke (37) ooit een goedbetaalde baan. Door een opeenstapeling van problemen liep de inwoner van Gent zo’n dertien jaar geleden echter vast, vertelt hij in een zaaltje van de gereformeerde kerk in de stad. Hij raakte verslaafd aan drank en gokken en bouwde torenhoge schulden op. Uiteindelijk raakte hij zijn baan kwijt. Ook liep zijn relatie stuk.

Bracke kwam terecht in een traject voor collectieve schuldbemiddeling. Maandelijks loste hij een deel van zijn schulden af. „Ik hield 80 euro per week over voor voeding, kleding, de kapper, enzovoorts. Dat was niet veel, maar er stonden geen deurwaarders meer op de stoep.” Maandelijks had hij contact met De Helpende Hand (DHH). Deze christelijke organisatie ondersteunde hem onder meer met levensmiddelen.

Vrijwilliger Johan Schelstraete (72) en coördinator Francis Van De Walle (69) zijn al jaren bij DHH betrokken. Ze vertellen dat de organisatie in 1994 werd opgericht op initiatief van een Gentse godsdienstleraar, nadat het Leger des Heils in de stad was opgeheven. Via DHH werken tien kleine evangelische en protestantse kerken sindsdien samen aan armoedebestrijding.

Opgelapte broek

In 2010 sloot DHH zich aan bij Kras (KRing rond mensen in Armoede in de Stad), een netwerk van vrijwilligersorganisaties dat subsidie krijgt van de lokale overheid. Hierbij zijn achttien initiatieven aangesloten, de meeste met een rooms-katholieke of humanistische achtergrond.

De „armoedegroepen” bieden elk ondersteuning in een afgebakend deel van de stad, die in totaal ruim 261.000 inwoners telt. DHH is actief in Zwijnaarde, een wijk met veel socialehuurwoningen.

Het werk van de diaconale organisatie ligt Schelstraete na aan het hart. „Ik ben sociaal aangelegd”, zegt de vrijwilliger. Hij groeide zelf op in armoede en kent de problematiek daardoor van binnenuit. „Mijn vader had een garagebedrijf. Door een gesprongen ader in zijn oog werd hij half blind en kon hij zijn werk niet meer doen. Ik zie mezelf nog naar school gaan met een opgelapte broek omdat mijn ouders geen geld hadden om een nieuwe te kopen.”

De werkwijze van de Krasorganisaties verschilt. Kenmerkend voor de aanpak van DHH is het werken met buddy’s, zegt Van De Walle, lid van de protestantse kerk in Gent. Zo’n 15 buddy’s uit de deelnemende kerken proberen een band op te bouwen met de bijna 100 bewoners van Zwijnaarde die DHH ondersteunt. Ze bezoeken hen één keer per maand –of zo nodig vaker– aan huis, onder meer om het financiële reilen en zeilen door te nemen.

Maandelijks krijgen de mensen met een smalle beurs ondersteuning in de vorm van voedselproducten. Deze worden niet in een standaardpakket uitgedeeld, zoals vaak gebeurt. Cliënten van DHH bezoeken samen met hun buddy een supermarkt. Daar kunnen ze voor een bepaald bedrag –25 euro voor een alleenstaande volwassene– zelf levensmiddelen uitzoeken. Alleen sigaretten en alcoholische dranken zijn taboe.

De organisatie biedt zonder onderscheid hulp aan ieder die dat nodig heeft. „Maar over onze identiteit zijn we duidelijk”, zegt Van De Walle. „We helpen mensen uit liefde voor God, met de middelen die Hij ons geeft.” Schelstraete knikt. „We dringen het Evangelie aan niemand op, maar als mensen vragen naar onze motivatie, vertellen we waarom we dit werk doen. En we nodigen onze cliënten jaarlijks uit voor een viering met Kerst en Pasen.”

In de put

Markoen Bracke kijkt positief terug op de zeven jaar dat hij begeleiding kreeg van een buddy van DHH. „Toen ik een beroep op die organisatie deed, zat ik emotioneel en financieel in de put. Ik had lange tijd als het ware een masker op en deed alsof alles goed ging. Op den duur lukte dat niet meer.”

Het maandelijkse bezoek van zijn buddy betekende veel voor Bracke. „Ik keek er altijd naar uit. Mijn buddy was de eerste met wie ik over mijn verslaving sprak. Drie jaar geleden zei mijn huisarts dat ik nog maximaal twee jaar te leven had als ik zo door zou gaan als ik deed. Toen ben ik van de een op andere dag gestopt met drinken.”

Zijn buddy stimuleerde Bracke om niet thuis te blijven zitten. Hij nodigde hem uit voor de maandelijkse groepsactiviteiten van DHH, zoals een wandeling, creatieve middag of maaltijd in een van de deelnemende kerken. Bracke: „Toen ik daarvan hoorde, dacht ik: „Daar ga ik niet heen.” Ik ben niet goed in het leggen van contacten. Maar omdat mijn buddy –een vertrouwd persoon– er was, ging ik toch.”

Vrijwilligerswerk

Vier jaar geleden rondde Bracke een traject van schuldhulpverlening af. Vanwege chronische rugklachten en astma werd hij afgekeurd, waardoor hij moet rondkomen van een uitkering. Hij verhuisde naar een goedkoper eenkamerappartement in een andere wijk. De ondersteuning door DHH liep daarmee af. Nu krijgt hij maandelijks een voedselpakket bij Toontje, in het stadsdeel waar hij nu woont.

Voor deze eveneens bij Kras aangesloten welzijnsorganisatie doet Bracke nu ook vrijwilligerswerk. „Twee dagdelen per week sorteer ik tweedehandskleding die bij Toontje wordt gebracht en help ik in de winkel. Ik heb slechte tijden gekend, maar nu gaat het goed. Ik ben niet rijk, maar kom rond en kan mijn rekeningen betalen.”

Dit is het slot van een tweeluik over missionair en diaconaal werk in Gent. Het eerste deel verscheen op 23 januari 2020.