Vormingscursus CGK laat proeven aan theologie

Drs. Christa Boerke. beeld André Dorst

De christelijke gereformeerde Vormingscursus, die vijftig jaar bestaat, trekt veel senioren. Maar dat hoeft volgens voorzitter drs. Christa Boerke helemaal geen probleem te zijn. „Zij hebben hier tijd voor. We hoeven de jeugd niet overal met de haren bij te slepen.”

De cursus ontstond in 1969 onder leiding van ds. J. H. Velema en prof. dr. J. van Genderen, zegt Boerke, voorzitter van de commissie Vormingswerk. „Zij wilden gemeenteleden theologisch toerusten, vanuit de gedachte dat wat er op de Theologische School in Apeldoorn, zoals die toen nog heette, gebeurt, ook van belang is voor de gemeente.”

Het doel van het vormingswerk is volgens de docente kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit Apeldoorn door de jaren heen hetzelfde gebleven. „We willen kennis overdragen die wezenlijk is voor het gereformeerd-zijn vandaag. Gemeenteleden kunnen bij ons proeven aan de theologie.”

De cursus –die zaterdag weer start– wordt inmiddels niet alleen in Apeldoorn, maar ook in Drachten, Sliedrecht en Goes gegeven. Op negen zaterdagochtenden krijgen deelnemers een breed spectrum aan theologische onderwerpen voorgeschoteld. Dit jaar gaat het over Bernard van Clairvaux (Boerke), de Talmoed (drs. C. J. van den Boogert), de doop (drs. R. van de Kamp), de psalmen (dr. J. van der Knijff), Jezus in de Koran (drs. C. W. Rentier/ drs. W. A. van der Deijl) en doop en avondmaal in de Vroege Kerk (prof. dr. M. A. van Willigen). Elke ochtend komen er twee onderwerpen aan de orde.

Per seizoen nemen er circa 300 mensen deel aan de Vormingscursus. „Dat aantal blijft de laatste jaren stabiel. De jongste van dit seizoen is 33 en de oudste 96 jaar. Ja, een hele leeftijd. Maar als je er de gezondheid voor hebt, waarom niet?”

De commissie krijgt overwegend positieve reacties op de cursus, zegt Boerke. „We vragen cursisten na afloop om een evaluatieformulier in te vullen. Daaruit blijkt dat mensen vooral inhoudelijk heel tevreden zijn. Er is weleens kritiek op de voordracht van een docent, maar dat komt niet vaak voor.”

Boerke doceert al jaren aan de cursus, naar volle tevredenheid. „Het leukst vind ik het om een onderwerp te behandelen dat ook in de actualiteit is, zoals Luther, Erasmus of de Synode van Dordrecht. Erasmus heeft bijvoorbeeld een vrijzinnig imago. Dan is het mooi om iets van hem te lezen waardoor cursisten hem met andere ogen gaan bekijken.”

De laatste jaren wordt het moeilijker om sprekers voor de cursus te vinden, aldus de docente. „Iedereen is druk en de bijeenkomsten vinden op zaterdag plaats, dus dat maakt het lastig. Predikanten werken doordeweeks en moeten ’s zondags preken, dus die houden de zaterdag graag vrij. Als ze eenmaal met emeritaat gaan, zeggen ze gemakkelijker ja.”

Ook de gemiddelde leeftijd van de deelnemers is een punt van bespreking in het bestuur. „Die ligt op 66 jaar. Er zijn bestuursleden die vinden dat we er meer jongeren bij moeten betrekken. Maar voor de jeugd wordt al veel georganiseerd. Bovendien hebben zij op zaterdag vaak andere bezigheden. Deze cursus valt in de smaak bij ouderen. Wat is daarop tegen? Zij hebben er de tijd en de interesse voor. We hoeven de jeugd niet overal met de haren bij te slepen.”