Verschuiving zichtbaar in bezinning op homoseksualiteit

De laatste jaren heeft zich een verschuiving in de bezinning op homoseksualiteit voorgedaan. beeld Getty Images/iStockphoto
4

De drie boeken over homoseksualiteit die ik hier bespreek, kan ik in de volgende woorden samenvatten: van accepteren naar waarderen. Dat is de verschuiving die zich de laatste jaren in de bezinning op homoseksualiteit heeft voorgedaan.

Deze verschuiving treedt duidelijk naar voren in de bundel ”Homoseksualiteit en de kerk”. Hierin zijn de bijdragen gebundeld van lezingen die in november 2018 gehouden werden tijdens een studiedag in Nijkerk. Op drie daarvan wil ik nader ingaan. De eerste lezing (”Homoseksualiteit en ethiek”) is van de hand van prof. dr. Ad de Bruijne, hoogleraar aan de Theologische Universiteit Kampen. De kernvraag –die ik even in tweeën knip– is volgens hem: wie mag ik met mijn homoseksuele gerichtheid zijn of worden in Christus? En: hoe kan ik deze homoseksuele gerichtheid vruchtbaar maken op weg naar Zijn Koninkrijk?

Homoseksualiteit wordt hier als gave van God gezien en niet als een probleem. In de Bijbel wordt overal in negatieve termen over homoseksualiteit gesproken en nergens gaat het over homoseksualiteit als gave „om daarmee iets moois te doen.” Daaruit trekt De Bruijne de conclusie dat we in de huidige homoseksualiteit met een nieuw fenomeen te maken hebben. Juist het zwijgen van de Bijbel laat volgens De Bruijne zien dat we voor een nieuwe vraag staan.

Of dit een valide redenering is, waag ik te betwijfelen. Er is dus, zo gaat de redenering verder, behoefte aan een bredere ethische aanvliegroute dan de gebruikelijke benadering, die zich beperkt tot de zogenaamde homoteksten. We moeten niet alleen vanuit de schepping denken. Laten we vooral denken vanuit het komende Koninkrijk.

Als voorbeeld noemt De Bruijne kinderloosheid. Vanuit het Koninkrijk ontsluiten zich nieuwe aspecten rond het ongetrouwd zijn en is kinderloosheid niet langer een schande of een tekort of een vorm van falen. Op dezelfde manier moeten we naar homoseksualiteit kijken: dus als gave van God.

Deze vergelijking gaat mank. Ten eerste is de wending (van schande naar zinvolheid) in de Bijbel zelf aanwezig, terwijl dat volgens De Bruijne niet geldt van homoseksualiteit. In de tweede plaats is het zo dat ook wanneer onvruchtbaarheid in het kader van het Koninkrijk zinvol kan worden, de pijn daarvan nog niet is weggenomen. De onvruchtbaarheid blijft een probleem, een doorn in het vlees, een diep verlangen dat niet vervuld kan worden. Wie kinderloosheid als goede gave van God bestempelt, gaat aan veel verdriet voorbij.

Ivf

De benadering van De Bruijne wordt nog gecompliceerder als hij in het voorbijgaan ivf (reageerbuisbevruchting) noemt. Ivf stelt ons, net zoals homoseksualiteit, voor nieuwe vragen. Het is me niet duidelijk wat ivf te maken heeft met homoseksualiteit, behalve dat het een nieuw fenomeen is. Het is jammer dat De Bruijne dit niet met enkele woorden toelicht. Wil hij door ivf te noemen voorsorteren op de volgende discussie, namelijk die over gezinsvorming door homokoppels met een kinderwens? Het wordt niet duidelijk. Dat hij zich in die richting beweegt lijkt bevestigd te worden door de volgende zin: „Mijns inziens daagt de moderne homoseksuele zelfervaring homo’s (en hetero’s) uit tot het vormen van een veelkleurig palet van oude en nieuwe gemeenschapsstructuren en relatievormen”, eventueel in een partnerschapsverbond. We zijn hier de tobberigheid van voorgaande decennia voorbij en treden een nieuw tijdperk binnen met een rijk palet aan relatievormen.

Echtscheiding

Prof. dr. Gerard den Hertog, emeritus hoogleraar aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, kiest in zijn artikel (”Hoe verwijst Jezus naar het ”In den beginne””) echtscheiding als invalshoek. De vraag is wat hij met dit exposé over echtscheiding precies wil. Het huwelijk is geen sociaal construct, benadrukt Den Hertog. Het huwelijk is een werkelijkheid. Dat wil zeggen dat je niet kunt zeggen dat als het huwelijk goed functioneert, het inderdaad een huwelijk is en als het niet goed functioneert, het eigenlijk geen huwelijk is.

Zijn betoog gaat vervolgens via Deuteronomium 24 (de echtscheidingsbrief) naar Mattheüs 19 (Jezus wijst echtscheiding af) en vandaar naar 1 Korinthe 7 (het huwelijk met een ongelovige man). Mattheüs 7 krijgt in het betoog een belangrijke plaats: „Alles wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de wet en de profeten.” Dus: kruip in de huid van de mensen. Dit maakt het volstrekt onmogelijk om te discrimineren en te stigmatiseren (een vraag: discrimineer je als je iets afwijst?).

Twee Bijbelse uitspraken komen in een spanningsvolle verhouding te staan: het verbod van echtscheiding en het ”in de huid kruipen van de ander”. Welk ‘gebod’ heeft voorrang? Den Hertog vindt de oplossing in Mattheüs 22: het grote gebod dat wij God zullen liefhebben boven alles. Dit grote gebod wordt het eerste gebod genoemd, toch staat het tweede gebod niet onder het eerste maar is daaraan gelijk. Er is dus niet „de geringste concurrentie tussen de liefde tot God en die tot de naaste.”

Zijn betoog eindigt dan, nogal onverwacht, met de oproep (er is geen conclusie) om homoseksuele christenen ruimte te geven, aan te moedigen, met en voor hen te bidden en hen niet te veroordelen. Dat zijn fraaie woorden die erg vrijblijvend zijn. Ik kan me voorstellen dat homo’s en lesbiennes denken: heel fijn, maar we hadden op iets meer concreetheid gehoopt.

Kerkorde

Hervormd emeritus predikant dr. Wim Dekker (”Aanvaarding: tot hoever gaat dat?”) verwacht veel van compromissen die kerkelijke gemeenten zouden moeten sluiten ten aanzien van verschillende soorten levensverbintenissen. Het aanvechtbare onderscheid tussen zegenen en inzegenen, zoals de Protestantse Kerk in Nederland dat in haar kerkorde kent, is, als ik het goed lees, het voorbeeld hoe we als kerk met deze problematiek moeten omgaan. Hoe dit puur kerkpolitieke compromis een voorbeeld van eenheid is, is moeilijk te begrijpen.

Bovendien wordt niet duidelijk wat een compromis is. Dekker noemt het besluit van het apostelconvent in Handelingen 15 een „tijdelijk compromis.” Waar staat in Handelingen 15 dat het tijdelijk is? En was het wel een compromis? Er staat: „Het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht” (Handelingen 15:28). Het lijkt me gewaagd om het apostelconvent te Jeruzalem en de synodevergadering op Hydepark op één lijn te stellen.

Concreetheid

Voor de gemiddelde lezer is het nog niet zo eenvoudig om de weg te vinden in deze bundel. Elke auteur heeft zijn eigen invalshoek. Die uiteenlopende benaderingen bevorderen de helderheid niet. Bovendien mis ik de concreetheid. Veel woorden maar weinig duiding. Hoe krijgt de aanvaarding van homoseksuele gemeenteleden nu haar beslag in het concrete kerkelijk leven? Die vraag komt nauwelijks aan de orde, behalve in de bijdrage van prof. dr. J. Hoek (”Heilige kerk en veilige kerk – dilemma of polariteit?”).

Er zijn tal van andere problemen die ook genoemd en besproken hadden moeten worden. Als alleen ”liefde en trouw” het criterium is (zoals vooral Robert Plomp in zijn bijdrage benadrukt) waaraan relaties beoordeeld worden, dan zijn er veel relaties die aan dat criterium voldoen. Het is trouwens een open deur: welke samenleving, welke overheid wil relaties die op ontrouw gebaseerd zijn? Uiteraard gaat het om liefde en trouw, maar beslissend is de zinsnede: „wat God heeft samengevoegd.” Dat moeten we niet weginterpreteren.

Het is pijnlijk te moeten constateren dat in de meeste bijdragen de Bijbel als een lastig Boek beschouwd wordt dat door onze vindingrijke hermeneutiek nodig geüpdatet moet worden. Prof. Gilles Quispel schreef ooit: „Bijbelkritiek is een wonder van de menselijke geest, maar tegelijk is zij een destructieve macht.”

Geliefden

Het tweede boek, ”Geliefden”, is van de hand van de Amerikaanse auteur Preston Sprinkle, verbonden aan The Center of Faith, Sexuality & Gender. In zijn boek bespreekt hij alle bekende teksten die met homoseksualiteit te maken hebben. Meestal geeft de auteur een evenwichtige exegese, bovendien geeft hij ruimte aan andere opvattingen en schetst hij de Bijbelse en de Grieks-Romeinse context. Dat is allemaal waardevol.

Het volgende citaat uit het boek geeft zijn standpunt goed weer. „Ik kan niets met het onchristelijke idee dat we homoseksuele mensen geen vervuld leven gunnen wanneer we hun een partner van hetzelfde geslacht ontzeggen. Ik wijs de mythe af dat ware liefde en intimiteit alleen gevonden worden bij een partner met wie je seks kunt hebben. (…) Niets van dit alles is gebaseerd op een christelijke wereldvisie die betekenis vindt in een Redder die single was en bespuugd werd, bespot, gemarteld en gedood, maar „vanwege de vreugde die voor Hem in het verschiet lag” het lijden van het kruis verdroeg om de vreugde van het opstandingsleven te proeven.”

Hart

Het derde boek is ”Van hart tot hart. Een open uitnodiging voor het gesprek over homoseksualiteit”. Het boek bevat een briefwisseling tussen de beide auteurs, John Lapré en Wieger Sikkema, met input van enkele anderen. De twee briefschrijvers worden niet geïntroduceerd. Kennelijk is het voldoende dat we hun brieven lezen.

De gedachtewisseling vindt plaats in een evangelische context. De toon is erg persoonlijk en ook lievig. Dat maakt het lastig om er in een recensie iets over te zeggen. Het boek kan ik het beste in een paar zinnen samenvatten: Stop ermee homoseksualiteit te problematiseren. Er is een ander probleem en dat is de kerk, de gemeente. Homoseksualiteit moet niet gezien worden in het licht van de gebrokenheid van de schepping, maar vanuit de veelkleurigheid van de schepping. We doen de homo onrecht aan als we zeggen dat hij als mens door God is gewild, maar dat zijn seksuele gerichtheid voortkomt uit de gebrokenheid van de schepping. Uiteindelijk komen de briefschrijvers op hetzelfde punt uit: onvoorwaardelijke acceptatie van homo’s die in een relatie leven.

Homoseksualiteit en de kerk, red. Maarten van Loon e.a.; uitg. Buijten en Schipperheijn; 152 blz.; € 18,95

Geliefden. Omdat homoseksualiteit meer is dan een kwestie, Preston Sprinkle; uitg. Gideon; 272 blz.; € 19,95

Van hart tot hart. Een open uitnodiging voor het gesprek over homoseksualiteit, John Lapré en Wieger Sikkema; uitg. Ark Media; 96 blz.; € 12,99