„Veranderde situatie jongeren vraagt om andere vorm catechese”

Hans Meerveld promoveert maandag op een onderzoek naar de opbrengsten van catechese. beeld RD

Wat is de waarde van catechese voor het geloofsleren van jongeren? Met die vraag ging Hans Meerveld (67) aan de slag. Maandag promoveert hij op de resultaten van zijn onderzoek. „Er is weinig kennis van begrippen, toch vinden jongeren catechese van belang voor geloofskeuzes.”

Hij is al tientallen jaren betrokken bij de ontwikkeling van catechisatiemethodes. Ook gaf hij geruime tijd zelf catechese. Van 2002 tot afgelopen zomer was Meerveld docent didactiek van de catechese aan de Theologische Universiteit Kampen. Dat combineerde hij met een baan als docent godsdienst aan hogeschool Viaa in Zwolle.

Toen Meerveld in de jaren 80 meewerkte aan de vrijgemaakt gereformeerde catechisatiemethode ”Ik geloof”, was het nieuw om een complete methode aan te bieden voor de vorming van jongeren. Maar de echte veranderingen kwamen pas een generatie later, toen niet de aanpak, maar de jongeren veranderd bleken. „Onderwerpen die behandeld werden bij catechese bleven niet hangen. Bij de methode ”Follow up”, die vanaf 2008 is geïntroduceerd, zijn we daarom meer gaan aansluiten bij de voorkennis en de leefwereld van jongeren.”

Onderzoek

Voor Meerveld werd vooral tijdens stagebezoeken bij predikanten in opleiding duidelijk dat catechisanten weinig kunnen navertellen van wat de catecheet hun probeert bij te brengen. „Het kennisniveau onder jongeren is erbarmelijk als het over geloofsinhouden gaat.” Hij besloot zich te verdiepen in de leerresultaten van catechese. Aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam verdedigt hij maandag zijn proefschrift ”Opbrengsten van jongerencatechese”.

Meerveld onderzocht de catechesepraktijken in vier kerkelijke gemeenten: twee behorend tot de Protestantse Kerk in Nederland, een samenwerkingsgemeente van Nederlands, christelijke en vrijgemaakt gereformeerden, en een vrijgemaakt gereformeerde kerk. „Mijn onderzoek richtte zich op de groep van 16 jaar en ouder. In alle gemeenten trof ik een groep jongeren aan die niet zozeer naar catechisatie gingen omdat dat van hun ouders moest, maar omdat ze uit zichzelf gemotiveerd waren.”

Meerveld liet de catechisanten vragenlijsten invullen en ging met hen in gesprek. „Ze konden benoemen welke onderwerpen op catechisatie waren behandeld, maar het uitleggen van geloofsbegrippen bleek voor de meesten lastig.”

Opvallend vond Meerveld dat zodra een jongere in zijn eigen omgeving iets meemaakte wat een relatie had met catechese, de betrokkenheid sterk toenam. „Ik sprak een meisje dat iets had meegemaakt in haar familie rond vergeving. Zij kon precies navertellen wat de predikant tijdens catechisatie over dat onderwerp had verteld. Iets wat overigens de hele kerkgeschiedenis door zichtbaar is. In de Vroege Kerk sloot Augustinus al aan bij de geloofservaringen van zijn catechisanten. Van daaruit leerde hij hun meer over geloofsbegrippen.”

Ouderen

Hoewel Meerveld zich in zijn onderzoek op jongeren richtte, vreest hij dat er ook bij ouderen een flink kennistekort is als het gaat om elementaire begrippen van de geloofsleer. „Ik vroeg eens aan een groep ouderen wat het voor hen betekende dat de naam ”Christus” ”Verlosser” betekent. Niemand reageerde. Terwijl ze bij catechisatie toch geleerd moeten hebben dat de naam Christus ”Gezalfde” betekent.”

Een verschil tussen zijn eigen generatie en jongeren vindt Meerveld dat zij veel meer bezig zijn met vragen als: hoe werkt God in mij?; en: bestaat God? Meerveld: „Vroeger kon een catecheet daarover met gezag iets zeggen. Als je dat nu doet, voelt een jongere zich niet serieus genomen. Het is belangrijker dat de catecheet uit zijn eigen leven kan vertellen wat een thema met hem persoonlijk doet.”

Meerveld noemt het van belang dat catecheten zich opstellen als gesprekspartner. „Jongeren zijn volop bezig met het toepassen van het geloof in hun leven. Ze ”theologiseren” volop, ze maken toepassingen uit wat de Bijbel aanreikt. In dat proces kan de catecheet gezichtspunten aanreiken, zonder in de valkuil te stappen van vertellen hoe het zit.”

Als het aan Meerveld ligt, hoeft catechese niet volledig op de schop. „Ik zie vooral toekomst voor een aanpak waarin de overdracht van leerstof, de confrontatie of je het eens bent met wat de Schrift zegt en het reflecteren op persoonlijke keuzes gecombineerd worden. Je moet als catecheet goed kunnen uitleggen, maar ook goede vragen kunnen stellen, zodat jongeren over hun eigen geloof gaan vertellen. De catecheet is meer drager dan brenger van de boodschap geworden.”