Tumult in Ulrum

Afscheiding 1834
Onverzettelijk staat de kerk van Ulrum op het grasveld. beeld RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt
6

Onverzettelijk staat de kerk van Ulrum op het grasveld. Hij staat daar al bijna acht eeuwen. De kerk van Hendrik de Cock is als een dik geschiedenisboek. Hier kwamen Ulrummers zich laven aan Woord en sacramenten. Op de kansel van deze kerk ging ds. De Cock het licht op. Met alle gevolgen van dien.

Het hek is open. Binnen in de kerk moet het licht aan, op klaarlichte dag, want het is er een beetje duister.

Boven de ingang staat een gerestaureerd orgel van de firma Lohman. Drie gewelven trekken een prachtige koepel boven de banken. Langs de muren branden elektrische kaarsen. In het midden staat een enorme gaskachel. Een lange pijp steekt dwars door het plafond. Rechts tegen de zijmuur staat de kansel. Tegenover de preekstoel staan de heren­banken, voor de mensen die van adel zijn. Die moesten natuurlijk wel gezien worden.

Onder de preekstoel liggen twee grafstenen in de kerkvloer, voor een gesneuvelde militair en voor meneer pastoor. De ruimte onder het koor is één grote grafkelder.

In de koorruimte ligt het gastenboek. Daar is ook een afschrift te krijgen van de ”Akte van Afscheiding, benevens de notulen van de eerste kerkeraadsvergadering der afgescheidenen”. Aan de kerkmuur hangen collectezakken aan een lange stok. Naast de kansel prijkt een ingelijste oorkonde met de namen van de predikanten die voor de Afscheiding zorgden, vergezeld van twee Bijbelteksten: „Ik zal de daden des Heeren gedenken”, Psalm 77:12, en: „Dit wonder is van God geschied, vergeet, o volk, Zijn daden niet.”

Zondagsmorgens is er om de veertien dagen nog een dienst. Die wordt bezocht door gemiddeld dertig mensen, allemaal ouderen. „Jonge Ulrummers laten het afweten”, zegt een vrouw uit de buurt. „Het is maar goed dat de kerk in Ulrum nogal wat landerijen in bezit heeft, anders werd dit hier een financieel drama.”

De kerk, een typisch voorbeeld van romaans-gotische architectuur, dateert uit 1225, de ingebouwde toren uit de vijftiende eeuw. Hier preekte van 1829 tot 1834 ds. Hendrik de Cock, de vader der Afscheiding.

De wandelroute van de stichting Ulrum 1834, die morgen gepresenteerd wordt, begint en eindigt bij de hervormde kerk. In het jaar van de Afscheiding, 1834, was dit de enige kerk van het dorp. Nu staan er vier. En zondags zijn ze alle vier vrijwel leeg.

De pastorie van ds. De Cock staat er nog, witgeschilderd als altijd. De kerk heeft het grote huis verkocht aan een particulier.

Naast de kerk is er nog het spreekwoordelijke café. Daar verkoopt men soms patat en snacks, maar vandaag niet.

Een buurman van de kerk is druk in zijn tuintje. „Die kerk”, wijst hij, „is van ons allemaal. Hier gaat bijna niemand meer naar de kerk, maar van de kerk moeten ze afblijven.” Hij weet wel iets over de Afscheiding, en over De Cock. „Daar heb ik wel over gelezen.”

De route voert vanaf kerk en pastorie langs het huis van de bovenmeester, aan de Scholte­straat (genoemd naar ds. H. P. Scholte, ook bij de Afscheiding betrokken), en langs het voormalige schoolgebouw, waarin nu appartementen zijn gerealiseerd. In 1834 was dit de enige school in het dorp. Kinderen van de afgescheidenen bleven ook na 1834 naar deze school gaan. Er was geen alternatief. In 1870 ontstond in Ulrum de eerste christelijke lagere school.

Via de H. de Cockstraat gaat de route de Kerkstraat in. Aan het einde van de Kerkstraat linksaf en tweemaal rechtsaf, tot in De Fuik. Waar nu het grote verpleeghuis Asingahof staat, stond vroeger de eerste kerk van de afgescheidenen. Jammer dat er nergens een gedenksteentje is geplaatst.

Aan de Snakkeburen ligt het oude kerkhof. Hier zijn ooit zo’n vijftig mensen aan de schoot der aarde toevertrouwd. De bomen willen nog niet uitbotten, maar in het gras groeien al de eerste madeliefjes.

Op dit kerkhof ligt Marten Douwes Teenstra (1795-1864) begraven. Teenstra was eigenlijk boer, maar het boerenbedrijf stond hem tegen. Daarom ging hij maar schrijven: pamfletten, gericht tegen slavernij, bijgeloof, en vooral tegen „de geestdrijverij” van De Cock en de zijnen. De Cock heeft geducht last gehad van deze man. Op zijn graf staat: „Vertrouw op God, Hij is uw Vader, gij Zijn kind.” Zijn vrouw ligt naast hem.

Bij het hertenkamp gaat het linksaf, langs de brug (””Domies til”, dat is: dominee’s brug”), het hekje door, via een schelpenpaadje de camping over, en dan langs de Ulrummer Opvaart. Via de Trekweg leidt de route door het aangelegde Ansingapark, langs de H. de Cockschool naar de christelijke gereformeerde Eben Haëzerkerk, die dateert uit 1923.

Op de hoek staat de kapsalon van Ellie Reukema. Deze locatie is nog van belang. Op deze plek stond de in 1906 gesloopte herberg van de weduwe Koster, waar op 14 oktober 1834 de Akte van Afscheiding werd getekend.

Eindpunt is de hervormde kerk, de kerk van ds. De Cock. Het was een ontzaglijk tumult hier in 1834, met veldwachters, militairen, cavaleristen en boze kerkgangers. In het gastenboek schreef ooit iemand: „Keer weder, gij afkerige kinderen.”


Wandelroute

Morgen presenteert de stichting Ulrum 1834 in de hervormde kerk een historische wandelroute. De tocht maakt iets zichtbaar van het Ulrum van 1834 en voert langs diverse plekken die te maken hebben met de Afscheiding. Het eerste exemplaar van de route wordt om 14.30 uur uitgereikt aan de voorzitter van Dorpsbelangen Ulrum.

De stichting Ulrum 1834 werd vorig jaar opgericht, om de kerkhistorische betekenis van het dorp op de kaart te zetten. Morgen gaat ook de website ulrum1834.nl online.