Trotse moslim wordt pastor ondergrondse kerk Oezbekistan

De Oezbeekse voorganger Dzjaberberggenov Makset. beeld William Immink
2

Makset Dzjaberbergenov, een Oezbeekse voorganger, weet hoe het is om vervolgd te worden vanwege geloofsovertuiging. Pastor Makset ontvluchtte Oezbekistan, maar in buurland Kazachstan werd hij toch opgepakt. Op bijzondere wijze werd hij een dag voor zijn uitlevering gered.

Oezbekistan staat nummer 17 op de ranglijst christenvervolging van de organisatie Open Doors. Ook pastor Makset ondervond veel problemen – in de vorm van geldboetes, verhoringen en zelfs een arrestatiebevel. Hij vluchtte naar Kazachstan, waar hij tot tweemaal toe werd opgepakt en op wonderbaarlijke wijze weer vrijgelaten. Nu helpt hij zijn medechristenen in Karakalpakstan via internet vanuit Zweden, waar hij inmiddels zeven jaar woont.

Hoe bent u hier begonnen?

„God gaf me de gave om te evangeliseren. Ik begon iedereen over Hem te vertellen en velen kwamen via mij tot geloof.

De vervolging kwam allereerst van de kant van mijn vader, een voormalige KGB-officier. Meestal is dat soort mensen niet erg positief over het geloof. Toch hebben mijn beide ouders Christus geaccepteerd. En later mijn vrouw ook. Meer dan duizend mensen aanvaardden Christus gedurende mijn hele leven. We kwamen in huizen samen, wat heel snel groeide: tijdens één zomer doopten we zo’n honderd mensen.”

In 2007 vluchtte u naar Kazachstan. Waarom?

„Zeven keer moest ik een geldboete betalen en wel honderd keer werd ik door de Oezbeekse geheime dienst ondervraagd. Toen werd er een opsporingsbevel voor mij uitgevaardigd. Ze wilden van mij af omdat er zo veel mensen naar onze kerk gingen. Maar volgens mij stond de overheid ook onder druk van de islam. Ze pakten mij al mijn documenten af en ik vluchtte naar Kazachstan. Maar mijn familie bleef in Oezbekistan.”

Maar in Kazachstan ging het ook fout?

„In Kazachstan stichtte ik een kerk. Maar de vervolging ging ook daar door. Na negen maanden in Kazachstan arresteerde de geheime dienst mij als een terrorist in Almaty, in samenwerking met de geheime dienst van Oezbekistan. Ik had een certificaat dat ik onder de bescherming van de VN stond, maar dat kon ze niet schelen. De VN wisten niet waar ik zat, maar toen ze me vonden, bevrijdden ze mij na vier dagen. Toch was het een bijzondere tijd en kwamen er in de gevangenis mensen tot bekering.”

Zweden wilde u wel helpen uit Centraal-Azië weg te gaan. Toch weigerde u?

„In 2008 en 2009 wilden Zweden en de Verenigde Staten mij asiel verlenen, maar ik weigerde. Ze waren geschokt. Iedereen in Centraal-Azië wil naar Europa en Amerika vertrekken, maar ik wilde blijven. Veel vrienden adviseerden mij om te vertrekken. Maar dat vind ik zwak: ik ken zulke gelovigen, die eenvoudigweg zonder vervolging vertrekken. Maar als we worden vervolgd en iedereen vertrekt, wie zal dan achterblijven om ons land te dienen? Ik besloot om te blijven en de Heere riep me om hier mijn bediening te blijven doen.”

In 2012 arresteerde Kazachstan u met als doel u uit te leveren naar Oezbekistan. Hoe ervoer u dat?

„Op 5 september 2012 werd ik voor de tweede keer gearresteerd. Volgens Oezbekistan was ik een gezochte terrorist en Kazachstan werkte mee. Op dat moment werden in Oezbekistan alle voorgangers, journalisten, enzovoort, beschuldigd van terrorisme. Net zoals het gebeurde in de Stalintijd. Ik was geschokt en ik had geen hoop meer.

Drie maanden later, op 6 december, zou ik worden uitgeleverd aan Oezbekistan. Maar op het laatste moment werd ik door de Amerikanen uit de gevangenis gehaald en naar het vliegveld gebracht, waar ik mijn vrouw en kinderen ontmoette. We vlogen naar Zweden. Binnen twintig uur ging ik van een gevangenis naar een appartement met eten en kleren: alles stond klaar. Voor mij was het een droom. Ik voelde me als Jozef die onderkoning werd.”

Wilt u ooit nog terug naar Oezbekistan?

„Elke maand als ik contact heb met mijn familieleden worden ze ondervraagd over mij. Als ik ze in het nieuwe jaar bel, wordt alles afgeluisterd en komen leden van de geheime dienst de volgende dag langs om te ondervragen waar we het over hadden. Ik heb één keer geprobeerd om weer naar Kazachstan te vliegen, maar ze lieten mij het land niet in. Ik ben teruggevlogen met het vliegtuig waarmee ik kwam.”

Hoe kijkt u terug op de vervolging door de Oezbeekse autoriteiten?

„In 2017 was het tien jaar geleden dat ik Oezbekistan moest verlaten. Wat is er in die tien jaar met mij gebeurd? Ik heb Europees burgerschap verkregen, ik heb een baan, ik leef goed, ik heb een bediening en ik kan hier spreken in verschillende gemeentes. Ik heb Engels leren spreken en Zweeds. Ik reis over heel Europa en vertel mijn getuigenis. Kortom, ik leef door de genade van God. Wat dat betreft, ben ik de overleden president Karimov dankbaar, want dankzij hem woon ik hier in Zweden.

Maar wat hebben de autoriteiten van Oezbekistan bereikt? De president is overleden. De kleindochter en opvolgster van de president, Goelnara Karimova, zit nu op de plek waar ik moest zitten – in de gevangenis. Het hoofd van de geheime dienst zit levenslang, de officier van justitie en ook de minister van Binnenlandse Zaken van Karakalpakstan zitten in de gevangenis. Veel politieagenten die mij achternazaten, zitten nu zelf in de cel.

God heeft laten zien hoeveel sterker Hij is en dat Hij het is Die straft. Ze beschouwden zichzelf als goden, maar hopelijk begrijpen ze nu wie God is. Daarom heb ik niet verloren, omdat Jezus de Overwinnaar is.”

Hoe is de religieuze situatie onder de nieuwe president, Mirzijojev?

„In Karakalpakstan was het jarenlang heel moeilijk om samen te komen als een kerk, ook onder Mirzijojev. Een jaar geleden werd een groep van twintig mensen die in het geheim samenkwamen voor vijftien dagen opgesloten en kregen zij boetes opgelegd. Maar toen Mirzijojev de Amerikaanse president Donald Trump ontmoette, werd de christenen binnen twee dagen verteld dat ze niets hoefden te betalen en niet zouden worden veroordeeld. Dat was een wonder. Dat was een teken dat Mirzijojev geleidelijk aan meer vrijheid geeft.

Afgelopen Kerst heeft de kerk in Karakalpakstan het kerstfeest gevierd in een restaurant. De laatste keer dat we zo openlijk samen konden komen, was in 2006. Het was heel bijzonder dat ze in een restaurant samen waren en er kwamen ongeveer honderd mensen bij elkaar. Er waren geen problemen.”

Hoe is het met de gemeente die u in Karakalpakstan achtergelaten hebt?

„Ik heb nog steeds contact met hen. Ik moedig ze aan en stuur preken. Dat is via sociale media veel makkelijker dan vroeger. Veel van de broeders die met me communiceerden, werden ondervraagd en in hun telefoon gekeken. Mensen kunnen hun vrijheid nog niet gebruiken, omdat ze nog steeds in angst leven.”

Hoe ziet u de toekomst van Oezbekistan?

„Het is nog te vroeg om de situatie te vertrouwen en terug te keren. Dat riskeer ik liever niet. Het hoofd van de KGB, Roestam Inijatov, zit er nog steeds. Hij is onschendbaar. Hij was de grootste folteraar onder het Karimovregime en zit nog steeds op zijn positie. Toen Mirzijojev premier was, beschermde Inijatov hem, en nu gebeurt het andersom. Er is nog steeds vriendjespolitiek. Als Mirzijojev deze man ook had laten oppakken, dan had ik kunnen zeggen dat Oezbekistan een vrij en eerlijk land is.

Mirzijojev heeft de afgelopen twee jaar veel verbeterd en de troep opgeruimd die onder de regering van Karimov was ontstaan. Ik begrijp dat het moeilijk is om orde op zaken te stellen in een land waar het al heel lang een puinhoop is – in het leger, de rechtbanken en de geheime dienst. Dit is geen klein land, het gaat om dertig miljoen mensen.”

Trotse moslim wordt pastor ondergrondse kerk

Dzjaberberggenov Makset werd geboren in de autonome Oezbeekse deelrepubliek Karkalpakstan, in de stad Nukus. Toen hij er op zijn twaalfde achter kwam dat hij een pleegzoon was, verloor hij alle vreugde in het leven en wilde hij het liefst dood. Meerdere keerde probeerde hij zich van het leven te beroven, maar iets weerhield hem.

Op zijn zestiende ging Dzjaberberggenov in de leer bij een lokale imam, die hem van alles bijbracht over de islam. Toch gaf het hem geen vrede in zijn hart. Toen hij de geschiedenis van zijn land bestudeerde, las hij hoe moslims het gebied wat nu Oezbekistan is op gruwelijke wijze hadden ingenomen en geïslamiseerd. Dzjaberberggenov was geschokt. Hoe konden moslims dat doen? Toch bleef hij trots moslim en haatte hij christenen. Toen Makset op zijn twintigste het Evangelie voor het eerst hoorde, raakte dit hem diep. Zijn leven veranderde radicaal en al snel was hij pastor van een ondergrondse kerk in het gesloten Oezbekistan.