Troost in verbond na verdrinking drie kinderen

De stoet bij de begrafenis van drie kinderen van dr. J. G. Woelderink op 24 november 1941. Ze waren omgekomen bij een busongeluk. Beeld uit besproken boek uit besproken boek

OUDERKERK A/D IJSSEL. Drie kinderen bij een busongeluk verdronken, en dan toch troost vinden in de vastheid van het verbond. Dat was de ervaring van dr. J. G. Woelderink in 1941. „Ik ben bewaard gebleven voor die vragen waarin velen verstrikt raken: wist ik, wist ik maar, dat zij behouden waren.”

Ouderkerk aan den IJssel bestaat 750 jaar. In het dorp in de Krimpenerwaard werd gisteren een heruitgave gepresenteerd van de preek die dr. Woelderink op 7 december 1941 hield. Op 20 november van dat jaar waren drie van zijn kinderen bij een autobus­ongeluk omgekomen. In het boek is behalve de hertaalde preek over Romeinen 9:33b ook een lezing opgenomen van dr. H. J. C. C. J. Wilschut, gereformeerd vrijgemaakt predikant in Bovensmilde, over ”verbond en geloofs­ervaring”.

Wonderlijk voorzien

Op 20 november 1941 kreeg Woelderink, destijds hervormd predikant in Ouderkerk aan den IJssel, een verpletterend bericht. Een bus was op weg naar school te water geraakt. Vijftien inzittenden kwamen om, onder wie drie van zijn vijf kinderen: Wim (16), Jaap (14) en Henk (12).

Woelderink had vlak voor het aannemen van zijn beroep naar Ouderkerk ook al zijn vrouw verloren. „Als weduwnaar met vijf kleine kinderen moest ik mijn intrek gaan nemen in de pastorie van uw gemeente”, zegt hij in de preek. „Maar de Almachtige heeft mij in Zijn goedheid niet verlaten. Nee, Hij heeft wonderlijk in alle nood voorzien.”

De gemeente keek met spanning uit naar de preek die hij op zondag 7 december 1941 zou houden, een week na de begrafenis van de kinderen op 24 november. Het thema van de preek luidde ”De onveranderlijkheid van Gods beloften”, naar aanleiding van Romeinen 9:33b: „Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.”

Despoot

Woelderink zette uiteen hoe hij leerde buigen onder Gods vrijmacht en vaderlijk bestuur, 
waardoor hij zicht kreeg op Gods diepe genade in Christus. „Dan zult u gaan beseffen dat deze vrijmacht niet de willekeur is van een wreed despoot die met uw verdriet spot. Nee, het is de vrijmacht van die God Die nooit ophoudt een God van eeuwige liefde te zijn en Die intens met ons lot bewogen is.”

Het heil van zijn kinderen woog hem altijd zwaar, zo zei hij in de preek. Toen zij nog leefden, vertrouwde en pleitte hij alleen op de beloften van Gods vrije genade, verzegeld in hun doop. Hij heeft ze na hun dood mogen overgeven en toevertrouwen aan God. De predikant werd daarom bewaard voor de klacht over de behoudenis van de nakomelingen, waarin volgens hem velen verstrikt zijn. „Dit „wist-ik-maar” is als een vampier, die zich vastklampt aan deze bezorgdheid. Meestal doet hij als de ongelovige uitpluizer. Die wil de weg van het geopenbaarde Woord vermijden. Hij verlangt en streeft naar nieuwe, eigenwillige en zelf opgeroepen openbaringen.”

Een mens zoekt dan rust in de zekerheid dat zijn geliefden behouden zijn in plaats van in God Zelf. „Ook in mijn ambtswerk”, zo zei Woelderink in de preek, „is me duidelijk geworden dat dit de diepste reden is waarom velen er zich over verheugen dat een geliefde zalig is gestorven, terwijl zij zichzelf niet verheugen in God en in Gods genade.”

Botsing

In zijn lezing over ”verbond en geloofservaring” schrijft dr. Wilschut, die in 2000 promoveerde op Woelderink, hoe zich in Ouderkerk een heftige botsing voordeed tussen Woelderink en de godsdienstonderwijzer A. de Redelijkheid. Deze laatste vond Woelderink te weinig bevindelijk en hij riep te veel op tot geloof.

Woelderink greep in zijn strijd tegen bevindelijke groeperingen terug op het onderwijs van de Reformatie, het houvast van de belovende God. De predikant fulmineerde tegen een zijns inziens ontaarde verkiezingsleer („Ik moet eerst weten of ik uit­verkoren ben voordat ik de belofte mag toe-eigenen”), maar later ging hij volgens dr. Wilschut ten onrechte vragen stellen bij de Dordtse Leerregels.

Om het verbond te ‘redden’, ging Woelderink „rommelen” met de verkiezingsleer, aldus dr. Wilschut. „Ik denk weleens: Woelderink is onbewust in zijn eigen zwaard gevallen. Altijd protesteerde hij tegen scholastieke denkconstructies – en terecht. Uiteindelijk wilde ook hij een kloppend verhaal kunnen vertellen. Ten koste van het levende spreken van de Schrift.”

De zekerheid ligt echter buiten de mens, in Jezus Christus, in het Woord van God, aldus dr. Wilschut.

Het boek is voor 10 euro te bestellen bij gjmolenaar@filternet.nl