Thomas Manton: puriteinse kanselredenaar in een metropolis

In het Londense uitgaansgebied Covent Garden is het normaal drukker dan nu het geval is vanwege de coronacrisis. In de St Paul’s kerk preekte in de 17e eeuw Thomas Manton. beeld EPA, Neil Hall
2

Covent Garden ligt in West End, het belangrijkste uitgaansgebied van Londen. Straatartiesten treden op in de elegante St. Paul’s kerk aan het Piazzaplein. Hier klonken van 1645 tot 1662 de liefelijke tonen van het Evangelie.

De bekende dr. Thomas Manton (1620-1677) was in die periode in de zeventiende eeuw aan deze kerk verbonden, totdat hij van hogerhand gedwongen werd om afscheid te preken. Hij wordt gerekend tot de grote kanselredenaars onder de puriteinen. In maart dit jaar was het 400 jaar geleden dat hij werd geboren.

Manton leefde in een turbulente tijd, die vooral getekend werd door conflicten tussen de overheid en de puriteinen. Hierbij ging het vooral om de zuiverheid van de eredienst. Het ”Algemeen Gebedenboek”, dat dwingend was voorgeschreven, zagen de puriteinen als een overblijfsel van de roomse liturgie, waarvan zij geen gebruik wilden maken.

Mantons vader en grootvader waren predikant, maar het is niet bekend of zij tot de puriteinen behoorden. Thomas volgde de opleiding tot predikant aan het bekende Wadham College van de Universiteit van Oxford. Joseph Hall, de bisschop van Norwich, bevestigde hem tot diaken, een van de lagere rangen in de anglicaanse staatskerk. Kennelijk had hij toen nog geen moeite met de ceremoniën waartegen de puriteinen streden.

Tot 1643 was hij verbonden aan de kerk van Sowton bij Exeter. Vanwege de burgeroorlog die ontstond door spanningen tussen koning Charles I en het parlement, moest hij uitwijken naar Colyton. In juli 1645 werd hij bevestigd als voorganger van St. Mary’s kerk (Stoke Newington), waarna hij de bekende Obadiah Sedgwick in Covent Garden opvolgde.

Westminster Assembly

Inmiddels had Manton afstand genomen van het episcopalisme (kerkbestuur waarbij de bisschoppen het hoogste gezag hebben, red.). Het Engelse parlement, dat een puriteinse reformatie in de kerk wilde doorvoeren, riep daartoe de Westminster Assembly bijeen. Manton was betrokken bij de beraadslagingen en mocht een voorwoord schrijven in de tweede uitgave van de Westminster Belijdenis.

Hij sprak meermalen voor het parlement, waardoor zijn bekendheid werd vergroot. Zijn Bijbellezingen trokken veel aandacht. Hij behandelde in de St Paul’s kerk achtereenvolgens Jesaja 53 (zie kader), de brief van Jakobus en die van de apostel Judas. Deze preken werden alle in druk uitgegeven.

Manton behoorde tot de presbyterianen, de grootste groep van de puriteinen in de Engelse kerk. Het smartte hem dat onder Oliver Cromwell de independenten het in kerk en politiek voor het zeggen kregen. Zij wezen de presbyteriale kerkstructuur van classes en synoden af. Dit ging ten koste van de invloed van de presbyterianen. Toch wilde Cromwell hem als een van zijn hofpredikers aanstellen.

Schavot

Maar zijn aanzien bij de protector en zijn aanhang veranderde toen de presbyteriaanse Christopher Love gevangengenomen werd en in 1651 zijn leven op het schavot eindige. Love werd van hoogverraad beschuldigd omdat men meende dat hij op de hand van de verbannen koning was. De presbyterianen vonden het een schande voor Cromwell dat hij de executie van deze godzalige voorganger niet tegenhield.

Manton stond zijn vriend Love bij tot op het schavot. Toen men hoorde dat hij een rouwpreek wilde houden, werd hem dit verboden en dreigden de soldaten hem neer te schieten als hij dat toch zou doen. Men kon echter niet voorkomen dat hij in de kerk van Love –zonder preekstoel en predikantskleding– voor een groot gehoor een toespraak hield, waarin hij de godsvrucht van zijn vriend memoreerde. Deze rouwpreek werd later in druk uitgegeven.

De presbyterianen hoopten op de terugkeer van de verbannen Charles II. Manton behoorde tot de onderhandelaars met de koning in Breda. Toen Charles na de dood van Cromwell de monarchie van het Britse rijk herstelde, bleek zijn sympathie voor de puriteinen ras verdwenen te zijn. Wel zocht hij hun gunst en steun door sommigen een belangrijk ambt in de kerk aan te bieden.

Deken

Zijn stelregel was echter dat de ceremonieën weer zouden worden ingevoerd en de bisschoppelijke hiërarchie moest worden hersteld. Manton kon ”deken” worden in de staatskerk. Dat weigerde hij. Zodoende moest hij met nog 2000 puriteinse voorgangers de gevestigde kerk verlaten. Zijn afscheidspreek over de „wolk van getuigen” uit Hebreeën 12 is bewaard gebleven.

Manton bleef een tijdlang lid van de St Paul’s gemeente, totdat de bisschop hem dit onmogelijk maakte. Daarna hield hij thuis samenkomsten. Toen in 1668 niet-officiële godsdienstige bijeenkomsten verboden werden, ging Manton namens de presbyterianen in gesprek met leiders van independenten en baptisten om de ”Conventicle Act” (een wet die bepaalde dat er buiten het verband van de anglicaanse staatskerk geen religieuze vergaderingen mochten worden georganiseerd waarbij meer dan vijf personen zonder familieband aanwezig waren, red.) te weerstaan. Hij voerde een pleidooi voor gewetensvrijheid, wat hem duur kwam te staan. Zes maanden moest hij vastzitten in de Gatehouse.

Ook daar kreeg hij gelegenheid om het Evangelie te preken. Door een nieuwe wet die Charles II in 1672 uitvaardigde, werd Manton toestemming verleend om in zijn eigen huis te preken. Daarbuiten hield hij lezingen in de Pinner’s Hall en gaf hij met andere puriteinse ”dissenters” verschillende gelegenheidspreken in Cripplegate. Zo kon het Woord van God in de jaren van vervolging toch voortgang hebben.

Kloeke delen

Zijn schriftelijke nalatenschap bestaat uit 22 kloeke delen; het verzamelde werk dat in de negentiende eeuw van de pers kwam en daarna herdrukt werd. Deze serie bevat voornamelijk commentaren en vrije stof. De negentiende-eeuwse predikanten J. C. Ryle en C. H. Spurgeon waren zeer op de geschriften van Manton gesteld. Exegese was zijn kracht; dogmatische geschriften heeft hij niet nagelaten. In de zeventiende eeuw verschenen al vertalingen in het Nederlands. Een bekende uitgave was ”De Triumphen der heyligen”, een werk dat in 1651 verscheen. In de series ”Overjarig koren” en die van de stichting De Tabernakel komen ook preken van hem voor.

Eenvoud

Mantons geschriften onderscheiden zich door eenvoud en directheid. Daarbij was hij ook een man van geleerdheid. Zijn studeerkamer was niet alleen zijn bidvertrek, maar hier maakte hij ook gebruik van zijn grote bibliotheek. Hij kende de kerkvaders en ook de middeleeuwse scholastieke theologen.

Op een keer had hij de burgemeester van Londen en zijn raadsheren onder zijn gehoor. Hij had een thema uitgekozen waarin zijn kennis op niveau gebracht was. Het was kennelijk een gelegenheidspreek die gevolgd werd door een diner met de stadsmagistraat. Na afloop kwam een arme man naar hem toe, die hem aan zijn jas trok. „Mijnheer”, zo sprak hij, „ik kwam in de kerk en hoopte wat goeds voor mijn ziel uit uw mond te horen, maar ik werd zeer teleurgesteld. Ik kon het grootste deel van uw preek niet volgen. Het ging mij boven mijn pet.”

Manton kreeg tranen in zijn ogen en antwoordde hem: „Vriend, als ik geen goede preek voor jou gedaan heb, dan heb jij dit voor mij gedaan. Ik beloof je dat ik door Gods genade nooit meer een dwaas zal zijn door op die manier voor de burgemeester te preken.”

Akkoord

Manton was geen scherpslijper. Hij was een gematigd presbyteriaan die zich met zijn vriend Richard Baxter inzette om tot een akkoord met de independenten te komen. Hij wilde zelfs tot overeenstemming komen met de anglicanen, maar op kardinale punten wilde hij geen water bij de wijn doen.

Op zijn sterfbed beleed hij dat partijtwisten de eenheid onder de gelovigen verstoren, zeker als het alleen maar gaat over bijzaken.

Troost uit verbond der genade

„Hier is troost tegen het gevoel van onze onwaardigheid. U bent verdorven, u kunt niets verwachten. Maar zie op Christus. Hij is niet onwaardig. God heeft de beloften aan Hem vermaakt. Hij heeft opzicht over het verbond der genade. God heeft een verbond met Hem en hoewel u Hem aanleiding geeft om dit met u te verbreken, zal Hij dit niet verbreken met Zijn eigen Zoon. Jezus Christus heeft niet gefaald in de uitvoering van dat verbond, maar heeft de wil van Zijn hemelse Vader in alle opzichten gedaan.

Daarom wil God Zijn Woord aan Jezus Christus u ten goede doen komen, hoewel u in zichzelf zondig en arm bent. Het maakt niet uit al bent u vuil in eigen ogen. Zie slechts op de waarheid van God die Hij aan Zijn Zoon heeft verpand, aan Hem Die niet ontrouw geweest is.”

Uit: Thomas Manton, ”Preken over Jesaja 53”.