Theoloog John MacArthur: Overheid gaat niet over kerkdiensten

Kerk en corona
De Amerikaanse theoloog en predikant dr. John MacArthur. beeld patheos.com

John MacArthur in Californië houdt ’s zondags gewoon kerk. „Want de overheid heeft daarover niets te zeggen.”

Gezin, staat en kerk zijn drie instellingen die elk van God een eigen autoriteit en verantwoordelijkheid hebben gekregen. Elk van hen heeft ook een eigen terrein waarover ze zelf unieke zeggenschap hebben. De ene mag niet over de andere heersen.

Dat is kort samengevat de redenering die de bekende evangelicale theoloog dr. John MacArthur en zijn kerkenraad uiteenzetten in een zaterdag uitgebrachte verklaring. Daarom komt de Grace Community Church (GCC) elke zondag samen ondanks het verbod dat gouverneur Newsom recent vanwege de coronacrisis aan kerken oplegde. De GCC is een megakerk in Sun Valley, een voorstad van de metropool Los Angeles.

De gedachtegang roept parallellen op met de theorie van de Nederlandse theoloog en staatsman Abraham Kuyper over de soevereiniteit in eigen kring. Hiermee wordt bedoeld dat elke levenskring zijn eigen onafhankelijk gezag heeft en niet onder dat van een andere levenskring staat. MacArthur heeft in enkele eerdere publicaties zijn waardering voor het werk van Kuyper laten blijken.

„Als kerk hebben we geen toestemming van de staat nodig om onze God te dienen en te aanbidden zoals Hij heeft bevolen”, zo staat in de verklaring. „Christus is het enige ware hoofd van Zijn kerk, en we zijn van plan om die waarheid te dienen in al onze bijeenkomsten. Om die reden kunnen we niet buigen voor de vergaande beperkingen die overheidsfunctionarissen nu aan onze gemeente willen opleggen.”

De GCC-leiding zegt dit standpunt niet in te nemen om opstandig of ongehoorzaam te zijn maar vanuit het besef „dat we ons tegenover de Heere Jezus moeten verantwoorden voor het rentmeesterschap dat Hij ons als herders van Zijn dierbare kudde heeft gegeven.”

MacArthur en zijn kerkenraad zeggen nadrukkelijk de Bijbelse eis tot gehoorzaamheid aan de overheid volledig te respecteren. „Romeinen 13 en 1 Petrus 2 binden nog steeds het geweten van individuele christenen. We moeten onze burgerlijke overheden gehoorzamen als instellingen die God Zelf heeft geordend.” Maar de overheid heeft geen zeggenschap over de kerk, haar leer en praktijk.

Wanneer de overheid de kerken verbiedt samen te komen of te zingen, gaat ze over de grens van haar jurisdictie, zo stelt de leiding van de GCC. De Kerk wordt dan geroepen de opdracht van haar Hoofd, Christus, te volgen. „De Bijbelse orde is duidelijk: Christus is Heer over Caesar, niet vice versa. Christus, niet Caesar, is Hoofd van de kerk. Omgekeerd, de kerk regelt niet de staatszaken. Het zijn verschillende koninkrijken en Christus is soeverein over beide.”

Met nadruk wijzen de opstellers van de verklaring erop geen beroep te doen op de grondwet. „Het recht waarop we ons beroepen is niet gecreëerd door de grondwet. Het is een van de onvervreemdbare rechten die uitsluitend door God worden verleend.”

Wanneer de gemeente niet zou samenkomen, verzaakt ze daarmee haar roeping. „De christelijke gemeente is per definitie een vergadering. Dat is de letterlijke betekenis van het Griekse woord voor gemeente: ekklesia. Dat is een vergadering van geroepenen. Een gemeente die niet samenkomt is een contradictio in terminis. Christenen worden daarom vermaand samen te komen (Hebreeën 10:25).”

De GCC keert zich ook tegen het zangverbod dat de gouverneur vorig week oplegde. „Als ambtenaren het zingen in erediensten verbieden, leggen zij een beperking op die het in principe voor Gods gemeente onmogelijk maakt om het bevel van Efeziërs 5:19 en Kolossenzen 3:16 te gehoorzamen.”