Theologen bijeen in Apeldoorn: eens over ‘Dordt’, oneens over de kerk

In het gebouw van de Theologische Universiteit Apeldoorn vond vrijdag een congres plaats over de theologie van de Synode van Dordrecht (1618-1619) en de kerk van vandaag. beeld Carel Schutte

Theologen uit reformatorische kerken waren vrijdag bijeen in Apeldoorn rond het thema: ”De theologie van Dordt en de kerk van vandaag”. „We vinden elkaar in ‘Dordt’ maar niet in de katholiciteit van de kerk”, zo verzuchtte prof. dr. H. J. Selderhuis.

Prof. dr. W. van Vlastuin (Amsterdam) zocht naar een katholiek kerkmodel. Hij wordt eind deze maand op de Nationale Synode in Dordrecht op zijn wenken bediend, prikkelde prof. Selderhuis (Apeldoorn). Prof. Van Vlastuin is echter bang dat het nieuwe Credo –zonder daarbij de vergeving van de zonde en de opstanding van het lichaam te noemen– leidt tot een Koninkrijk los van de gebrokenheid van het leven. „Ik heb het idee dat het dan niet katholiek is, maar iets nieuws.”

Hij beet het spits af met een lezing over de katholiciteit van de Synode van Dordrecht (1618-1619) en kerkelijke eenheid. De Dordtse Leerregels staan weliswaar in een kerkelijk kader, maar de panelen zijn wel verschoven, zei prof. Van Vlastuin. „Al zijn de leerregels niet zo individualistisch dat het geheel van de kerk als lichaam van Christus uit het zicht verdwijnt, de individuele uitverkorene is wel de focus ervan. Toch biedt ‘Dordt’ ons een model voor het heden om ten aanzien van de geloofsinhoud katholiek te theologiseren vanuit de heelheid van de kerk.”

Rechtvaardiging

De negentiende-eeuwse theoloog Hermann Friedrich Kohlbrugge kritiseerde ‘Dordt’ omdat die te veel zou focussen op de verkiezing in plaats van op de rechtvaardiging. Volgens dr. R. T. te Velde (Kampen) was voor de contraremonstrant Franciscus Gomarus het verschil in de visie op de rechtvaardiging juist het kernpunt. Zijn theologische tegenstander Jacobus Arminius zag in de leer van de rechtvaardiging het geloof niet als slechts een instrument dat de volmaakte genoegdoening door Christus aangrijpt, maar als een gesteldheid die door God wordt aangemerkt als gerechtigheid.

Prof. dr. A. Huijgen (Apeldoorn) stelde dat de leer van de volharding der heiligen nog nooit zo belangrijk is geweest als in deze tijd. „In feite hebben de remonstranten gewonnen, want geloof wordt vaak als louter ervaring gezien en heiliging als een tweede fase van het geestelijk leven. Het zogenoemde overwinningsleven in evangelische kring doet tekort aan het ”reeds” en het ”nog niet” van het heil. Terwijl sommige evangelischen het ”reeds” te veel benadrukken, wordt in reformatorische kring het ”nog niet” weleens te sterk aangezet.”

Zekerheid

Prof. dr. H. van den Belt (Amsterdam) stelde dat zekerheid problematisch is geworden, zowel in bevindelijk-gereformeerde als in postmoderne kring. De Dordtse Leerregels verbinden de zekerheid aan de vruchten van de verkiezing. „Zekerheid is altijd aangevochten. Door te geloven dat je lid van de kerk bent, kun je zeker weten dat je zult volharden. Daarbij gaat het om het functioneren als een levend lidmaat van het mystieke lichaam van Christus. Zo overstijgt ‘Dordt’ het moderne individualisme.”

Prof. dr. H. Schaap-Jonker (Amsterdam) belichtte het thema ”Dordt en moderne psychologie”. De gereformeerde leer maakt niet depressief, zo laten cijfers volgens haar zien. Deze leer treft echter wel mensen bij wie sprake is van een negatief godsbeeld. Zij zien God bijvoorbeeld alleen als Rechter. „God verkiest, maar Hij is niet een karig God, Die ons maar een beetje laat bungelen. Hij is de gevende God, de God van Pasen, Die mij laat opstaan uit de doden. Wedergeboorte is een geschenk, waar ik zelf niets voor hoef te doen.”

De zeventiende-eeuwse predikant Jacobus Koelman was kritisch op zijn tijdgenoot Richard Baxter vanwege diens „overwaardering van de algemene genade”, zo betoogde dr. J. van de Kamp (Amsterdam).

Ds. P. D. J. Buijs wees op ds. R. Kok, die zei: „Maak het historisch geloof productief voor je zaligheid.”

Dr. Van de Kamp: „Ds. Kok heeft zijn uitspraak denk ik meer bedoeld als reactie op lijdelijkheid.”