Teunis Bunt en Herman Paul over „spannende vragen rond coaching”

Met z’n allen naar de coach
Herman Paul (r.): „Toch zit er een bepaalde spanning tussen het christelijk mensbeeld en het mensbeeld zoals dat nogal eens aan coaching ten grondslag ligt. Die krijg je niet zomaar gladgestreken.” Teunis Bunt: „Spanning, zeg je? Ja, ik denk dat dat zo is.” beeld RD, Anton Dommerholt
2

”Grow!” De titel van het relatiemagazine van Bunt Groep klinkt bijna als een opdracht: Groei! Het is dan ook de „missie” van het Edese bedrijf: „Mensen en organisaties laten groeien.” Maar wat is dat, groeien? En: hoe verhoudt een term als „groeipotentie” zich tot het Bijbelse gedachtegoed? In gesprek met een bedrijfskundige en een historicus over „spannende vragen.”

Beiden zijn op deze voorjaarsmorgen naar De Hall, een restaurant voor zakenlui op het industrieterrein in Woerden, gekomen. Drs. Teunis Bunt (1964), met een bedrijfskundige achtergrond, is directeur van de in 1999 door hem opgerichte Bunt Groep, actief op het terrein van „adviseren, coachen, trainen en begeleiden.” Historicus prof. dr. Herman Paul (1978), verbonden aan de universiteiten Leiden en Groningen, was redacteur van de in 2015 verschenen bundel ”Zelfontplooiing. Een theologische peiling”. Hierin wordt geconstateerd dat ontplooiing van het zelf een „dominante notie in onze cultuur” is geworden. „Overal, van het damesblad („Het gaat erom dat jij tot je recht komt”) tot aan de kerk („God gelooft in jou”), dringt ze zich aan ons op.”

Aanleiding tot het gesprek vormt het groeiende aantal bedrijven in christelijke kring dat actief is op het gebied van coaching. „Je ziet echt een wildgroei”, bevestigt Bunt, ouderling van de gereformeerde gemeente in Opheusden. „Al zijn we, met zo’n 1500 klanten in Nederland, nog steeds marktleider.”

Paul, lid van de protestantse Marekerkgemeente in Leiden: „En de interesse om over deze thematiek na te denken is groot. Een traditionele studiedag in Groningen trekt, zeg, veertig mensen. Maar als we een symposium over zelfontplooiing beleggen, dan komen daar zomaar 140 mensen op af.”

Coaching, zelfontplooiing: de begrippen worden nogal eens in één adem genoemd. Wat verstaat u eronder?

Bunt: „Voor alle duidelijkheid: ik ben dus geen coach, ik ben bedrijfskundige. Wel hebben we coaches in dienst. Bunt Groep bestaat uit twee bedrijven: één voor organisatieontwikkeling, één voor persoonlijke ontwikkeling.

Wij gebruiken nogal eens het beeld van een plant. De wet van Liebig: de opbrengst wordt bepaald door de voedingsstof die relatief het minste aanwezig is. Voor bedrijven en organisaties geldt hetzelfde. Waarbij de zwakste schakel de mens is – en als je dan bedenkt dat 80 procent van de bedrijfsprocessen bepaald wordt door mensen... Er gaat nogal eens wat mis. Wij zetten daarom sterk in op het coachen, begeleiden van mensen. Vaak in familiebedrijven.”

Paul: „Ik vind dat thema’s als deze wel wat hoger op de agenda van theologen mogen komen te staan.” beeld RD, Anton Dommerholt

Paul: „Coaching heb je, denk ik, in verschillende vormen. Niet altijd zal er de link zijn met zelfontplooiing als uitéíndelijk doel. Een sporter die gecoacht wordt, zal voor maximale groei, maximale ontwikkeling van zichzelf gaan; voor een werknemer van een bedrijf hoeft dat niet zo te zijn.”

Bunt: „Groei kun je inderdaad op verschillende manieren definiëren. In de jaren tachtig lag er een sterke nadruk op humanrecourcesmanagement. In onze kring had dat een verdachte naam.”

Paul: „In onze bundel ”Zelfontplooiing” citeer ik de Britse socioloog Anthony Giddens, die het ideaal –beter misschien: de ideologie– van zelfontplooiing in tien punten definieert. Samengevat: „We zijn niet wat we zijn, maar wat we van onszelf maken.” In vrouwenbladen als Margriet en Libelle, maar ook de christelijke Eva, kom je die gedachte sterk tegen, bleek uit een onderzoekje dat ik deed.

Dat vind ik fascinerend: hoe komen zulke ideeën, afkomstig uit de Amerikaanse humanistische psychologie van de jaren zestig, terecht bij brave gereformeerdebonders in de Krimpenerwaard?”

Bunt: „Er gaat nogal eens wat mis in bedrijven. Wij zetten daarom sterk in op het coachen, begeleiden van mensen.” beeld RD, Anton Dommerholt

Bunt: „Ons bedrijf heeft als missie: Groei van mensen en organisaties. In ons logo loopt iemand een trappetje op. Daarachter zit de gedachte dat je leiderschap verwerft door te leren. Zoals je vroeger vakmanschap verwierf: eerst was je leerling, vervolgens werd je gezel, meester enzovoorts.”

Paul: „Dat lijkt me een mooi klassiek model dat met zelfontplooiing niet zo veel van doen heeft.”

Bunt: „Groei, noemen wij dat.”

„Spannend wordt het als groei iets krijgt van: „We zijn wat we van onszelf maken.”

Paul: „Spannend wordt het als groei iets krijgt van: „We zijn wat we van onszelf maken.” Want wat zijn dán de bronnen van die groei: komen die uit onszelf of komen die van een Ander, van God? Dat lijkt me de hamvraag.

Trouwens, ik vind dat zulke actuele thema’s bij theologen wel wat hoger op de agenda mogen komen te staan. Als theologen een verschil willen maken in het alledaagse leven van gewone christenen, laten ze dan heikele onderwerpen zoals in dit geval zelfontplooiing, maar ook carrière, bezit, ecologische voetafdrukken, niet uit de weg gaan. We weten dat God genadig is, maar beseffen niet altijd wat deze genade betekent voor onze vakantiebestemming of huizenjacht op Funda.”

Elk jaar geeft de Bunt Groep de glossy ”Grow!” uit, die als commerciële bijlage bij deze krant verschijnt. Ook die staat vol termen als „zich ontplooien”, „ontwikkeling”, „potentieel ontdekken en leren benutten.”

Bunt, richting Paul: „Ken je Grow!?”

Paul: „Nee, ken ik niet.”

Bunt: „We doen dit nu vanaf 2007. Grow! is een jaarlijks verschijnend blad, waarin hoofdzakelijk klanten aan het woord komen. In drie à vier interviews vertellen zij hun verhaal. En inderdaad, daarin komen zulke termen zeker voor.”

Paul: „Dat klinkt als het vocabulaire zoals je dat ook in de damesbladen aantreft, of in de humanistische psychologie van de jaren zestig. Al is daar op zichzelf nog niet zo veel mee gezegd, natuurlijk. Begrippen kunnen van betekenis veranderen.”

Lachend: „Interessant eigenlijk. Ik zie al een mooi nieuw onderzoeksproject voor me: op welke waarden zijn bladen als Grow! nu gebaseerd?”

De grote nadruk die zulke bladen leggen op persoonlijke groei, ontwikkeling, zou op gespannen voet kunnen staan met het beeld van de –tot het kwade geneigde– mens zoals dit uit de Bijbel en belijdenisgeschriften tot ons komt.

Bunt: „Dat staat niet haaks op elkaar. De Bijbel spreekt ook van het benutten van je talenten. Kijk, in elke organisatie werken mensen. Ik spreek daarom ook nooit van christelijke organisaties, maar van organisaties waarin christenen werken. En die lopen tegen dezelfde soort dingen aan als ieder ander. Als Bunt Groep begeleiden wij hen daarin. Waarbij ik een bepaalde scepsis tegenover sommige methoden heel goed begrijp. Daar proberen wij ons ook verre van te houden.”

Waaraan denkt u dan?

„Nou ja, methodes die goeroes zoals Emile Ratelband propageren, NLP, neurolinguïstisch programmeren enzovoorts. Daar blijven wij vandaan. Andere modellen kunnen we weer wel gebruiken, de rationele effectiviteitstraining bijvoorbeeld. Maar Gods Woord blijft altijd de norm. Belangrijk vinden we het dat we mensen niet beschadigen, om maar wat te noemen.”

Paul: „Toch zit er wel een bepaalde spanning tussen het christelijk mensbeeld en het mensbeeld zoals dat nogal eens aan coaching ten grondslag ligt. Die krijg je niet zomaar gladgestreken.”

Bunt: „Spanning, zeg je? Ja, ik denk dat dat zo is.”

„Spanning, zeg je? Ja, ik denk dat dat zo is.”

Paul: „Die spanning zit ’m vooral in: hoe ontwikkelbaar zijn dingen? Of neem een begrip als authenticiteit. Bijbels gezien lijkt mij het koesteren van een hoogstpersoonlijk ik niet zo gemakkelijk te verdedigen. Het gaat er juist om dat ik een nieuw schepsel word, in Christus. En: zijn wij ook bereid om te groeien door te ontvángen, van anderen, van God? Het valt me altijd weer op dat als mensen terugkijken op hun leven en aangeven welke momenten zij zich het meest herinneren, het vaak de momenten zijn waarop zij iets ontvingen. Toen er een kind werd geboren, toen zij van een bepaalde ziekte genazen, toen God hen duidelijk hielp in een crisisperiode. Je hoort dan nooit dat zij dit zélf zo hadden gepland.”

In hoeverre krijgen noties zoals zelfverloochening, dienstbaarheid, het de ander belangrijker achten dan jezelf, een plaats in coachingstrajecten? De in dit kader nogal eens genoemde gelijkenis van de talenten lijkt zeker geen pleidooi voor zelfontplooiing.

Bunt: „Nog even terug naar de authenticiteit van mensen: het lijkt me toch ook goed om mensen inzicht te geven in hun gedrag. Dat zij zich spiegelen aan een ander. Daar leren zij van. De lerende mens.

Maar ik zie bijvoorbeeld ook veel in het vertrouwen geven aan mensen, hen zélf vragen met initiatieven te komen. Om maar wat te noemen: bij Bunt Groep hanteren we geen vrije dagen meer. Scheelt heel veel administratie en: iedereen weet echt zelf wel hoeveel hij werkt en waarom hij een keer vrij wil. En wat zie je: bij ons wil niemand meer terug naar het vrijedagensysteem én ons bedrijfsresultaat groeit nog altijd.”

Paul: „Ook bij ons hebben we de vrije dagen afgeschaft. Werkt prima, inderdaad.”

Toch nog even terugkomend op de vraag: wordt er binnen Bunt Groep weleens nagedacht over het mensbeeld achter bepaalde coachingsmethodes?

Bunt: „We praten zeker over zulke dingen met elkaar. Nogmaals: onze norm is Gods Woord. Het gaat er allereerst om een bijdrage te leveren aan de groei van mensen in een organisatie. Tegelijk geeft iedere medewerker van ons daar op zijn of haar eigen manier invulling aan. Maar binnen grenzen dus. Mensen die wij coachen, begeleiden, zien wij niet als een soort machines waarbij je maar aan bepaalde knoppen hoeft te draaien en ze doen wat jij wilt. ”

Paul: „Overigens wil ik er aan de andere kant ook voor waken dat we reactief gaan doen. Zo van: zelfontplooiing wijzen we af, dus is alles wat daar maar een beetje bij in de buurt komt verdacht. De gedachte dat een dubbeltje nooit een kwartje wordt, kan mensen ook in de weg staan om aan de slag te gaan. En een term als zelfverloochening is ronduit gevaarlijk als je anderen daarmee klein houdt.

In die zin heeft dit gesprek mij wel gesterkt in de gedachte dat het goed is dat theologen zich met thema’s als deze bezighouden, of bezig gáán houden. Dat voorkomt ook dat theologie iets volkomen abstracts wordt, ver bij de dagelijkse werkelijkheid van mensen vandaan.”

Zitten coaches daarop te wachten?

Bunt: „Ik zou er zeker kennis van willen nemen.”

Bijna iedereen lijkt tegenwoordig een coach nodig te hebben...

Bunt: „En dat wordt alleen maar erger.”

„We kunnen een praktijk beginnen om van je coach los te kunnen komen: ont-coachen”, schreef dr. H. P. de Roest onlangs in het Ouderlingenblad van de Protestantse Kerk in Nederland.

Paul: „Het is ook wel verklaarbaar. De hedendaagse maatschappij doet een hoog beroep op de reflexieve vaardigheden van mensen, vergt veel van hen. Sommige mensen kunnen daar uitstekend mee overweg, anderen ervaren problemen. Zelf heb ik nooit zo de behoefte gevoeld aan een coach...”

Bunt, terwijl hij zijn buurman een klap op de schouder geeft: „Dat vind je zelf, jongen.”

Paul: „Klopt, ik heb geen hulpvraag!”

Bunt: „Maar inderdaad: dat horen we vaak, dat mensen ook echt de behóéfte ervaren aan begeleiding. Trouwens, Herman, aan dat onderzoeksproject waarover je het had, wil ik zeker meewerken. Geef me je adres, dan zal ik je in elk geval een paar nummers van ons blad Grow! toesturen.”