Synode PKN akkoord met twaalfjaarsregeling predikant en gemeente

Maandoverzicht april 2018
Synodeleden van de Protestantse Kerk. beeld RD, Anton Dommerholt

Predikanten en gemeenten in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) kunnen met wederzijds goedvinden na twaalf jaar uiteen gaan. Classispredikanten gaan eerst twee jaar lang kijken in welke gevallen deze regeling zou kunnen helpen om de mobiliteit van predikanten te bevorderen.

Deze zogenoemde „twaalfjaarsregeling” was vrijdag het meeste heikele onderwerp op de generale synode van de Protestantse Kerk in Doorn. De maatregel is bedoeld om de mobiliteit van predikanten te bevorderen. Uit onderzoek blijkt dat het beroepingswerk in sommige gemeenten muurvast zit. De synode besloot vorig jaar in eerste instantie om deze „twaalfjaarsregeling” gedurende een periode van vijf jaar bij wijze van proef in te voeren.

Uit de reacties (consideraties) van de classes blijken de meningen over de twaalfjaarsregeling echter sterk verdeeld. „Dit is een van de meest omstreden thema’s”, concludeerde ds. H. Evers van het generale college voor de kerkorde dan ook.

Dr. H. Wevers van de generale raad van advies vindt het bevorderen van de mobiliteit van predikanten „cruciaal.” Maar sturing van het beroepingswerk blijkt lastig. Als predikanten na twaalf jaar zouden moeten vertrekken, is er volgens hem in feite sprake van een „losmaking-light.” Voor de predikant is dat „stigmatiserend” en gemeenten krijgen te maken met hoge kosten.

Scriba dr. R. De Reuver benadrukte dat de regeling geen verplichting is, maar een mogelijkheid: predikant en gemeente kúnnen na twaalf jaar besluiten uiteen te gaan.

De synode ging uiteindelijk akkoord met een voorstel van het moderamen (synodebestuur). De twaalfjaarsregeling komt in 2020 opnieuw op de synodeagenda. Als de synode dan (opnieuw) groen licht geeft, gaat de maatregeling op 1 januari 2021 in.

De synode ging verder akkoord met een motie van ds. H. Jansen (Drachten). Die wil dat er duidelijke regels komen voor predikanten om van standplaats te ruilen. Dit „extra gereedschap” moet de mobiliteit van predikanten tussen verschillende gemeenten bevorderen.

Ds. T. Huisman (Zeerijp) vroeg een onderzoek naar de haalbaarheid van een landelijke werkbegeleider van predikanten en kerkelijk werkers. Dr. De Reuver zei dat de kerk geen extra betaalde krachten wil aanstellen. De Dienstenorganisatie kan gemeenten die een werkbegeleider nodig hebben, helpen. De motie van ds. Huisman kreeg onvoldoende steun.

De regiegroep Kerk 2025 –die in ieder geval tot het einde van dit jaar blijft functioneren– gaat kijken hoe de mobiliteit van predikanten en de reorganisatie van de kerk verloopt.

De Persekutuan Kristen Indonesia (Christelijke Indonesische Gemeenschap) kreeg toestemming om zich aan te sluiten bij de Protestantse Kerk. Het gaat om vier gemeenten van Nederlands-Indonesische christenen uit Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Zij vormen een buitengewone gemeente in de Protestantse Kerk.

De synode nam afscheid van ds. W. G. Sonnenberg, voorzitter van het generaal college voor de visitatie in de Protestantse Kerk, en van andere visitatoren. Preses ds. S. van Meggelen vergeleek het visiteren van gemeenten met een thermometer. „U bracht in kaart waar zorgen leefden en waar vreugde was.”

De maatregelen rond Kerk 2025 leidde tot de opheffing van het oude college en van de visitatie-oude-stijl. Een (kleiner) aantal visitatoren gaat nu nauw samenwerken met de classispredikanten.

Ds. Sonnenberg sprak de synode toe. Volgens hem gebeurt er „ontzettend veel moois” in de plaatselijke kerken. Het reorganisatieplan Kerk 2025 was echter „pijnlijk. We moesten afscheid nemen van mensen met veel liefde en inzet voor de kerk.”

Op de synodeagenda stond ook de catechese. De Amsterdamse theoloog dr. Sake Stoppels deed een onderzoekje onder synodeleden. Wie was er belangrijk voor hun geloofsopvoeding? Dat blijken vooral de ouders te zijn, en in de kerk met name de jeugdvereniging en de catechese.

„Als de rol van de ouders zo belangrijk is, dan moet daar iets mee worden gedaan”, vindt dr. Stoppels. „We zouden bijvoorbeeld kunnen investeren in volwassenencatechisatie.”

Nelleke Quist, medewerker van jongerenorganisatie JOP, zei dat er in de kerk veel „geleerd” wordt. Uit cijfers blijkt dat in 62 procent van de gemeenten catechese wordt gegeven. Bijna negen op de tien gemeenten houden een kindernevendienst. Ze adviseerde de verschillende manieren van leren beter op elkaar af te stemmen, bijvoorbeeld door een bepaald thema in de diverse vormen terug te laten komen.

Eline van Vreeswijk, medewerker van jongerenorganisatie HGJB, signaleerde dat er in de kerk steeds meer aandacht komt voor kennis van de Bijbel en de geloofsleer. „Jongeren geven aan dat ze graag de betekenis van een Bijbeltekst willen ontdekken en daardoor geraakt worden.” De HGJB springt daarop in met onder meer het uitbrengen van materiaal.