Synodael journael (XV): Leerregels wereldkundig gemaakt in Grote Kerk

Synodael journael
Zuiderkoorbanken in de Dordtse Grote Kerk. Tijdens de presentatie van de Dordtse Leerregels op 6 mei 1619 zaten in de voorste bank van rechts naar links de Engelse bisschop Carleton, voorzitter Bogerman, de assessoren Rolandus en Faukelius en de scriba’s Damman en Hommius. De overige plaatsen aan de zuidkant werden bezet door buitenlandse theologen. beeld Herman A. van Duinen
2

Woensdag 8 mei 1619. Het slotakkoord van de synode heeft geklonken. Eergisteren zijn de Dordtse Leerregels wereldkundig gemaakt. De zuivere leer heeft gezegevierd.

Het is in Dordrecht nu nog drukker dan het sinds het begin van de synode al was. Op 26 april, de vierde vrijdag na Pasen, begon de meimarkt, die twee weken duurt. Uit de wijde omtrek komen dan mensen naar de stad om inkopen te doen en feest te vieren.

Nu was er net een synodelid overleden, jonker Lambert Canter, nog geen vijftig jaar oud. Vorige week dinsdag is hij met adellijke eer begraven in de Augustijnenkerk. Uit zijn woonplaats Utrecht waren twaalf diakenen overgekomen om de baar te dragen. Er liepen wel vijfhonderd mensen achteraan. Natuurlijk was ik er zelf ook bij.

Je merkt wel dat het verwarrende dagen zijn. Iedereen keek met spanning uit naar maandag, wanneer de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten zouden worden voorgelezen in de Grote Kerk. Ik hoorde van dominee Lydius dat het er zaterdag tot in de late avond nog rumoerig aan toegegaan is in de vergaderzaal. Ik denk dat de synodeleden oververmoeid zijn en na zoveel maanden graag naar huis willen.

In het weekend kwamen nog vele gasten aan op het Groothoofd. Edelen, ambassadeurs, ambtenaren – personen van allerlei rangen en standen waren van de partij. Zondagavond meerde er nog een Zeeuws Statenjacht met regenten en predikanten aan.

Improvisatie

Maandagochtend was ik al vroeg op. Omdat ik alles goed wilde zien, had ik onze stadsorganist, Henderick Joostensz. Speuy, gevraagd of ik bij hem op het orgel mocht zitten. Het orgel hangt aan de oostkant van het zuidertransept (dwarsschip, red.). Vanaf de galerij heb je een prachtig uitzicht op het kruispunt van de kerk. Speuy vond het prima, want dan kon ik hem een seintje geven als hij moest stoppen met spelen.

De Grote Kerk puilde uit van de mensen. Het geroezemoes verstomde toen de stoet van synodeleden, politieke gecommitteerden en stadsbestuurders via de toreningang binnenschreed. Ze liepen twee aan twee en namen plaats in de prachtige banken in het hoogkoor. Ik wenkte naar meester Speuy. Hij rondde zijn improvisatie af.

Voor het koorhek was een speciale stellage gebouwd voor de sprekers. Ik keek precies neer op voorzitter Bogerman, die als eerste het podium beklom. Hij sprak een lang gebed uit dat hij op papier had gezet. Na hem kwam eerst scriba Damman op de katheder om de Leerregels voor te lezen. Toen zijn stem het begaf, nam scriba Hommius het stokje over.

Het duurde uren en het was onrustig. Lang niet iedereen kon horen wat er gezegd werd. Bovendien ging alles in het Latijn. Sommige mensen, vooral vrouwen en kinderen, gingen voortijdig de kerk uit. Er werd niet gezongen, wel gecollecteerd.

Synodemaaltijd

Toen de stoet zich in beweging zette om terug te keren naar de Kloveniersdoelen, greep Speuy weer naar de toetsen. Zijn variaties op een psalmmelodie vormden een feestelijk naspel. Morgen moet hij musiceren bij een grote synodemaaltijd in de oude eetzaal van het Augustijnenklooster. Het stadsclavecimbel is er al heengebracht. Ik wens hem veel inspiratie toe.

Burgh Liebaert, een denkbeeldige inwoner van Dordrecht in de jaren 1618-1619, houdt een „synodael journael” bij waarin hij beschrijft wat hem opvalt rond de Nationale Synode (die op 13 november 1618 begon). Woensdag 15 mei deel 16.