Synodael journael (I): Hier gaat zich een calvinistisch concilie voltrekken

Synodael journael
Gezicht op Dordrecht in 1572, door Antwerpenaar Frans Hogenberg. beeld Regionaal Archief Dordrecht
2

Burgh Liebaert, een denkbeeldige inwoner van Dordrecht in de jaren 1618-1619, houdt een „synodael journael” bij waarin hij beschrijft wat hem opvalt rond de Nationale Synode (die op 13 november 1618 –400 jaar geleden– begon).

Woensdagmiddag 17 oktober 1618. Buiten is het zacht herfstweer. Binnen zit ik aan mijn tafel. Voor mij ligt een schrijfboek. Ik doop mijn ganzenveer in verse inkt.

Wie ben ik en wat ga ik doen? Mijn woonplaats is Dordrecht, de oudste stad van Holland. Ik woon daar in het Steegoversloot, vlak bij de Augustijnenhof. Ik werk als letterzetter bij de drukkerij van Pieter Verhaghen tegenover de Wijnbrug. Het ene boek na het andere maak ik persklaar door lettertjes in het goede vakje te leggen. Saai? Eerder spannend als je ondertussen de woorden en zinnen leest.

Er wordt in deze tijd heel wat geschreven en gediscussieerd. Het land is al jaren in rep en roer door het gerommel van de remonstranten. Dat zijn volgelingen van professor Jacobus Arminius, die het aan de universiteit van Leiden aan de stok kreeg met zijn collega Franciscus Gomarus. Arminius wilde de geloofsbelijdenis van de Gereformeerde Kerk ter discussie stellen. Vooral de leer van de uitverkiezing was hem een doorn in het oog. Hij stierf jong, maar zijn aanhangers wilden zijn gedachtegoed in ere houden.

Het erge is dat onze overheid deze nieuwlichters van meet af aan de handen boven het hoofd heeft gehouden. De landsadvocaat van Holland, Johan van Oldenbarnevelt, vond dat de protestantse kerk in Nederland verdraagzaam moest zijn. De arminianen vroegen in een rekest ruimte voor hun ideeën en kregen hun zin. De gomaristen, eigenlijk gewoon calvinisten, protesteerden in een contraremonstrantie. De Staten van Holland preekten vrede en tolerantie, maar in de praktijk bleek het tegendeel. Twist en tweedracht, scheuring en oproer, dat is het Nederland van tegenwoordig.

In Dordrecht zijn alle zes predikanten van de rechtzinnige partij. Het stadsbestuur heeft wel lang geaarzeld om Van Oldenbarnevelt af te vallen. De heren gingen vorig jaar overstag toen de advocaat soldaten durfde in te zetten om de remonstranten te verdedigen. Sindsdien vormde Dordrecht met Amsterdam een hecht duo in het streven naar een nationale synode. Alleen zo’n kerkvergadering, waar voorgoed de ware christelijke gereformeerde religie wordt vastgelegd, kan de crisis in het land nog oplossen. Dat vonden andere provincies ook, maar de meeste edelen en steden in Holland bleven zich verzetten.

Gelukkig heeft prins Maurits die koppige regenten op de knieën gedwongen. Tenslotte is hij de baas van het Nederlandse leger. Afgelopen zomer heeft hij Van Oldenbarnevelt en zijn handlangers laten vastzetten op het Haagse Binnenhof. De nationale synode kan definitief doorgaan. Hij begint op 1 november 1618. In Dordrecht! Ik bof dus enorm. Hier gaat zich onder mijn ogen een calvinistisch concilie voltrekken. Daar ga ik van week tot week verslag van doen.

Vandaag hoef ik overigens niet te werken en zelfs niet te eten. De Staten-Generaal hadden een algemene vast- en bededag uitgeschreven. Overal beklommen vanmorgen predikanten de kansel om met het volk Gods zegen over de naderende synode af te smeken. Het liefst had ik dominee Balthasar Lydius beluisterd, maar hij zit momenteel in Delft op de Zuid-Hollandse synode. Hij is mijn man. Hij woont pal achter de Augustijnenkerk. En hij staat vierkant achter de oude waarheid. Ik hoop dat hij wordt afgevaardigd naar de grote synode.