Symposium Oude Paden in het teken van ”verre tijden”

Symposium Oude paden in Asperen. beeld Dirk Hol
8

Prof. G. Wisse gaf zijn brochure over de Eerste Wereldoorlog de titel ”Gespaard maar bedreigd” mee. „Ons land was wel voor de oorlog gespaard, maar er bleven grote dreigingen bestaan.”

Dat zei dr. H. Florijn tijdens een symposium van stichting Oude Paden. Die jaarlijkse bijeenkomst van het kerkhistorisch kwartaalblad vond zaterdag plaats in de hervormde kerk in Asperen. Het thema was: ”Terug naar verre tijden”. Er waren zo’n 200 bezoekers aanwezig.

Redactielid dr. H. Florijn besprak het thema ”Honderd jaar geleden…”. Hij belichtte hoe bevindelijke predikanten reageerden op de Eerste Wereldoorlog. Florijn begon met het lezen van Mattheüs 24:3-8. Hij stelde dat „Gods Woord ons duidelijk maakt dat voorvallen niet gewoon voorbijgaan om te verdwijnen.” Daarbij citeerde hij de negentiende-eeuwse historicus en dichter Willem Bilderdijk: „In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal.”

Ds. Fraanje

Een van degenen voor wie de Eerste Wereldoorlog na 1919 volgens Florijn nog niet voorbij was, is ds. J. Fraanje. Deze voorganger in de Gereformeerde Gemeenten sprak de volgende woorden: „God kwam in 1914 met een wereldoorlog en duizenden mensen vielen in de strijd. De maat was vol. Toen is Nederland nog gespaard, maar als Nederland doorgaat met zondigen en God verachten, zal de Heere ook met Nederland doorgaan, de maat zal eens vol wezen.”

Een van de aspecten van de Eerste Wereldoorlog die de aandacht kreeg, was het vluchtelingenprobleem. Toen er tienduizenden Belgische vluchtelingen in Nederland kwamen, beschreef ds. W. Baaij, voorganger van een vrije gemeente, de toestand als volgt: „De zonden en zeden van deze onze naburen werden voor ogen gesteld, namelijk: eten en drinken en wellustig leven en allerlei gruwelijke goddeloosheden, hetgeen wij toen onder deze buitengewone omstandigheden reeds aanschouwden, waar de soldaten met hopen in de bossen sliepen bij de jonge vrouwen.”

Nieuw begin

Men had het gevoel dat er gewerkt moest worden aan een nieuw begin, aldus dr. Florijn. In dit licht moet ook de aandacht voor de politiek gezien worden, vooral bij ds. G. H. Kersten.

Toch zag de oud gereformeerde ds. L. Boone juist een terugval en veroudering. „En wat wordt er toch bij de hoge regentes van het land en bij opzieners in de kerk nu gedaan om die snode verbreking van Gods wet, indien wij zien op dat volk, die dodelijke onbekeerlijkheid, blindheid, verhard en zorgeloosheid en op de ingekankerde vastigheid der zonden en veroudering van de zonden?” Florijn sloot af met het lezen van Openbaring 6:1-8.

Ds. M. van Kooten, predikant van de hervormde gemeente in Elspeet, hield een lezing over ”De Asperense kerkhistorie”. De predikant stelde dat de historie van Asperen „zeer oud en rijk” is. Het land van Asperen wordt al genoemd in 893. De Reformatie vond in Asperen al vroeg ingang. Jonkheer Wessel VI van Boetselaar nam in 1556 afstand van het rooms-katholicisme. „Het aantal Asperse protestanten was gering.”

Op 4 maart 1896 brandde de plaatselijke kerk af. De oorzaak was volgens ds. Van Kooten de „zwakzinnige” Cornelia Vink. Zij wierp een lucifer achteloos in een hooiberg. „De kerk moest het ontgelden, maar de toren bleef ongedeerd. Er deden zich geen persoonlijke ongelukken voor, maar er kwamen wel dertien stuks vee om in de brandende vuurzee.”

Voor- en tegenspoed

J. Mastenbroek, redactiesecretaris van Oude Paden, hield een lezing getiteld ”In voor- en tegenspoed”. Mastenbroek stelde dat het opvallend is dat in de Heidelbergse Catechismus begonnen wordt met tegenspoed en daarna pas de voorspoed.

Hij stelde dat voor- en tegenspoed elkaar gedurig afwisselden in het leven van Gods Kerk. „Maar na ontvangen genade zal er eeuwige blijdschap zijn op de hoofden van de Sionieten, als treuring en zuchting voor eeuwig zullen wegvlieden. De dagen der zuchting zullen een einde nemen. En dan wordt hun weeklacht en geschrei, veranderd in een blijde rei – en wordt voor eeuwig het loflied gezongen.”