Symposium Krabbendijke: Huwelijkscrisis refogezin blijft soms lang verborgen

beeld ANP
2

In reformatorische kring wordt minder vaak gescheiden dan daarbuiten, maar relatief gezien ligt het aantal vechtscheidingen er vrij hoog.

Dat zei de Middelburgse orthopedagoog Albert de Korte woensdag op het symposium ”Kind Kerk Echtscheiding” in Krabbendijke. Het Centrum Jeugd en Gezin Reimerswaal had het symposium georganiseerd. De bijeenkomst trok meer dan honderd deelnemers, overwegend beroepskrachten en vrijwilligers vanuit zorg, onderwijs en kerk, die in hun werk te maken krijgen met echtscheidingsproblematiek in de reformatorische gemeenschap.

Vechtscheidingen, waarbij ouders over de rug van hun kinderen met elkaar de strijd aangaan, zijn funest voor kinderen, stelde De Korte, eigenaar van een bureau voor orthopedagogische hulp aan kinderen, jongeren en opvoeders. „Als je ouders ruzie maken, moet je een kant kiezen, maar je kúnt het niet omdat je je ouders allebei trouw wilt zijn.”

Echtscheiding is in reformatorisch kring nog omgeven door schuld, schaamte en dilemma’s, stelde de reformatorisch opvoedcoach Maria Vermeulen. „Het zevende gebod wordt elke zondag in de kerk voorgelezen. Een huwelijk mag alleen worden ontbonden als er sprake is van overspel.”

In de reformatorische kring wordt anders over het huwelijk gedacht dan daarbuiten. Vermeulen: „Onze wij-cultuur is wezenlijk anders dan de ik-cultuur die buiten de kerk heerst. Groepsnormen en groepsregels zijn voor ons heel belangrijk. In het huwelijk geldt het hogere doel: Wat vraagt God van ons? Dat is iets heel anders dan wanneer je je als getrouwde afvraagt of je het nog wel naar je zin hebt in je huwelijk. Bij ons ben je als echtelieden door God aan elkaar gegeven, zo wordt het tenminste ervaren.”

Vermeulen wees erop dat reformatorische echtparen hun problemen soms te lang voor de buitenwereld verborgen houden, uit angst door de gemeenschap te worden veroordeeld. Die sociale controle is dan weer de keerzijde van de groepsdruk.

Als het dan toch tot een echtscheiding komt, kan het gebeuren dat met name de man door de omgeving met de nek wordt aangekeken „omdat die fout zat.” „Misschien moeten we voorzichtiger zijn met beoordelen en veroordelen, omdat je niet kunt weten wat er allemaal nog meer aan de breuk voorafging.”

Het symposium werd gehouden in het Calvijn College, locatie Appelstraat, te Krabbendijke. Directeur Henk Guiljam benadrukte in zijn toespraak dat zijn school niet het initiatief nam, maar wel het schoolgebouw beschikbaar stelde. Wel ging hij in op de problematiek. „Ik werk hier al sinds 1986, en als ik naar onze leerlingen van nu kijk zie ik open, eerlijke, spontane kinderen die zich in het hart laten kijken en gemakkelijk tot relaties komen. Het zijn kinderen van hun tijd. Maar in 1986 hoefden wij maar voor 5 leerlingen dubbele post te versturen als er een ouderavond naderde, nu zijn dat er 36.”

Guiljam gaf geen oordeel, maar vertelde dat als er in 1986 een kind op school ziek werd, dit altijd meteen door de ouders werd opgehaald nadat de school naar huis gebeld had. „Nu blijkt er vaak niemand thuis te zijn als we bellen.” Ook reformatorische ouders bevinden zich volgens Guiljam vandaag „te midden van de problemen van deze tijd, waardoor de veiligheid van kinderen onder druk kan komen te staan.”

In een workshop –een van de zes– van Maria Vermeulen over ”Gij zult niet echtbreken” legde de niet-reformatorische wijkagent in de gemeente Reimerswaal Theo de Bie uit met welke dilemma’s hij kampt als hij aanbelt bij een reformatorisch gezin waar ruzie is. „Zij moeten hun problemen met de ouderling bespreken, en als er dan een agent voor de deur staat, wat iedereen in de buurt kan zien, klappen ze dicht. Het lastige voor mij is dat ik niet zelf met de ouderling contact mag opnemen wanneer het echtpaar mij daar geen toestemming voor geeft. Je ziet soms dat de hele buurt over de problemen bij een gezin spreekt, behalve de betrokkenen zelf.”

De Korte had ook een opsteker voor de deelnemers. Hij zei dat onderzoek uitwijst dat 80 procent van alle kinderen in Nederland die een echtscheiding meemaken na twee jaar weer min of meer de oude is. Dat neemt niet weg dat volgens diezelfde cijfers een op de vier 15-jarigen in Nederland anno 2017 zonder vader opgroeit, aldus De Korte.

Aan het slot spraken de deelnemende partijen af de banden nauwer aan te halen bij de aanpak van de gezinsproblematiek. Ook niet-reformatorische hulpverleners komen daarbij meer in beeld.