Symposium aan PThU: Simon Wiesenthal vergaf de stervende SS’er zijn daden niet

Holocaustmonument in Berlijn. beeld Jan van Reenen
4

Moeten overlevenden van de Holocaust de daders vergeven of wordt er door het gebod tot vergeving opnieuw onrecht gedaan aan de slachtoffers? Deze vraag stond woensdag centraal tijdens het mini-symposium ”Forgiveness after Auschwitz?” (Vergeving na Auschwitz?) in Amsterdam.

De bijeenkomst in het gebouw van de Vrije Universiteit was georganiseerd door de Protestantse Theologische Universiteit (PThU).

Stervende SS’er

Promovenda en organisator Joyce Rondaij gaf in haar introductie een duidelijk voorbeeld. Ze haalde dit uit het boek ”The Sunflower” van Holocaustoverlevende en nazi-jager Simon Wiesenthal. Wiesenthal werd tijdens zijn gevangenschap in een concentratiekamp bij een stervende SS’er geroepen. De oorlogsmisdadiger biechtte op hoe hij, met anderen, Joden een huis ingedreven had, het huis in brand gestoken had en de Joden die door de ramen naar buiten kwamen, neergeschoten had. Blijkbaar hoopte hij op woorden van vergeving uit de mond van Wiesenthal, maar die kwamen niet. De Jood had stil geluisterd, maar stond toen op en verliet de kamer zonder iets te zeggen.

Na de oorlog bleef Wiesenthal de vraag achtervolgen of hij daar goed aan gedaan had, of dat hij de nazi had moeten vergeven. Hij vroeg verschillende mensen (schrijvers, filosofen, theologen en juristen) naar hun mening. Een van hen was de Jood Jean Améry.

Niet-vergeven

Over hem vertelde dr. Jonathan Druker, verbonden aan Illinois State University in de VS en deskundige op het gebied van Holocaustliteratuur en -film. Améry, een schuilnaam van Hans Mayer, werd in 1912 in Wenen geboren en vluchtte voor de nazi’s uit zijn vaderland naar België. Hij werd gevangen genomen, vreselijk gemarteld en naar Auschwitz gebracht. De Jood overleefde de oorlog maar was volledig getraumatiseerd.

Na de oorlog werkte Améry als journalist en hield een aantal spreekbeurten voor de Duitse radio, die later in druk uitkwamen in het boek ”Jenseits von Schuld und Sühne” (Nederlandse vertaling: ”Schuld en boete voorbij”). Na de Tweede Wereldoorlog bestond de neiging om de misdaden van de nazi’s te vergeten en te vergeven en het verleden achter zich te laten. Dit sluit aan bij de menselijke neiging om het traumatisch verleden te onderdrukken – maar daarmee opnieuw onrecht te doen aan de slachtoffers. Juist het niet-vergeven heeft een grotere potentie om de geweldspiraal te doorbreken en een gemeenschap na de Holocaust te creëren, aldus Améry.

Dr. Druker: „In het hedendaagse Duitsland zijn hier positieve voorbeelden van te vinden, onder andere het Holocaustmonument in het centrum van Berlijn. Hier wordt de wond van de Holocaust opengehouden en verankerd in het zelfverstaan van het volk.” Améry heeft het niet beleefd. Hij pleegde in 1978 zelfmoord.

Confrontatie met pijn

Fedia Jacobs, zoon van Joodse overlevenden van de Holocaust, werkt als psychiater in het Sinai Centrum in Amsterdam, waar hij onder meer slachtoffers van de Holocaust behandelt. Hij gaf aan dat zij in principe niets te maken hebben met de daders. „Voor het weer opbouwen van hun leven moeten de slachtoffers zich radicaal losmaken van de invloedssfeer van de daders, zich met de rug naar het prikkeldraad draaien. Verwerking van het verleden houdt een confrontatie met de pijn in, een waarachtige ontmoeting met de krachten van vernietiging, maar dan in een veilig omgeving, waar troost kan worden geboden.”

Wrok en woede

Prof. dr. Renée van Riessen, hoogleraar aan de PThU en de Universiteit Leiden, sloot in haar lezing aan bij het moment dat Simon Wiesenthal een groot aantal mensen had uitgenodigd voor hun mening. De meesten vonden dat luisteren naar en vergeving op hun plaats waren. Améry’s antwoord was heel anders. Hij verdedigde het goed recht en zelfs de plicht van de slachtoffers van nazi-Duitsland om volhardend in hun gevoelens van wrok en woede te zijn. Volgens hem was dat de enige manier om de slachtoffers te helpen in wat ze werkelijk hadden doorgemaakt.

Volgens Améry waren wrok en boosheid op de lange termijn vruchtbaarder dan vergeving, omdat ze konden dienen als inspiratie voor mensen als Simon Wiesenthal om te blijven streven naar rechtvaardigheid en een plaats te geven aan de slachtoffers in de naoorlogse samenleving. Het zoeken van recht zou volgens Améry meer opleveren voor het samenleven van slachtoffers en daders dan vergeving.

Onmogelijke mogelijkheid

Prof. Van Riessen stelde dat het niet zo hoeft te zijn, waarbij ze een godsdienstig element invoegde. „Vergeving is niet het tegengestelde van rechtvaardigheid, maar het is wel een onmogelijke mogelijkheid. Die mogelijkheid is er omdat er een God is Die vergeeft. Een dergelijk perspectief hebben we nodig.”