Studiedag: Christen mag niet onbewogen zijn bij nood over grenzen heen

Studiebijeenkomst van de stichting Hulp Oost-Europa. beeld Gerrit van Dijk
3

Ds. Endre Kondor en zijn vrouw waren donderdag te gast op een studiebijeenkomst in Woudenberg. Deze was georganiseerd door de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland en de stichting Hulp Oost-Europa (HOE), met als doel het diaconaal bewustzijn in Nederlandse gemeenten te vergroten.

Geld mag geen rol spelen in de onderlinge contacten tussen Nederlandse en Oost-Europese kerkelijke gemeenten, zei ds. H. J. van der Veen tijdens de bijeenkomst. „De internationale contacten tussen christenen in Oost- en West-Europa zijn niet materieel en financieel bepaald, maar komen voort uit de onderlinge band tussen gelovigen, die allen gelijkwaardige leden zijn van het ene lichaam van Christus.”

In zijn lezing ”Waar klopt het diaconale hart?” nam de predikant van de hervormde gemeente in Sliedrecht zijn uitgangspunt in de geschiedenis uit 2 Koningen 4. Een hulpbehoevende en rechteloze weduwe roept hier de hulp in van de profeet Elisa.

Nadat Elisa goede notitie had genomen van de nood van deze weduwe, stelde hij volgens ds. Van der Veen precies de vragen die een goede hulpverlener moet stellen: „Wat kan ik voor u doen?” en: „Wat hebt u in huis?” „Deze weduwe vertoont het beeld van de gelovigen die zonder hulp arm en leeg zijn. De profeet Elisa vertoont in zijn optreden het beeld van de Heere Jezus Christus, Die kwam om te dienen.”

Woordbediening

De Sliedrechtse predikant gaf aan dat bij diaconaal dienstbetoon allereerst en allermeest aan de Woordbediening moet worden gedacht. De beste dienst die een gelovige aan de naaste kan bewijzen, is die van het brengen van Gods Woord. „In iedere gelovige klopt een diaconaal hart, maar het diaconale hart klopt in de eerste plaats in de drie-enige God.”

Kerkelijke gemeenten in Nederland mogen niet onbewogen zijn bij de nood van gemeenten over grenzen heen, aldus ds. Van der Veen. „Het woord „Dient elkaar door de liefde” geldt ook wereldwijd, voor alle christelijke gemeenten in hun gezamenlijke aandeel aan het ene lichaam van Christus. Zoals gemeenteleden elkaar tot een hand en voet mogen zijn, zo mogen ook gemeenten in internationaal verband begaan zijn met elkaars nood.”

Bijbelsmokkel

Drs. Jaap Braaksma, bestuurslid van de stichting HOE, behandelde de vraag: „Hoe wordt anno 2017 concreet vormgegeven aan de contacten tussen Nederlandse en Oost-Europese kerkelijke gemeenten?” Braaksma onderscheidde in de geschiedenis van HOE een aantal fasen en daarbij behorende „typen hulpverleners.” In de beginfase, de jaren 70 van de vorige eeuw, bestond het werk uit Bijbelsmokkel en bemoediging en waren mensen die voor HOE actief waren meer pioniers en avonturiers. Na 1989, toen het communistische Oostblok instortte, waren het vooral de doeners en de aanpakkers, de regelaars en de organisatoren die bij de stichting betrokken waren.

Braaksma wees op de veranderde tijden, die andere typen mensen vereisen met een aan de tijd aangepaste werkwijze binnen een organisatie als de stichting HOE. Nu christenen uit Oost en West in dezelfde geglobaliseerde wereld leven en niet meer door nationale grenzen ingesloten worden, voelen de meeste christenen zich onderdeel van een internationale gemeenschap. Braaksma pleitte voor een integrale visie op de verhouding tussen Nederlandse en Oost-Europese kerken, waarbij in gemeentecontacten alle aspecten van het gemeente-zijn aan bod komen.

De Hongaars hervormde predikant ds. Kondor vertelde tijdens een workshop over zijn ervaringen met de contacten tussen Hongaars hervormde en Nederlandse kerkelijke gemeenten. Volgens ds. Kondor is er wel sprake van dezelfde gereformeerde belijdenis, maar zijn er vanwege de eigen geschiedenis en cultuur verschillen waarmee in de contacten rekening moet worden gehouden.